De herhalingsseries

Wat moet je ermee?!

monniken in Koreaanse tempel

In de vertalingen van de sutta’s wordt vaak met afkortingen gewerkt, in combinatie met getallen. Dat lijkt in eerste instantie een ingewikkelde puzzel, daarom hieronder een uitgebreide uitleg van de bedoeling ervan.

Aan het einde van de boeken van de Anguttara-Nikaya, maar ook op verschillende plaatsen in de Samyutta-Nikaya staan zogenaamde ‘herhalingsseries’: reeksen sutta’s waarin steeds een woord of een zinsdeel wordt vervangen om een nieuw sutta te vormen. Deze herhalingsseries zijn niet echt geschikt om te lezen, het is meer een gebruiksaanwijzing voor hoe ze gereciteerd zouden moeten worden.

Het reciteren van teksten was enerzijds een noodzaak voor het behoud ervan in een orale traditie. Een dergelijke herhalingsserie is een goed begin om het geheugen te trainen. Anderzijds moet het meditatieve aspect van reciteren niet worden onderschat. Reciteren is anders dan lezen, maar ook anders dan hardop voorlezen. Het is een zeer lichamelijke activiteit: het wordt door het hele lichaam gevoeld. Het is ook heel ritmisch, en het is een groot gemis dat die ritmiek niet te handhaven is in vertaling (hetzelfde als met vertaalde poëzie waarbij het ritme, of in ieder geval het metrum, uit de oorspronkelijke taal verloren gaat). Het samen of zelfs alleen reciteren, of het luisteren naar recitaties, is net als loopmeditatie een alternatieve vorm van mediteren, maar een die in het Westen niet algemeen wordt gewaardeerd.

Hieronder een voorbeeld hoe een herhalingsserie er op papier uitziet, uit het boek van de negentallen van de Anguttara-Nikaya. De kleuren zijn toegevoegd om de uitleg duidelijker te maken:

9.113-432 ‘Monniken, voor direct inzicht in … voor volledig begrip van … voor volledige vernietiging van … voor het achter zich laten van … voor de vernietiging van … voor het weggaan van … voor het wegebben van …  voor het ophouden van … voor het opgeven van … voor de verzaking van haat… verwarring … woede … wrok … kleinering … rivaliteit … jaloezie … gierigheid … bedrieglijkheid … doortraptheid … koppigheid …wildheid … eigendunk … hoogmoed … roestoestanden …nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid … (beide sets van negen als in sutta 9.93-94)… en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.

Bovenstaande alinea vormt een gebruiksaanwijzing, met behulp waarvan maar liefst 320 sutta’s gevormd kunnen worden: nl. de sutta’s 113 tot en met 432 van de negentallen. Om dit goed te kunnen doen hebben we dus wel de sutta’s 9.93 en 9.94 nodig, zoals hierboven in cursief is aangegeven: die geven het raamwerk, de basis voor de 320 sutta’s. Voor de duidelijkheid volgen hier daarom eerst die twee sutta’s:

9.93. ‘Monniken, voor direct inzicht in hartstocht moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in hartstocht moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’

9.94 ‘Monniken, voor direct inzicht in hartstocht moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in hartstocht moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’

sutta 9.93 geeft negen negatieve dingen die moeten worden beseft, sutta 9.94 geeft negen vormen van meditatie die moeten worden ontwikkeld. De redenen om hiernaar te streven worden nu gegeven met steeds een combinatie van woorden uit de twee volgende rijtjes:

De woorden die ingevuld kunnen worden op de plaats van direct inzicht zijn:

  1. volledig begrip van
  2. volledige vernietiging van
  3. het achter zich laten
  4. de vernietiging van
  5. het weggaan van
  6. het wegebben van
  7. het ophouden van
  8. het opgeven van
  9. de verzaking van

De woorden die worden ingevuld in plaats van hartstocht zijn:

