Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 3 juli 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Modernisme en meditatie

Van bhāvanā tot mentale fitness

Kees Moerbeek

David L. McMahan is Professor of Religious Studies aan het Franklin&Marshall College in Lancaster, Pennsylvania (VS). Hij is de auteur van wetenschappelijke artikelen over Boeddhisme in Zuid-Azië en over boeddhisme en moderniteit. In 2011 verscheen zijn Buddhism in the Modern World, dat de ontmoeting tussen boeddhisme en moderniteit van Zuid-Oost Azië tot Noord-Amerika verder exploreert.
n de negentiende eeuw ontstond in Sri Lanka en Japan het boeddhistische modernisme dat vervolgens het Westen veroverde. Godsdienstwetenschapper David L. McMahan schreef er een indrukwekkende studie over, getiteld: The Making of Buddhist Modernism (2008). Daarin besteedt hij ook aandacht aan de metamorfose van boeddhistische meditatie.

Dit hybride boeddhisme ontstond als gevolg van de ontmoeting tussen de westerse moderniteit en het Aziatisch boeddhisme. Kenmerkend voor dit westerse modernisme zijn volgens McMahan: individualisme, westers monotheïsme, rationalisme, wetenschappelijk naturalisme en romantiek. Het boeddhistisch modernisme kenmerkt zich door nadruk op de teksten, op rationaliteit, meditatie, gelijkwaardigheid en door de toegenomen participatie van vrouwen en leken in de sangha, de boeddhistische gemeenschap.

Het ontstond in het kielzog van de Europese kolonisatie en de evangelisatie van Azië. Aan de ene kant als een vorm van verzet ertegen. Aan de andere kant werden westerse verworvenheden en waarden opgenomen in de leer. Psychiater, zenboeddhist en Mindfulness Based Stress Reductie trainer Edel Maex schreef in februari 2013 in zijn blog Denken aan Zijn: ‘Door het contact met het Westen gingen oosterse intellectuelen op zoek naar emancipatie. Binnen het boeddhisme ontstonden vernieuwingsbewegingen geïnspireerd op de westerse moderniteit. Het zijn deze bewegingen die de overstap naar het Westen gemaakt hebben. Over de grens tussen Oost en West heen reikten individuen op zoek naar een humanistische spiritualiteit, een religieus beleven ontdaan van dogma en bijgeloof, elkaar de hand.’ Het valt Maex op ‘hoe veel van wat wij typisch boeddhistisch noemen, herimport is van westerse ideeën.’

De boeddhistische modernisten claimen dat ze teruggaan op het ‘zuivere boeddhisme’ van de Boeddha. Dit was voordat het zich verspreidde over Azië en zich aanpaste aan de locale samenlevingen, waarin het wortel schoot. Maar dit modernisme is veel meer, betoogt McMahan. Het heeft het boeddhisme opnieuw uitgevonden. Vooral voor westerlingen is deze hybride het ‘ware’ boeddhisme geworden.

Meditatie

McMahan wijdt een heel hoofdstuk aan de metamorfose van ‘meditatie’. Het traditionele boeddhisme is vooral devotioneel van karakter en vandaag de dag nog steeds de dominant. Monniken en nonnen mediteren op bepaalde momenten van de dag en intensiever tijdens bepaalde periodes in het jaar. Hun andere verantwoordelijkheden zijn de instandhouding van het klooster en maatschappelijke activiteiten als het bieden van (geestelijke) bijstand aan leken, vaak in de vorm van het verrichten van rituelen.

Aziatische boeddhistische leken onderhouden de monniken, het klooster of de tempel. Ze offeren wierook, bloemen, voeding en geld en buigen voor een boeddhafiguur op een altaar. Ook reciteren ze soetra’s en mantra’s, bijvoorbeeld de Nembutsu. Zoniet in het Westen, daar zijn volgens McMahan meditatie en de studie van boeddhistische teksten de belangrijkste lekenpraktijk.

Bhāvanā

Walpola Rahula (1907-1977) noemt ‘meditatie’ in zijn boek What the Buddha Taught (1974) een onjuiste vertaling van het Pali-woord ‘bhāvanā’, dat letterlijk ‘ontwikkeling’ of ‘cultivering’ betekent. Het boeddhistische begrip bhāvanā betekent ‘geestelijke ontwikkeling’.

