Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 3 juli 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Eer aan de vertalers!

Jildi Mohamad Sjah

ertalers zijn voor de overdracht van de leer van de Boeddha even onmisbaar als de leraren. Het begon al met de Boeddha. Hij gaf onderricht in zijn eigen taal, het Oud-māgadhī, de taal van Magadha en omstreken, het gebied waar hij de meeste leerredes hield. Zijn preken werden vertaald in de taal van het aangrenzende koninkrijk Avanti. In die taal, Pali genoemd, zijn de verzamelde preken hun tocht over de wereld begonnen.

De Boeddha zei tot Ananda dat men na zijn dood niet moest concluderen dat men nu geen leraar meer had. De leer en de discipline die door hem waren onderwezen, zouden voortaan de leraar zijn. Dankzij de memorisatietechnieken van de monniken en uiteindelijk het opschrijven van de leer is deze behouden gebleven en doorgegeven in vele talen, door bemiddeling van vertalers.

De droom van keizer Ming

Er bestaat een traditie om de vertalers van de leer op een speciale wijze te eren. Eén van de oudste verhalen van eerbetoon komt uit Luoyang, provincie Henan, China. Het verhaal begint met een droom van keizer Ming (58–75) uit de Han-dynastie. In deze droom zag hij een godheid, wiens lichaam stralend was als de zon, langs zijn paleis vliegen. De keizer was onder de indruk van deze verschijning en hij vroeg zich af wie deze godheid zou kunnen zijn.

Hij raadpleegde de geleerden aan zijn hof. Gelukkig wist de geleerde Fu Yi dat er in India iemand was die de Tao had bereikt en ‘Boeddha’ werd genoemd. Deze ‘Boeddha’ vliegt door de lucht en zijn lichaam is stralend als de zon, zo wist hij, dat moest de godheid uit de droom zijn. Daarop zond de keizer gezanten naar het Westen om op zoek te gaan naar deze godheid, genaamd ‘Boeddha’.

In het jaar 68 kwamen de gezanten terug in gezelschap van de twee Indiase monniken, Dharmaraksa en Kashyapa Matanga. Zij brachten boeddhistische geschriften mee die op de rug van witte paarden waren gebonden. Ter ere daarvan werd een tempel gebouwd, die nog steeds de ‘Tempel van het Witte Paard’ heet.

De tekst die de monniken en hun paarden hadden meegevoerd, was genaamd 'De Sutra met de tweeënveertig hoofdstukken'. De graven van Dharmaraksa en Kashyapa Matanga zijn te vinden op het terrein van de tempel. Dit is het verhaal dat aan bezoekers van de tempel wordt verteld.

De Sutra met de tweeënveertig hoofdstukken

Volgens de Leidse sinoloog E. Zürcher, de in 2008 overleden schrijver van de baanbrekende studie The Buddhist conquest of China, is het aan de hand van de geografische ligging aan de Zijderoute aannemelijk, dat er rond 68 contact met het Westen bestond en dat er een tempel is opgericht. Tegelijkertijd is er rond die tijd een tekst samengesteld die 42 hoofdstukken telde en in het jaar 67 werd vertaald in Luoyang.

De oorsprong van deze tekst is gehuld in legenden. Er wordt echter al in 165 uit deze tekst geciteerd. Nog steeds is onzeker of deze tekst een vertaling uit het Sanskriet is of een Chinese compilatie die in een een groot aantal hoofdstukken is gegoten naar het voorbeeld van Daodejing (ook wel geschreven als Tao Te Ching). De oorspronkelijke tekst is gebaseerd op de leer van het oude boeddhisme. Er zijn verscheidene versies van de tekst, maar de versie in de Koreaanse Tripitaka komt overeen met de tekst uit Luoyang.

Monumenten voor vertalers

In China zijn op meer plaatsen tempels en kloosters te vinden waar beroemde vertalers, die met gevaar voor eigen leven boeddhistische teksten in India en Bactrië (nu Afghanistan) hadden opgespoord, zich na hun terugkeer aan hun vertaalwerk hebben gewijd. Koningen komen en gaan, en in India weet men nu zelfs niet meer wie koning Ashoka was die van gevreesd veroveraar werd bekeerd tot groot verspreider van de leer van de Boeddha. Is het niet opmerkelijk dat, alle machtswisselingen en culturele revoluties ten spijt, men in China nog steeds het verhaal van de twee monniken kent, die uit India naar Luoyang kwamen met paarden beladen met teksten? Mede hierdoor werd het boeddhisme in China geïntroduceerd. In Nederland worden er geen tempels voor vertalers gebouwd, maar een ridderorde lijkt hier een terecht eerbetoon voor het werk van de Pali-vertalers Jan de Breet en Rob Janssen.  

Bronnen
Zürcher, E. The Buddhist Conquest of China. The Spread and Adaptation of Buddhism in Early Medieval China. Leiden: Brill, 2007 (oorspr. uitgave 1959), p. 29.
http://www.youtube.com/watch?v=NZgMbQ9mHoY





Terug naar Artikelen