Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 20 september 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Een boeddhistische Renaissance?

Gesprek met Tenkei Coppens Roshi

Tenkei Coppens Roshi (1949) is abt van Zen River, het internationale klooster voor zenboeddhisme in Noord-Groningen. Hij en zijn vrouw Myoho Gabrysch Sensei zijn beiden dharmaopvolgers van Genpo Merzel Roshi en daardoor vertegenwoordigers van de White Plum lineage, opgericht door Taizan Maezumi Roshi in de VS. Tenkei Roshi is ook erkend door de Japanse Soto Zen School en actief in de ontwikkeling van de Europese afdeling van deze school. Zen River staat officieel geregistreerd als Soto tempel (Tokubetsu Jiin).

Tenkei ging de afgelopen jaren een aantal keren naar China en kwam met enthousiaste verhalen terug. Blijkbaar is de interesse wederzijds, want op 5 mei 2012 kwamen de abt van de prestigieuze Tiantong Tempel (waar Dogen Zenji, de oprichter van de Japanse Soto School, in de dertiende eeuw training volgde onder Tiantong Rujing) en de abt van de nabijgelegen Qita tempel helemaal uit Ningbo naar Uithuizen om de nieuwe zendo en het Manjushri beeld van Zen River in te wijden.

Erik Raven

Tenkei en Myoho op reis
oshi, kun je iets meer vertellen over het bezoek van de Chinese abten?

Ja, dat was natuurlijk een hele bijzondere gebeurtenis. Plotseling stond er tussen al die andere genodigden een hele Chinese delegatie in onze achtertuin. En de twee abten in hun felrode gewaden gaven Zen River een geweldige spirituele injectie. Het lijkt wel of we sindsdien een heel nieuwe fase zijn ingegaan. Maar een en ander kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen.

Hojo-san (Junyu Kuroda Roshi, de broer van de in 1995 overleden Maezumi Roshi) is onze grote gids op dit gebied. Op zijn initiatief kon ik samen met mijn vrouw Myoho en een aantal andere Zen River-leden in 2010 deel uitmaken van een Japanse delegatie die uitgenodigd was voor een herdenkingsdienst in de Tiantong Tempel ter ere van Tiantong Rujing. En in 2011 waren we daar opnieuw voor een grote internationale conferentie die gewijd was aan de Chinese Meester Hongzhi Zhengjue (1091-1157).

Heb jij daar toen niet als enige westerling een lezing gegeven?

Kuifje in boeddha-boeddha-land, zo voelt het soms! Maar goed, zo hebben we dus kennis gemaakt met de twee abten, en toen bleek al snel dat zij op hun beurt graag eens een bezoek wilden brengen aan Zen River. Dat was een hele eer, zoiets als de gemeente van een dorpskerk die de paus ontvangt. Toch was het allemaal heel ontspannen, en ook heel inspirerend.

In het enige Chinese restaurant dat Uithuizen rijk is - waarvan de eigenares nota bene ook uit Ningbo bleek te komen en hetzelfde dialect spreekt - hield de abt van de Qita tempel een toespraak waarin hij aangaf dat het Chinese boeddhisme aan een revival bezig is.

Natuurlijk zijn er de afgelopen decennia veel tempels verwoest en is eigenlijk een hele generatie kloosterlingen verdwenen, maar blijkbaar heeft dat de eeuwenoude boeddhistische traditie niet echt kunnen breken. En nu wordt er volop gewerkt aan een grootschalig herstel van tempels, vaak met steun van de overheid.

Dat gaat gepaard met toeristische motieven omdat de Chinezen zelf weer opnieuw hun eigen geschiedenis aan het ontdekken zijn, maar er is duidelijk ook een spirituele factor werkzaam. Daarbij richten ze zich niet alleen naar binnen, maar ook naar buiten door het leggen van allerlei nieuwe internationale contacten. En dat de Chinese boeddhistische ontwikkelingen vanaf de gloriedagen van de Tang- en Sungperiode tot aan onze tijd toe daardoor meer aan het licht komen, is mooi meegenomen.
Tenkei op Vesak Dag in Bangkok
Ik dacht eigenlijk dat het boeddhisme in China na de tijd van Dogen Zenji zo'n beetje was doodgebloed?

