Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 20 september 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Op zoek naar westerse dharmataal

Han F. de Wit

Dr. Han F. de Wit, psycholoog, werd in 1975 leerling van Chögyam Trungpa Rinpoche. Hij is acharya (leraar) in de Shambala-traditie van het Tibetaanse boeddhisme. Recent verscheen zijn nieuwste boek Wijsheid in emotie: over de mandala van de vijf boeddha’s.
an de ontwaakte staat worden verwoord in de taal van de niet-ontwaakte staat, op een manier die mensen op weg helpt naar dit ontwaken? Dat was de vraag die de Boeddha zich zeven weken lang stelde, zittend onder de Bodhiboom, waar hij samyaksamboeddha, de staat van Volledig Ontwaakt-zijn, had bereikt. Hij verdiepte zich in die vraag uit compassie voor de niet-ontwaakte mens en in het volle besef dat dit een riskante onderneming zou zijn.

Riskant, omdat het gevaar bestaat dat mensen de ontwaakte staat gaan interpreteren in termen van de niet-ontwaakte staat en zo hun begrip ervan op maat van hun huidige begrip snijden. Zijn onderricht, de boeddhadharma, zou daardoor vervormd raken tot iets dat ons niet langer kan bevrijden van onze egocentrische en pijnlijke werkelijkheidsbeleving, maar tot iets dat wonderwel in onze niet-verlichte visie lijkt te passen en ons zo juist verder aan die visie bindt.

Gecastreerde dharma

Dit is een universeel spiritueel probleem, dat ook in onze tijd aan de orde is: ook wij lopen het risico om de boeddhadharma aan te passen aan en in te passen in begrippen en denkwijzen, waarin wij als gewone, niet-verlichte mensen zijn opgevoed en geschoold. Dan zeggen we al gauw, wanneer we de dharma horen: 'Ah! Dat beweren mijn lievelingsauteurs Jung, Maslow en Rogers ook!' Of: 'Die gedachten vind ik ook bij Kant, Husserl en Wittgenstein'. En zelfs: 'Ja, dat zegt de moderne fysica ook!' Als we zo naar de dharma luisteren, horen we nooit iets nieuws. We horen alleen bevestigingen van de visie en de begrippenkaders die we al hebben. Dat is misschien wel prettig, maar we leren er niets van.

We zouden dan een geamputeerde – zeg maar gecastreerde – dharma krijgen, die geen enkele spiritueel transformerende potentie meer heeft, maar die tot een prettig intellectueel consumptiegoed is verworden. En voor zover de visie van de Boeddha niet lijkt te passen op onze conventionele begrippenkaders, verliezen we dan al gauw alle interesse of verwerpen we haar als ‘niet van deze tijd’. Maar kan het anders? Is het onvermijdelijk om de boeddhadharma in te passen in onze huidige denkkaders? Is zwijgen – en de Boeddha heeft dat zeven weken lang serieus overwogen – dan toch eigenlijk de enige optie of kan men spreken? Een waar dilemma!

Nieuwe wijn in oude zakken

De Boeddha loste dit dilemma op een hele praktische manier op: hij begon de bestaande begrippenkaders en denkpatronen, waarmee de mensen in zijn tijd vertrouwd waren op te rekken in de richting van zijn visie, als het ware te infiltreren. Door ze op een iets andere manier te gebruiken in zijn onderricht, begonnen de betekenissen van de termen die hij daartoe gebruikte te verschuiven en wel in een richting die hij heel helder voor ogen had: in de richting van de ontwaakte staat. Vanuit zijn ontwaakte staat keerde hij bestaande termen eens om en om en onderzocht ze op hun mogelijkheden om zijn visie, zij het ook voorlopig en onvolledig, mee uit te drukken.

Wat hij deed was in zekere zin nieuwe wijn gieten in oude zakken. Maar wel zo, dat deze krachtige wijn inwerkte op het materiaal en de vorm van de zak waarin zij werd gegoten. En wanneer zijn leerlingen zo dan wat los raakten van hun gebruikelijke manier van betekenis toekennen aan deze termen en begonnen te beseffen dat de Boeddha toch wat anders bedoelde dan wat zij aanvankelijk dachten, dan bood de Boeddha weer verder onderricht in termen waarvan de betekenissen nóg weer verder af stonden van de conventionele denkwereld van zijn tijd en cultuur en die weer dichter bij zijn visie stonden. Beginnend met een formulering van zijn realisatie in een taal die dicht bij de conventionele noties van zijn tijd lag, schiep hij zo een reeks van ‘dharmatalen’ , die op elkaar voortbouwden en steeds vollediger zijn visie konden overdragen.

Wat de Boeddha deed is kenmerkend voor het boeddhisme als levende traditie. In de loop van 2500 jaar boeddhisme - zijn er steeds weer mensen geweest, die zich de verlichte visie van de Boeddha hebben eigen gemaakt en die vandaar uit in hun tijd en cultuur nieuwe uitdrukkingsvormen zochten en vonden om zijn visie en de weg erheen toegankelijk te maken.