Het boeddhisme onderscheidt twee soorten geestelijke ontwikkeling. Dankzij samatha bhāvanā (samadhi, wat concentratie betekent) of concentratiemeditatie wordt de geest rustig en geconcentreerd, waardoor iemand kalmte of rust ervaart. Vipassana bhāvanā of inzichtmeditatie is een volgend niveau van boeddhistische meditatie. Het richt zich op het reinigen van de geest van onder andere haat, zorgen, passiviteit en scepsis. Vipassana bhāvanā biedt ‘inzicht in de ware aard van alle mentale processen.’ bhāvanā is toepasbaar op alle aspecten van het dagelijks leven, niet alleen op het zitten in de lotushouding.

McMahan toont aan dat Freud de herinterpretatie van het boeddhistisch bhāvanā door boeddhistische modernisten diepgaand heeft beïnvloed. Volgens hun zou iemand dankzij meditatie zichzelf kunnen bevrijden van zijn destructieve neigingen en van de repressieve aspecten in zijn geest. Meditatie maakt het onbewuste bewust en opent de poort naar individuele bevrijding en eventueel naar Ontwaken.

Erich Fromm werkte deze opvatting verder uit in zijn boek Zen-boeddhisme en het Westen (1966), waarvan D.T. Suzuki co-auteur is. Fromm schrijft: ‘indien men Freud’s beginsel van omzetting van het onbewuste in het bewuste tot de uiterste consequenties doortrekt, (benadert) men de conceptie van verlichting (…)’

Een ander modernistisch doel van meditatie ligt in het verlengde hiervan. Dit grijpt vooral terug op de Romantiek (1795-1848). Als reactie op de Verlichting (1630-1789) staan in de Romantiek zelfreflectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding centraal. De filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) neemt een aparte positie in. Hoewel Verlichter is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Romantiek. Hij stelt in zijn Vertoog over de ongelijkheid (1755) dat de mens van nature en vóór enige opvoeding, goed is, maar bedorven wordt door de samenleving.

In zijn vertoog beschrijft hij hoe ongelijkheid tussen mensen ontstaat. Hieruit ontstaat een samenleving met wetten, die de natuurstaat van de mens vervangt. Rousseau: ‘Dat is inderdaad de werkelijke oorzaak van alle verschillen: de wilde mens in zichzelf; de maatschappelijke mens altijd buiten zichzelf, kan alleen maar leven in de mening van de anderen; en het is dus, zogezegd, uitsluitend hun oordeel waar hij de zin van zijn eigen bestaan aan ontleent.’

De samenleving vervreemdt mensen van wie ze werkelijk zijn en creëert een nieuw, maar ‘vals ego’. Dit ego geeft een kunstmatig gevoel van zekerheid en is gegrondvest op ervaringen uit het verleden, gedachten, gevoelens, sociale rollen en zelfbeelden, maar ook op culturele (voor)oordelen. De claim is dat onder dit alles een moreel superieur en authentieke ‘zelf’ schuil gaat. Doel van meditatie is dan het verlossen van een persoon van dit ‘valse ego’.

Weer een andere modernistische opvatting omschrijft meditatie als een non-sektarische universele ‘wetenschappelijke’ praktijk om het bewustzijn en de relatie daarvan met de werkelijkheid te onderzoeken. Meditatie is een ‘interne’ wetenschap, een wetenschap van de geest. De westerse ‘externe’ wetenschap brengt de werkelijkheid terug tot meetbare fenomenen.

Boeddhistische modernisten claimen dat tijdens meditatie het mogelijk is om op een herhaalbaar experimentele, intuïtieve manier direct door te dringen tot de ware aard der dingen. Anderen kunnen op basis van hun meditaties hypotheses over de ware werkelijkheid toetsen. Voorstanders van deze visie menen dat meditatie een noodzakelijke verbetering is is van de westerse materialistische wetenschap. Weliswaar bracht de moderne wetenschap de mensheid veel heil, maar bedreigt ook de mensheid in zijn voortbestaan.