Dat is inderdaad een idee waar velen van ons mee zijn opgegroeid. Maar de situatie blijkt toch heel anders te zijn dan we dachten. André van der Braak heeft daar een tijdje geleden op deze site ook al het een en ander over gezegd. Ik denk zelf dat we over het algemeen in het Westen een beeld van het oosterse boeddhisme hebben geschapen dat in de realiteit nauwelijks bestaat. Daarom kan een directe ontmoeting met de levende Aziatische traditie zo'n cultuurschok teweeg brengen.

Dat had ik al in 2000, toen Myoho en ik voor het eerst - een half jaar - in Japan waren en niets bleek te zijn zoals we ons dat voorgesteld hadden. En nu maak ik iets soortgelijks mee als ik naar China ga of naar andere Aziatische landen. Dan blijkt steeds weer opnieuw dat we onze blik niet alleen laten beperken door persoonlijke vooroordelen, maar ook door nationale en sociaal-culturele conditioneringen.

Misschien is dat de reden waarom reizen altijd een belangrijk onderdeel is geweest van boeddhistische training. Het schudt je op een goede manier door elkaar. Vorig jaar werd ik uitgenodigd voor de viering van Vesak (Boeddhadag) in Bangkok, een groots evenement waar letterlijk duizenden vertegenwoordigers van zo'n 80 (!) landen aan deelnamen. Thema’s variëren van het uitwisselen van traditionele dharmabronnen en meditatiemethoden tot aan het bevorderen van sociale en ecologische verantwoordelijkheid, moderne boeddhistische ethiek en directe hulp aan hulpbehoevenden.

En hoewel ik toch al enige ervaring had met Aziatisch boeddhisme kreeg ik daar het gevoel alsof mijn hoofd ineens omgedraaid werd en ik even in een andere richting mocht kijken. Verrassend genoeg was dat in de richting van een toekomst die ik nooit vermoed had!

Zijn zulke grote internationale bijeenkomsten een nieuwe ontwikkeling? En hoe wijzen die naar een onvermoede toekomst?

Het is nog maar sinds kort dat dergelijke conferenties op zo'n grote schaal worden georganiseerd. Dat heeft natuurlijk te maken met de snel veranderende wereld. We leven tegenwoordig in een 'global community' met een 'global economy' en een 'world-wide-web'. Daardoor zijn ook de problemen zo groot geworden als de wereld zelf; dat levert angst op, maar ook nieuwe mogelijkheden. De noodzaak om op mondiaal niveau te communiceren in plaats van te polariseren is nog nooit zo groot geweest, en noodzaak maakt ons creatief! Dat geldt dus ook voor het moderne boeddhisme.

Het was in Bangkok bijvoorbeeld prachtig om te zien hoe de tradities, theravada en mahayana, uit zoveel verschillende landen met wederzijds respect een nieuwe verhouding tot elkaar zoeken. En het blijft niet alleen bij mooie woorden. Er worden allerlei initiatieven ontplooid om de ontwikkeling van het internationaal boeddhisme te bevorderen en verrassend genoeg gebeurt dat vaak met de instemming en steun van de grote politieke leiders.

China lijkt hier trouwens het voortouw te nemen. Afgelopen juni was ik in Hong Kong voor een bijeenkomst van de 'World Alliance for the Buddhist Culture Exchange' en daar werd o.a. voorgesteld om een internationale vierjarige boeddhistische opleiding (master's degree) op te zetten in een samenwerkingsverband tussen de Renmin universiteit en de Liuzu tempel. (Dat is het historische klooster dat Huineng, de zesde patriarch, destijds heeft gevestigd.) Eenentwintig van de dertig studenten die aan deze opleiding mogen beginnen, kunnen aanbevolen worden vanuit het buitenland en al hun studie-, verblijfs- en reiskosten worden vergoed. Dat soort grootschalige projecten kunnen wij ons hier nauwelijks voorstellen. Je voelt dan ineens de kracht van een boeddhistische beweging die niet marginaal is, zoals bijvoorbeeld in Europa, maar duidelijk 'mainstream.' Dat laatste is ook wel even wennen. Je kunt je niet meer zo gemakkelijk in die marge verschuilen; de maatschappelijke relevantie schept ook verwachtingen en verplichtingen.
Zenconferentie in Hong Kong
Heb je nog veel persoonlijke contacten kunnen leggen en mensen ontmoet met wie je verdere perspectieven kunt bespreken?