Westerse dharmataal
Chögyam Trungpa

Nu het boeddhisme in het Westen - steeds dieper wortel schiet is het proces van het ontwikkelen van een westerse dharmataal gaande. In onze tijd geplaatst, zou de Boeddha ongetwijfeld zijn oog hebben laten vallen op onze gangbare psychologische, filosofische en religieuze begrippenkaders, omdat daarin termen te vinden zijn die over de menselijke geest en ervaring gaan. Maar hij zou dan wel de betekenis van deze termen zó ombuigen, dat de boeddhistische visie op de menselijke geest en ervaring erdoor kan worden uitgedrukt. En dat is precies wat Chögyam Trungpa, sinds zijn komst naar het Westen is gaan doen.

Chögyam Trungpa Rinpoche is daardoor een van de meest invloedrijke boeddhistische leraren geworden, die in de tweede helft van de vorige eeuw vanuit Tibet naar het Westen kwamen. Vanuit zijn klassieke boeddhistische training die hij in Tibet als abt van de kloosters in Surmang had ontvangen, zocht hij naar westerse termen, die zich leenden voor het communiceren van de visie van de Boeddha in onze cultuur en tijd. Zijn studie van de westerse psychologie en filosofie aan de Universiteit van Oxford stelde hem in staat om dat zó te doen, dat wij kunnen horen dat hij iets nieuws zegt in termen die wij wellicht in een ander verband hebben geleerd.

Trungpa past niet de boeddhadharma aan bij psychologische denkkaders en begrippen, maar, andersom, hij past psychologische termen en begrippenkaders aan bij de presentatie van de dharma. Zoals gezegd is dat een riskante, maar onvermijdelijke onderneming. Want we kunnen gemakkelijk de indruk krijgen dat Trungpa van de boeddhadharma een psychologie heeft gemaakt, terwijl hij in feite het omgekeerde doet: van begrippen uit de westerse psychologie een voertuig maken - dat bruikbaar is om essentiële noties uit het boeddhisme te communiceren.

Spanningsveld

Tussen boeddhisme en psychologie bestaat een spanningsveld. Ik heb als psycholoog en leerling van Trungpa dat spanningsveld aan den lijve ondervonden. Nadat ik kennis had gemaakt met de boeddhistische visie op de menselijke geest en ervaring, besefte ik dat onze westerse psychologie aan een groot aantal kernthema’s van ons bestaan voorbij gaat. In deze psychologie is weinig tot niets te vinden over hoe om te gaan met levensangst, kortzichtigheid en hardvochtigheid – laat staan over hoe ons daarvan te bevrijden – en over hoe levensmoed, helderheid van geest en compassie te ontwikkelen. Ik begon mij destijds dan ook af te vragen of het wel zinnig was mij met deze psychologie nog langer bezig te houden en legde deze vraag tenslotte voor aan Trungpa Rinpoche. Zijn antwoord was: 'Meditate more and study the buddhadharma more. Then go back to psychology'. Dat advies heb ik opgevolgd en dat heeft bij mij, bij terugkeer naar de psychologie, geleid tot het schrijven van onder meer De Verborgen Bloei.

Maar dat spanningsveld is ook voelbaar in de wijze waarop Trungpa zelf zich tijdens zijn leven uitsprak over de westerse psychologie en psychotherapie. Hij liet zich daar bij tijden uiterst kritisch over uit. Dat gebeurde altijd wanneer hij de indruk had dat westerse psychologen en psychotherapeuten de boeddhadharma op maat van hun eigen theorieën probeerde te snijden. Hij noemde dat ‘het redigeren van de boeddhadharma’, waarmee hij het op maat snijden naar westerse ideeën bedoelde. Wanneer hij zag dat bepaalde aspecten van de boeddhistische visie en haar beoefening in een geheel andere, psychologische of psychotherapeutische context geplaatst en als ‘boeddhisme’ werden gepresenteerd, dan verzette hij zich daar met alle kracht tegen, ook in zijn geschriften.

Maar wanneer psychologen en psychotherapeuten open stonden voor de inzichten die Trungpa - gebruik makend van termen uit hun eigen discipline - aan hen voorlegde, dan vond hij niet alleen bij deze mensen zijn meest inspirerende en toegewijde gehoor, maar was er ook ruimte voor hem om zijn grote waardering voor de westerse psychologie te uiten. Dan was er ruimte om, geïnspireerd door boeddhistische en de westerse benaderingen, samen met deze mensen te zoeken naar nieuwe psychologische inzichten, nieuwe begrippenkaders en nieuw woordgebruik.  

Bewerkt voorwoord bij Chögyam Trungpa. Je Gezonde Kern; een boeddhistische benadering van psychologie. Utrecht: Ten Have, 2006.





Terug naar Artikelen