Column: Schrijf!

Ga gewoon zitten en schrijf, hoor ik een stemmetje in mijn hoofd. Dan zie ik wel wat er komt, mogelijk iets recht uit mijn hart. Gewoon wat op dit moment in mij leeft. Zoiets als de twijfels of ik wel een bijzonder, lezenswaardig, stukje ga schrijven dan wel volslagen onzin.

Het is als de manier waarop ik zou moeten mediteren. Niet gaan zitten met verwachtingen, hopend iets te ontdekken in mijn hoofd, mijn hart of waar ook in mijn lichaam dat ik niet eerder heb ervaren. Zitten (schrijvend of mediterend) zonder een echt doel. Voetballen zonder een doelpunt te hoeven maken. Er alleen maar zijn en zien wat ervan komt.

Zoals het mij al een decennium vrijwel dagelijks tijdens mijn meditatiezitting vergaat, zo verging het mij bijna een halve eeuw als beroepsschrijver. Een handeling met een doel, in de hoop aan (bepaalde) verwachtingen te beantwoorden of toch zeker er profijt van te trekken – zodat op z’n minst mijn ego groter wordt.

Deze overeenkomst komt boven terwijl ik ben begonnen met schrijven. Gaan zitten alsof je begint met mediteren en schrijf. Zie maar wat er opkomt. Focus op je vingers die (onbewust of bewust) letters op het toetsenbord raken. Laat woorden zich aandienen zoals gedachten tijdens het mediteren. Laat ze komen, zonder er verder over na te denken. Ze zijn gekomen en staan nu zomaar op het beeldscherm, gestuurd door impuls.

Was het maar als schrijver zo’n feest geweest. Ik heb het idee dat ik vaak heb geschreven met een doel. Om te voldoen aan verwachtingen van de hoofdredacteur, de chef, de lezers en anderen. Of iets anders te schrijven: ik doe lekker niet wat anderen willen. Ook met een doel dus.

Net zo is het mij ongeveer met mediteren vergaan. Ik bedoel dan de overeenkomst met verwachtingen en hoop. Niet dat ik anderen wilde plezieren of provoceren, maar het gaan zitten met een doel. Al die jaren was ik bezig aan mijn meditatie te sleutelen. Dan weer las ik dat het zo moest, dan weer zus. Of ik luisterde naar de adviezen van ervaren boeddhisten en meditatie-instructeurs: zit zus, zit zo, zit comfortabel, focus op je adem, laat gedachten komen en gaan, zit zonder doel en zie wat er gebeurt. Of, de mooiste: verveel je! Het lukte maar niet.

Dan las of hoorde ik van anderen dat ze wel veranderingen bij zichzelf hadden waargenomen. Waakzamer, rustiger, geduldiger, vriendelijker of weet ik wat meer. Ze zagen meer of iets wat ze nog niet eerder hadden waargenomen. Hadden zij dan (wel) een doel voor ogen gehad? Nee, ze waren gewoon gaan zitten, niet langer of vaker dan ik. Ze hadden gewoon ervaren wat er (bij toeval?) in hen op was gekomen, wat hun was toebedeeld.

Ik weet het: hersens zijn flexibel. Hersencellen verbinden zich met elkaar door training; synapsen vinden elkaar door ‘beoefening’, zoals dat in het boeddhisme wordt genoemd. Kortom: je kunt veranderen door meditatie. Matthieu Ricard, een boeddhistische monnik en rechterhand van de Dalai Lama, die al meer dan veertig jaar intens mediteert, onderging tests aan het Max Planck Instituut in Leipzig onder leiding van de directeur Sociale Neurowetenschappen, Tania Singer. En daaruit bleek dat tijdens meditatie of bij bepaalde gedachten (zoals altruïsme) wel degelijk verandering optreedt in de hersens. En niet alleen bij hem. Meer monniken en mensen die al enige tijd mediteren, overkomt hetzelfde. Lees bijvoorbeeld twee recente boeken: ‘Het no-nonsense meditatieboek – over hoe bewust zijn je mentale en fysieke gezondheid kan versterken’ van neuroloog Steven Laureys (met medewerking van Matthieu Ricard) en ‘Een kleine meditatiegids’ van zenboeddhist Tom Hannes.

Misschien zijn ze gewoon gaan zitten, zonder doel. Misschien niet. Maar, wat moet ik nou? Misschien ben ik toch iets veranderd, maar merk ik er te weinig van – minder dan ik verwachtte (begeerte?). Wel denk ik meer te voelen. Er is meer dan ik jarenlang heb gevoeld, meer dan de bovenlaag, meer dan ik ooit heb toe willen geven. Dat er meer is dan de buitenkant. Van binnen huist een mens die lang verborgen is gebleven. Kwetsbaarheid, onzekerheid en angst. De vrees om afgewezen te worden, dat mijn stukjes ondermaats of onzinnig gevonden worden. De vrees voor de realiteit. Door meditatie en spontaan geschreven stukjes leer ik de realiteit zien. Dit ben ik echt, helemaal, van onder tot boven, van buiten en van binnen. Een echt mens.

De auteur is vriend van Shambhala Leiden.

Guus van Holland

Alle artikelen