Eerlijk gezegd is dat de voornaamste reden waarom ik naar dit soort conferenties ga. Met name in Hong Kong was er volop gelegenheid om direct met individuele deelnemers te communiceren. Ik heb gesproken met monniken en leken uit China, India, Thailand, Sri Lanka, Cambodja, Laos, Vietnam, Korea, Mongolië en Bhutan, om maar een aantal voorbeelden te noemen. Er waren ook zo'n twintigtal vertegenwoordigers uit westerse landen, waarvan ik sommige al kende vanuit Bangkok.

Degene die daar het meeste indruk op me heeft gemaakt is meester Dayuan, de huidige abt van het Liuzu klooster. Jong, – 42 jaar - en superenergiek als hij is, staat model voor een nieuwe generatie van boeddhistische abten in China. Zijn boek Tuning into the Voice of Zen, dat hij me had gegeven, heb ik in het vliegtuig terug in één adem uitgelezen. Fascinerend en verrassend herkenbaar modern boeddhisme.

In één van zijn presentaties had hij het over een tweede Renaissance. Volgens hem heeft de eerste Renaissance de mens bevrijd van theocratie en de basis gelegd voor de moderne industrialisatie, maar helaas zijn we nu slaaf geworden van de machine. Daarom is er een tweede Renaissance nodig om ons te bevrijden van de machine, en een hernieuwd boeddhisme kan daarin een belangrijke rol spelen.

Naast inzicht en compassie zijn internationale samenwerking en overleg sleutelwoorden die steeds terugkomen. Tijdens de conferentie in Hong Kong werd -- ook de volgende bijeenkomst in Sri Lanka voorbereid, die in september gaat plaatsvinden. Verrassend genoeg komt daar ook veel oude en hedendaagse kunst bij te pas omdat men vindt dat kunst een belangrijke plaats inneemt in het communiceren van boeddhistische waarden.

Soms knijp ik mezelf even in m'n arm; ik had altijd al vermoed dat het boeddhisme een wereldwijde inspiratie kon worden, maar dat in onze tijd Azië daartoe misschien wel eens het initiatief zou kunnen nemen, had ik nooit kunnen bedenken. We geloven toch nog vaak dat alle echte vernieuwingen uit het Westen komen en dat het moderne boeddhisme een westers boeddhisme gaat worden. Maar daar kun je dus blijkbaar een groot vraagteken bij zetten. Ik vind dat nogal verwarrend, maar ook razend interessant. De afgelopen jaren heb ik voor de grap weleens gezegd dat de toekomst van het boeddhisme in Azië ligt. Wie weet is dat nog waar ook!

Wat betekent dit nu allemaal voor Zen River? Je woont op het Nederlandse platteland en jouw achtergrond is toch vooral Amerikaans?

Ja, de White Plum is natuurlijk ons ouderlijk huis en de transmissie van de dharma zoals Myoho en ik die heb ontvangen zal altijd onze hoogste prioriteit zijn. Bovendien willen we graag de vernieuwingen die door de eerste generatie Japanse leraren in het Westen zijn geïnitieerd en door latere generaties verder zijn ontwikkeld, blijven volgen. Dat bijvoorbeeld niet alleen mannen en vrouwen, maar ook monniken en leken samen hetzelfde trainingsprogramma volgen en elkaar daarin kunnen aanvullen, vinden wij een belangrijk aspect van onze zenbeoefening. Verder is de verhouding tussen leraar en leerling, vooral voor de tweede en derde generatie, natuurlijk flink veranderd.

