Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 22 december 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Adviezen van de Boeddha

Oefenmateriaal in het Nederlands

Jacques den Boer

Rob Janssen en Jan de Breet
e Pali-vertalers Rob Janssen en Jan de Breet hebben weer een dikke bundel leerredes van de Boeddha uitgebracht: deel 5 van De verzameling van thematisch geordende leerredes (in het Pali Saṃyutta-Nikāya). Dit deel bevat de kern van de leer van de Boeddha. Het geeft een systematisch overzicht van alle oefenmateriaal voor de volgelingen van de Boeddha die onderweg zijn naar het grote Ontwaken, het Nirvana.

De publicatie van dit boek van het vertalersduo in de reeks vertalingen uit de Pali-canon in de Klassieke Tekstbibliotheek van Asoka is een moment om bij stil te staan. Dit is het tiende deel, 642 pagina’s, waarmee hun totale aantal pagina’s in vertaling uitkomt op 5089. Deze uitzonderlijke prestatie signaleren wij met grote bewondering. De boeddhistische gemeenschap in ons land mag dankbaar zijn dat op deze manier een hecht fundament is gelegd onder de bestudering van de leer van de Boeddha, nuttig voor volgelingen van alle tradities die eruit zijn voortgekomen.

De vertalers Jan de Breet en Rob Janssen gaan niet op hun lauweren rusten. Zij zijn volop bezig met het volgende boek, het nog ontbrekende deel 4 van De verzameling van thematisch geordende leerredes. Het verhaal van hun werkwijze wordt verteld na het onderstaande overzicht van de andere delen van deze verzameling leerredes.

Samyutta-Nikāya 5

In het zojuist verschenen deel 5, kortweg aangeduid als SN-5, draait het vooral om ‘De zevenendertig factoren die bijdragen aan het ontwaken’. Ze zijn in de eerste plaats bedoeld voor monniken, maar ook lekenvolgelingen kunnen er hun voordeel mee doen. Vlak voor zijn dood spoorde de Boeddha zijn monniken nog eens aan zijn leringen goed in de praktijk te brengen zodat de leer lang stand zal houden: ‘Dat zou tot heil zijn van vele mensen, tot geluk van vele mensen, uit mededogen met de wereld, tot voorspoed, welzijn en geluk van goden en mensen.’ De handleiding die in dit boek wordt gegeven, is tamelijk abstract, schrijven de vertalers. Zij moet worden omgezet naar de werkelijkheid van alledag. Hulp van een individuele leraar is gewenst. De 37 factoren worden traditioneel uiteengezet in zeven groepen.

1.  De vier vormen van het cultiveren van de aandacht: aandacht voor het lichaam, de gevoelens, de geestesgesteldheid en de mentale factoren.
2.De vier juiste inspanningen: vermijding van onheilzame geestestoestanden, het opgeven van reeds ontstane onheilzame geestestoestanden, het laten opkomen van heilzame geestestoestanden en behoud en ontplooiing van heilzame geestestoestanden.
3.De vier grondslagen van ‘magische kracht’ als vier vormen van concentratie, namelijk als concentratie gebaseerd op verlangen, energie, denken, en analytisch onderzoek.
4.De vijf geestelijke vermogens als: gelovig vertrouwen, energie, aandacht, concentratie en inzicht.
5.De vijf krachten: na het ‘betreden van de stroom’, d.w.z. vanaf het eerste stadium op weg naar bevrijding, worden zojuist genoemde geestelijke vermogens ‘de vijf krachten’ genoemd.
6.De zeven verlichtingsfactoren: aandacht, onderscheiding van toestanden, energie, vreugde, innerlijke rust, concentratie en gelijkmoedigheid.
7.Het Edele Achtvoudige Pad: de juiste zienswijze, de juiste gerichtheid, de juiste manier van spreken, het juiste handelen, de juiste wijze van levensonderhoud, de juiste inspanning, de juiste aandacht en de juiste concentratie.


In dit deel van de leerredes is om onduidelijke redenen enigszins afgeweken van de bovenstaande volgorde van de groepen. Voor goed begrip: het is een opsomming van oefenmateriaal, waardoor sommige factoren meermalen voorkomen. Zo wordt energie negen keer genoemd, aandacht en concentratie acht keer, inzicht vijf keer en gelovig vertrouwen twee keer. Energie, wilskracht, is dus duidelijk hard nodig om de genoemde factoren te ontwikkelen en te praktiseren.

Dingen die bijdragen tot ontwaken

De nummering wekt de indruk van een trainingspad om stap voor stap af te leggen, maar dat is beslist niet de bedoeling. In deze leerreden spreekt de Boeddha tot de monniken en de lijst is een hulpmiddel om alle factoren in het geheugen te stampen. Hij heeft ook nooit gezegd dat een mens álle factoren moet ontwikkelen om het einddoel te bereiken. Daarom wijst hij er ook op dat elk van de 37 factoren behoort tot de ‘dingen die bijdragen tot ontwaken’.

Het boek toont juist de veelzijdigheid en de plooibaarheid van het onderricht van de Boeddha, zeggen de vertalers. Hij houdt steeds rekening met de aard en omstandigheden van zijn toehoorders. Door gestage beoefening leert de volgeling van de Boeddha de geledingen van de persoonlijkheid kennen ‘zoals ze werkelijk zijn’, vernietigt hij de mentale vergiften (onwetendheid, begeerte en haat) en bereikt hij de uiteindelijke bevrijding van alle lijden, de toestand van Ontwaken, Nirvana.

