Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 3 juli 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Boeddhistisch nationalisme in Birma

Maung Zarni in Tricycle

aung Zarni is een Birmees politiek activist en geleerde. Hij is verbonden aan de London School of Economics en de stichter van de Free Burma Coalition. Jelle Seidel vertaalde een aantal stukken uit zijn artikel in het voorjaarsnummer 2013 van Tricycle.

Voor mensen buiten Birma zijn de beelden van theravada-monniken tijdens de saffraanrevolutie van 2007 nog vers. Gesteund door de devote boeddhistische bevolking reciteerden deze monniken in de straten van Rangoon, Mandalay en Pakhoke-ku de soetra van de liefdevolle vriendelijkheid, metta. Zij kwamen in tijden van economische malaise op voor verbetering van het publieke welzijn van Birmese boeddhisten. De dappere protesten van deze monniken, blootsvoets tegen de heerschappij van de junta, waren een mooi voorbeeld van geëngageerd boeddhisme, een soort boeddhistisch activisme dat spoort met een eeuwenoude, oriëntalistische, uit de context gehaalde visie op boeddhisme. Die visie is: boeddhisten zijn aimabele, glimlachende en gastvrije mensen die aandachtig leven en die de niet-boeddhistische wereld veel te bieden hebben als om het stichten van vrede gaat.

Uitwissen Rohingya-identiteit

Maar in het afgelopen jaar werd de wereld geconfronteerd met beelden van dezelfde monniken in dezelfde pij, nu demonstrerend tegen het geven van hulp door de organisatie 'Islamic Nation' aan hongerende Rohingya-moslims in hun vluchtelingenkampen. Daarheen zijn ze in hun eigen land verjaagd door Rakhine-boeddhisten. Het genocidale boeddhistische racisme tegen de Rohingya, een minderheidsgemeenschap van bijna een miljoen mensen in de westelijke Birmese provincie Rakhine (ook bekend als Arakan), leidde tot een internationale humanitaire crisis.

De militaire junta heeft op meedogenloze wijze geprobeerd de ethische identiteit van de Rohingya uit te wissen. Die was in 1945 officieel erkend door de democratische regering van minister-president U Nu. Sinds juni 2012, toen het geweld begon, hebben de Rohingya zwaar geleden: 90% van de doden en vernietigde eigendommen waren de hunne, inclusief de vernietiging van complete dorpen en wijken. Na de eerste uitbarsting van geweld volgden er in West-Birma nog verscheidene golven van moord, brandstichting en plundering tegen de Rohingya. Birma's veiligheidstroepen steunden dit alles.

De afgelopen jaren is een buitengewoon krachtig en gevaarlijk soort racisme ontstaan onder theravada-boeddhisten in Birma. Ze hebben meegedaan aan de vernietiging en uitwijzing van de gehele bevolking van Rohingya-moslims. De wreedheden uit naam van het Birmees boeddhistisch nationalisme zijn onmogelijk te verenigen met het ideaal van metta. Boeddhistische Rakinezen gooiden jonge Rohigya-kinderen voor de ogen van familieleden in de vlammen van hun eigen huizen. Op 3 juni 2012 werden tien moslimpelgrims van buiten de provincie uit een bus gehaald in de plaats Taunggoke (Rakhine), ongeveer 200 kilometer ten westen van de voormalige hoofdstad Rangoon. Een meute van ongeveer 100 boeddhistische mannen sloeg ze midden op de dag, voor de ogen van publiek en politie, dood.

Een van de meest schokkende aspecten van het anti-Rohingya racisme is dat de overweldigende meerderheid van de Birmezen, in het bijzonder die in binnenlanden van Noord-Birma, nooit een Rohingya in persoon hebben ontmoet. De meeste Rohingya leven in de provincie Rakhine, West-Birma, vlakbij Bangladesh.

Fysiek voorkomen is – naast taal, religie, cultuur en klasse – een op zichzelf staand kenmerk in een gemeenschap van nationalisten. Het belang ervan wordt vaak onderschat bij onderzoek naar racisme in Azië. Rohingya zijn mensen met een donkere huidskleur, in de volksmond soms 'Bengali kalar' genoemd. Inderdaad, de lichter gekleurde boeddhisten in Birma staan niet alleen in hun angst voor donkerhuidigen, ook niet in hun geloof dat hoe blanker de huid, des te begeerlijker, respectabeler en beschermd men is.

De virulente haat tegen en onderdrukking van moslims geldt ook voor boeddhisten die verdacht worden van hulp aan Rohingya. In oktober 2012 werden plaatselijke Rakhine-boeddhisten uitgescholden, vernederd en in publieke optochten getoond met handgeschreven borden, waarop stond: 'Ik ben een verrader'. Hun misdaden? Kruidenierswaren verkopen aan Rohingya.