En ja, onze Nederlandse geografische en sociale omgeving heeft ook zijn invloed. Wat dat betreft prijs ik ons trouwens zeer gelukkig. Blijkbaar is er in Nederland, zelfs in het verre Uithuizen, een ruimhartigheid en internationale oriëntering die ons alle kansen geeft. Elke zondagavond doen we een openbare dienst, en dan komen er altijd wel een aantal geïnteresseerde buurtbewoners. Iedereen vind het blijkbaar prima dat we pionieren op de Groningse klei en daarbij de Japanse traditie niet zomaar aan de kant zetten, vooral omdat we daar ook uitgebreide contacten mee onderhouden.

Ik persoonlijk heb er geen behoefte aan om de boeddhistische cultuur van een bepaald land te idealiseren. Maar we kunnen wel van elkaar leren. We hebben de afgelopen jaren niet alleen Amerikaanse en Japanse leraren, maar ook monniken uit Bhutan en Sri Lanka op bezoek gehad en dat was heel enerverend.

We zijn nu eenmaal onderdeel van een groot geheel – mondiaal boeddhisme dus – en ik denk dat we onze eigen specifieke rol beter kunnen begrijpen als we ons zo breed mogelijk oriënteren. Het geeft ons ook de kans om eventuele nationale conditioneringen te doorzien en zo nodig te doorbreken. Zo ben ik via Japan het Amerikaans boeddhisme anders gaan zien, en nu vind ik het heel interessant om vanuit andere Aziatische tradities naar het Japanse boeddhisme te kijken. Dan blijkt bijvoorbeeld dat Japan een uitzonderingspositie inneemt omdat monniken er kunnen trouwen. Verder ben ik, door met buitenlandse ogen naar Nederland te kijken, me ook meer bewust geworden van onze eigen nationale kwaliteiten en mogelijkheden voor de dharma.
Zen River 5 mei 2012
Heb je het gevoel dat er al een 'Nederlandse' vorm van boeddhisme ontstaan is? Of is het daar nog te vroeg voor?

Ik denk dat we daar voorzichtig mee moeten zijn. Een al te groot verlangen naar een eigen identiteit kan een spontane en organische ontwikkeling in de weg staan. En als je het grote geheel uit het oog verliest, kun je ongemerkt weer vervallen in oude patronen waarvan alleen het etiket boeddhistisch is. Dus wat dat betreft is het beter om onszelf de tijd te geven.

Ik ben trouwens hard bezig met het samenstellen van handleidingen die de verschillende trainingselementen in Zen River tot in detail beschrijven. Het is eigenlijk een soort positiebepaling: wat doen we nu eigenlijk en waar staan we voor. Dat blijkt nodig omdat tegenwoordig het woord zen zo'n beetje overal voor gebruikt kan worden en daardoor als term nogal verwaterd is. Een belangrijk aspect in die gidsen is de rol van het klooster. Ik denk dat de traditie niet goed doorgegeven kan worden zonder dat er, naast een gezonde lekengemeenschap, ook kloosters en monniken zijn – alhoewel de modellen daarvoor natuurlijk aangepast dienen te worden.

Wij zien het klooster als een oefenplek, een spirituele werkplaats waar iedere geïnteresseerde naar toe kan komen om dit leven diepte te geven, en dingen te leren waar je thuis mee verder kan. Mensen die daar fulltime in training zijn inspireren de mensen die voor kortere tijd meedoen, en omgekeerd. Het is een nieuw model, een soort 'open' klooster waar dus iedereen welkom is, maar waar ook tijd en ruimte bestaat om de beproefde leermiddelen van meditatie, ritueel, studie van de klassieken en bodhisattva-activiteit volledig tot hun recht te laten komen en verder te ontwikkelen.

Ik heb trouwens op internationale conferenties in Azië vaak gemerkt dat men vooral daarin geïnteresseerd is. Als persoon ben ik niet zo interessant, maar als abt van een pionierend klooster en vertegenwoordiger van een actieve sangha blijkbaar wel. Daar hebben mijn gesprekspartners vanuit allerlei landen meteen oren naar; ze vragen dan nieuwsgierig naar ons trainingsprogramma. En als vervolg op mijn Amerikaanse periode hebben de Aziatische avonturen van de laatste jaren me enorm geholpen om daar duidelijkheid in te krijgen.  

Bronnen
Zen River Teachers and Lineage United Nations Day of Vesak 2013





Terug naar Artikelen