De Breet en Janssen hebben dit deel, evenals de delen 1, 2 en 3 die al zijn verschenen, voorzien van een grondige inleiding om de lezer goed voorbereid op weg te helpen. Deze bundels leerredes (sutta’s) zijn niet bedoeld om achter elkaar te worden gelezen. Het is beter om er van tijd tot tijd in te duiken voor verdieping van bepaalde onderwerpen. Vandaar ook een massa verklarende noten en uitgebreide registers van personen en onderwerpen.

SN-1

Deel 1 van De verzameling van thematisch geordende leerredes ( in het Pali Saṃyutta-Nikāya) is getiteld Het deel der verzen en telt 271 leerredes, vaak in literaire, bloemrijke stijl. Ze gaan vooral over ethische onderwerpen en het boeddhistische levensideaal. Veel verzen zijn in de vorm van vraag-antwoord. Het antwoord komt dan van de Boeddha. Er zijn ook raadsels en woordenspel, bijvoorbeeld waar een godheid beweert dat veel bezittingen een mens gelukkig maken. De Boeddha geeft dan aan dat veel bezit juist zorgen geeft: wie niets heeft, heeft ook niets te verliezen.

In een flink aantal verzen is sprake van een ontmoeting met wezens uit andere werelden en van werelden waar wedergeboorte kan plaatsvinden. De vertalers geven daarom een overzicht van het kosmologische systeem uit de tijd van de Boeddha. Het speelt overigens nu in de boeddhistische praktijk geen grote rol meer, zeggen zij.

Het bestaan van goden van Vedische herkomst, zoals Brahma en Sakka (Indra), werd destijds als vanzelfsprekend aangenomen. De Boeddha heeft zich nooit tegen hen gekeerd. De goden spelen een ondergeschikte rol ten opzichte van de Boeddha: ze komen meer dan eens naar zijn prediking luisteren en betuigen hem eer.

SN-2

Deel 2 van De verzameling van thematisch geordende leerredes heeft als titel Het deel der oorzaken. De hoofdmoot bestaat uit filosofische en psychologische uiteenzettingen over de ‘keten van voorwaardelijk ontstaan’, een van de belangrijkste elementen uit de leer van de Boeddha. De soms droge, systematische vertogen hebben als primair doel met rationeel aandoend inzicht door te dringen in diep verborgen aspecten van de werkelijkheid teneinde de onwetendheid te vernietigen die ten grondslag ligt aan het existentiële lijden van de mens.

Verder worden allerlei onderwerpen behandeld: het effect van doorbrekend inzicht op de gesteldheid van de mens, de achttien ‘elementen’ van de persoonlijkheid en de gigantische omvang van het lijden tijdens vele wedergeboorten. De Boeddha zingt ook de lof van de ‘grote Kassapa’, die nog op hoge leeftijd zijn ascetische praktijken beoefent: hij leeft onthecht en gelijkmoedig, maar vol mededogen en sympathie jegens de lekenvolgelingen.

Opvallend is voorts de korte, maar volledige cursus om tot ontwaken te komen die de Boeddha geeft aan zijn zoon, Rāhula. Uit de schetsen van een aantal vooraanstaande leerlingen van de Boeddha blijkt overigens dat het niet alles pais en vree was in de monnikengemeenschap rond de Verhevene. Zo noemt Kassapa de vertrouweling van de Boeddha, Ānanda, een jongetje dat bij het eten geen maat weet te houden en slordig leeft.

SN-3

Deel 3, Het deel der geledingen, gaat voor ruim twee derde over de vijf geledingen of componenten van de persoonlijkheid: lichaam, gevoel, cognitie, drijfveren en gewaarwording. De vertalers geven een uitvoerige toelichting op hun keuze van de Nederlandse woorden voor deze begrippen. De laatste term (Pali: viññāṇa), hier vertaald als (onbestendige) ‘gewaarwording’, maar elders als (kosmisch) ‘bewustzijn’, leidt tot een beschouwing over de vraag hoe wedergeboorte, en daarmee vergelding van daden in een volgend leven, kan worden verklaard.

De leerredes beschrijven onder meer het soort karma dat nodig is om wedergeboren te worden in de verschillende klassen van mythische wezens, zoals garoeda’s, enorme vogels die zelfs slangengoden kunnen verslinden. Waarschijnlijk zijn dit relicten uit tijden vóór het ontstaan van de grote wereldreligies, zeggen de vertalers. De Boeddha gebruikt ze soms om elementen uit zijn leer te verduidelijken.

Het laatste hoofdstuk van dit deel van de Verzameling is getiteld ‘Het boek der meditatie’. Het gaat over vaardigheden die nodig zijn om diepe concentratie te bereiken, verschillende typen meditatoren, het zich zetten tot meditatie, het opstaan eruit, het gevoel van welzijn erbij enz. De meditatiestadia zelf komen niet aan de orde. Zij zijn beschreven in deel 5, dat hierboven is besproken.

Van De verzameling van thematisch geordende leerredes ontbreekt nu nog de vertaling van deel 4. Dit deel heeft als voornaamste thema de ‘zes zintuiggebieden’, die volgens de Boeddha ‘het Al’ vormen: het oog en de zichtbare vormen, het oor en de geluiden enz.

De Breet en Janssen hopen deze vertaling in 2014 af te ronden.  






Terug naar Artikelen