De roze gekleurde oriëntalistische bril waarmee mensen uit het Westen het boeddhisme bezien is zo overheersend, dat ze vaak geschokt zijn wanneer ze horen over de wreedheden van gewapende boeddhistische massa's en de staten die het boeddhisme hebben geadopteerd of gemanipuleerd als onderdeel van het ideologische staatsapparaat. (Boeddhisme misbruikt voor het nastreven van politieke, nationalistische doelen dus. js)

Het populaire beeld van het boeddhisme als een vredelievende, religieus-humanistische leer die immuun is voor dogma's, is in tegenspraak met een lange geschiedenis van gewelddadige boeddhistische Rijken. Dit begon met het Rijk van koning Ashoka op het oude Indische subcontinent tot de monarchieën van het voorkoloniale Sri Lanka en Siam, en de Khmer en Birmese koninkrijken, die oorlog voeren soms legitimeerden met behulp van de dharma. De onderdrukking onder verantwoordelijkheid van de Birmese president Thein Sein en zijn Srilankese collega Rajapaksa past in een lange serie gewelddadige boeddhistische regimes.

Genocide?

Tot zover een vrije vertaling van het eerste deel van Zarni's artikel. In het tweede deel analyseert hij welke factoren tot deze genocide hebben geleid.

Is het wel genocide? Hij citeert de Internationale Conventie van de VN (1951) op dit punt. Die definieert genocide als daden, gepleegd met de intentie een nationale, etnische, raciale of religieuze groep gedeeltelijk of totaal te vernietigen. Hieronder vallen:
- het vermoorden van leden van de groep;
- het veroorzaken van ernstige geestelijke of lichamelijke schade aan leden van de groep;
- het opzettelijk implementeren van leefomstandigheden die gericht zijn op gedeeltelijke of totale fysieke
  vernietiging van de groep
- maatregelen die erop gericht zijn geboorten binnen een groep te verhinderen;
- het onder dwang transformeren van kinderen van de ene groep naar een andere groep.

Volgens Zarni zijn in Birma de eerste vier daden gepleegd.

Nationaal boeddhisme

De Birmese staat heeft de heersende islamofobie met succes gemobiliseerd door middel van de staatsmedia en de sociale media. Deze media lopen over van de haat: beelden van moslimslachtoffers op Facebook worden in het hele land met instemming begroet. Mensenrechtenactivisten en journalisten die hier tegenin gaan worden bedreigd. Kennelijk is de Birmese maatschappij onvoldoende doordrongen van westerse waarden als mensenrechten en democratie. Ook Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi spreekt zich ondanks dringende oproepen niet uit. De leiders van de mensenrechtenbeweging in Birma zijn kennelijk niet in staat om hun idealen ook voor moslims te laten gelden. Suu Kyi heeft een andere agenda: ze wil de verkiezingen van 2015 winnen met een meerderheid van boeddhistische stemmen.

Boeddhisme is een religieus en filosofisch systeem, geen leer die gaat over het besturen van een land. Het heeft maar weinig zicht op nationale staten. In Birma kan het boeddhistisch humanisme niet op tegen overheersende maatschappelijke vooroordelen en de ultranationalisten die ze propageren. Die militairen en politici belijden steevast dat ze boeddhist zijn, nemen deel aan religieuze rituelen en ondersteunen boeddhistische instellingen. Vervolgens begaan ze zware misdaden tegen vermeende vijanden van het boeddhisme, de boeddhistische staat, boeddhistische rijkdom, boeddhistische vrouwen en boeddhistisch land. De invloedrijke boeddhistische geestelijkheid heeft zich daarin laten meeslepen. In plaats van het benadrukken van beginselen als religieuze tolerantie, non-discriminatie en sociale insluiting, zijn ze de Rohingya openlijk gaan bekritiseren en actie tegen ze gaan voeren.

Het Birmese boeddhisme heeft in de Britse koloniale tijd (1824 tot 1948) een positieve rol gespeeld bij de vorming van een nationale identiteit, die politieke tegenstellingen en klassenverschillen overbrugde. De onafhankelijkheidsstrijders - onder wie Aung San, Suu Kyi's vader – hadden een multicultureel, seculier en liberaal nationalisme voor ogen, maar ze kwamen niet ver. Het land raakte na de moord op Aung San in chaos. Het huidige racisme is een direct gevolg van een halve eeuw militaire dictatuur en isolement. Onder de opgesloten bevolking vormde zich een eenzijdige nationale identiteit met de dominante etnische groep en het boeddhisme als kern. In de huidige tijd kan Birma's nationale staat dit racisme onder boeddhistische meerderheid goed gebruiken. De leiders van het land, nog steeds veelal militairen, blijven pretenderen praktiserende boeddhisten te zijn en smeden de nationale boeddhistische eenheid door Birmese burgers op te zetten tegen moslims. Zo besteden ze de etnische zuivering van Birma uit aan de boeddhisten in Rakhine.  

Bron
Zarni, M. 'Buddhist Nationalism in Burma; institutionalized racism against the Rohingya Moslims led Burma to genocide.' Tricycle, Spring 2013, pp. 50-55.





Terug naar Artikelen