Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 3 juli 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Kapitein Somya Malasri

Boeddhistische aalmoezenier

Kees Moerbeek

oeddhistische geestelijke verzorging in het leger is in Nederland nog lang niet aan de orde. In de VS wel. Kapitein Somya Malasri is sinds 15 mei 2010 boeddhistische aalmoezenier in het Amerikaanse leger. Hij werd op 11 september 1970 geboren in Buriram Province, Thailand. Toen hij 17 was werd hij novice in een boeddhistische tempel, vlakbij Phuket. Daar bestudeerde hij vier jaar lang boeddhistische geschriften en mediteerde. Officieel werd hij op 1 juni 1991 monnik en vertrok voor zijn vervolgopleiding naar Bangkok. Van 1994 tot 2000 studeerde hij aan de Mahachulalongkorn Buddhist University.

In 2001 werd hij door de Thai Buddhist Sangha Council in de VS gevraagd om Thaise cultuur en boeddhisme aan de Thaise gemeenschap te onderwijzen. Tijdens zijn werk ontmoette hij een boeddhistische militair, die gezegend wilde worden voor zijn vertrek naar Irak. Toen besefte Malasri voor het eerst dat hij boeddhistisch geestelijk verzorgende was.

‘Disrobed’

Met de bedoeling om boeddhistische aalmoezenier te worden, meldde hij zich in 2005 aan voor het Amerikaanse leger. Hij legde zijn pij af, want in de theravada-traditie kun je geen monnik en soldaat tegelijkertijd zijn. In 2010 werd Malasri aalmoezenier.

In 2008 zei Malasri tijdens een interview: ‘Voor christenen zijn er veel aalmoezeniers in het leger van de VS. Maar er zijn nog geen boeddhistische aalmoezeniers voor boeddhistische soldaten in het leger. Ik zou graag de kennis die ik tot nu vergaard heb graag met die soldaten delen. Misschien kan ik ze helpen met hun spirituele oefening en hun meditatiepraktijk. Misschien kan ik ze helpen een goede boeddhist en tegelijkertijd een goed soldaat te zijn. Persoonlijk vind ik het ook prettig om anderen te helpen. Soms hebben mensen die lijden niemand om mee te praten. Ik kan de persoon die naar hen luistert en begeleiden.’

‘In de Pācittiya van de Bhikkhu Pāṭimokkha staat dat monniken geen militaire kampementen en militaire bewegingen mogen gadeslaan. Er zijn drie of vier van die regels. Het zegt ook dat monniken geen burgerkleding mogen dragen, maar als je in het leger dient moet je een uniform dragen.’  

Bronnen
Interview met Somya Malasri, 2008

Buddhist Monastic Code I, Chapter 8.5 Pācittiya: The Naked Ascetic Chapter





Terug naar Artikelen