  1. haat
  2. verwarring
  3. woede
  4. wrok
  5. kleinering
  6. rivaliteit
  7. jaloezie
  8. gierigheid
  9. bedrieglijkheid
  10. doortraptheid
  11. koppigheid
  12. wildheid
  13. eigendunk
  14. hoogmoed
  15. roestoestanden
  16. nalatigheid

novicen beginnen al jong met het aanleren van de recitaties

Nu is het vooral een kwestie van het zorgvuldig vervangen van woorden. Dat is voor iemand die de teksten leert reciteren een kwestie van twee rijtjes woorden uit het hoofd leren, en die op het juiste moment invoegen in de tekst. Het is tamelijk ondoenlijk, en het draagt weinig bij, om alle series compleet in druk uit te brengen. Dat heeft echter wel tot gevolg, dat de lezende mens nooit in aanraking komt met deze sutta’s. Daarom is hieronder als voorbeeld de complete reeks van 320 sutta’s uitgeschreven: meer dan 27.000 woorden totaal … Wie elke dag één sutta overdenkt, is dus alleen met deze kleine serie ruim 10 maanden bezig!

Let op! De oneven nummers hebben negen andere dingen die ontwikkeld moeten worden dan de even nummers. Dat betekent dat de vetgedrukte woorden steeds in twee sutta’s gelijk zijn. In de oneven sutta’s gaat het om de negen dingen bestaande uit ‘het besef van lelijkheid’ tot ‘het idee van passieloosheid’. In de even sutta’s zijn de negen dingen die ontwikkeld moeten worden ‘het eerste meditatiestadium’ tot ‘het ophouden van cognitie en gevoel’.

Het is niet onze intentie om lezers aan te zetten onderstaande tekst helemaal te lezen. Het kan wel een idee geven wat een uren durende recitatie in kan houden.

  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor direct inzicht in nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor direct inzicht in nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor direct inzicht in nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledig begrip van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledig begrip van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledig begrip van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor volledige vernietiging van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor volledige vernietiging van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor volledige vernietiging van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het achter zich laten van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het achter zich laten van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het achter zich laten van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de vernietiging van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de vernietiging van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de vernietiging van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het weggaan van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het weggaan van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het weggaan van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het wegebben van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het wegebben van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het wegebben van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het ophouden van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het ophouden van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het ophouden van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor het opgeven van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor het opgeven van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor het opgeven van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van haat moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van haat moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van verwarring moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van verwarring moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van woede moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van woede moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van wrok moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van wrok moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van kleinering moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van kleinering moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van rivaliteit moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van rivaliteit moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van jaloezie moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van jaloezie moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van gierigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van gierigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van bedrieglijkheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van bedrieglijkheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van doortraptheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van doortraptheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van koppigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van koppigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van wildheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van wildheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van eigendunk moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van eigendunk moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van hoogmoed moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van hoogmoed moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van roestoestanden moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van roestoestanden moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het besef van lelijkheid, het besef van de dood, de ervaring van weerzinwekkendheid van voedsel, het gevoel van vreugdeloosheid ten opzichte van de hele wereld, het besef van onbestendigheid, het besef van leed in het onbestendige, het besef van niet-zelf in wat leed is, het idee van opgeven, het idee van passieloosheid. Voor de verzaking van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.
  1. ‘Monniken, voor de verzaking van nalatigheid moeten er negen dingen ontwikkeld worden. Welke negen? Het eerste meditatiestadium, het tweede meditatiestadium, het derde meditatiestadium, het vierde meditatiestadium, de sfeer van oneindigheid van de ruimte, de sfeer van oneindigheid van het bewustzijn, de sfeer van nietsheid, de sfeer van noch-cognitie-noch-geen-cognitie, en het ophouden van cognitie en gevoel. Voor de verzaking van nalatigheid moeten deze negen dingen ontwikkeld worden.’ Dit zei de Verhevene. Verrukt verheugden die monniken zich over zijn woorden.

 

 

Bron:

Pali-Canon -Anguttara-Nikaya 4: De boeken van de zeventallen, de achttallen en de negentallen (Sattakanipata, Atthakanipata, Navaka-Nipata). Vertaling: Jan de Breet en Rob Janssen. Bodhi, 2019.

 

Yvon Mattaar

Yvon Mattaar

Na het behalen van haar MA Buddhist studies nu in opleiding tot assistent-vertaler Pali

Alle artikelen