Mentale fitness

Vooral in het westen heeft het boeddhistisch modernisme de interpretatie van meditatie ingrijpend beïnvloedt. Maar de traditionele vorm van meditatie bestaat wel degelijk nog, bijvoorbeeld in Japanse zenkloosters en onder leiding van een zenmeester. Het bestaat naast het onderricht in de moderne westerse variant ervan. In het Westen heeft meditatie zich losgemaakt van het klooster. Hierdoor werd het een van de vele mogelijkheden voor westerlingen om hun eigen vorm van spiritualiteit te ontwikkelen los van boeddhistische of andere instituties. Ook zou meditatie iemands persoonlijke effectiviteit thuis en op het werk opkrikken.

Dankzij het modernisme kreeg meditatie niet alleen een meer centrale positie in het boeddhisme en maakte het zich los van de instituties. Het gaat veel verder, beschrijft McMahan. Het ging zijn eigen weg als vipassana en als mindfulness. In verschillende gedaantes heeft de geseculariseerde boeddhistische meditatie zich toegang verschaft tot directiekamers, vergaderzalen, studentenhuizen, medische centra, en uiteindelijk tot in praktijken van huisartsen, psychologen en psychiaters. Een greep uit de vele voorbeelden waarop ‘meditatie’ aangeprezen wordt als spirituele haarlemmerolie.

Op zen.nl bijvoorbeeld wordt (zen)meditatie aangeprezen als: ‘training die in menig opzicht te vergelijken is met mentale fitness. Direct merkbare resultaten zijn veelal een betere concentratie, beter slapen, meer energie, goed kunnen ontspannen en creatiever zijn. Dit alles leidt tot verdieping en beter functioneren in werk en privé.’

Mijnkeerpunt.com meldt: ‘Door inzichtmeditatie en mindfulnessbeoefening wordt het mogelijk de werkelijkheid meer te aanvaarden en bewust aandacht te geven aan jezelf en alles om je heen. Door het bewustworden en loslaten van automatismen en oordelen, is het mogelijk meer innerlijke kalmte en rust te bereiken. Zonder in jezelf te keren, maar juist helder en bewust van jezelf en de omgeving.’

Medisch Centrum Zuiderzee ‘biedt aandachttraining aan met de nadruk op twee verschillende gebieden. In de praktijk blijken de aandachttrainingen een succesvolle manier om beter te leren omgaan met o.a. stress, pijn, vermoeidheid, negatief denken, piekeren, herhalende depressies of burn-out. Deelnemers kunnen veelal beter ontspannen, hebben meer grip op hun leven, er komt meer balans en het verhoogd het zelfvertrouwen.’

Dukkha

McMahan is voorzichtig genoeg om geen normatieve uitspraken te doen over wat wel of niet echt boeddhistisch is, schrijft David Loy in zijn artikel 'How Modern is Buddhist Modernism?' Ik sluit me graag bij zijn mening aan. McMahan gaat uit van de traditie en komt tegenstrijdigheden tegen. Ze zijn het gevolg van de omstandigheden die boeddhisten in de loop van de eeuwen zijn tegengekomen. Maar volgens Loy staat er veel meer op het spel dat het bestaan van boeddhisme rechtvaardigt in deze wereld. Wat kunnen al die soorten boeddhisme bijdragen aan het verlichten van de persoonlijke en het collectieve dukkha van onze tijd? Zou het typisch Westers zijn om deze lat zo hoog te leggen, of is het boeddhistisch?  

Bronnen
McMahan, David L. The Making of Buddhist Modernism. New York: Oxford University Press, 2008.
Blog Edel Maex
Rahula, W. ‘Meditation’ or Mental Culture: bhāvanā
McMahan, D. ‘Buddhist Modernism’ Schedneck, B. ‘Bookreview The Making of Buddhist Modernism’
Loy, D. ‘How Modern is Buddhist Modernism?’
Fromm, E., D.T. Suzuki, R. De Martino. Zen-boeddhisme en het Westen. Amsterdam: Bijleveld, 1966.
Rousseau, J.-J. Vertoog over de ongelijkheid
Zen.nl
Mijn keerpunt.nl
MC Zuiderzee





Terug naar Artikelen