Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 3 juli 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Onderweg naar Boeddhisme 2.0

Stephen Batchelor zet een nieuwe stap

Jacques den Boer

tephen Batchelor is de seculiere boeddhist bij uitstek. Het laatste halfjaar timmert hij internationaal aan de weg met zijn idee voor Boeddhisme 2.0, de westerse versie van Boeddhisme 1.0, zijn eigentijdse naam voor het traditionele boeddhisme. De vernieuwing die hij bepleit, raakt het hart van het boeddhisme: een ‘remake’ van de vier edele waarheden uit de Pali-canon.

De gedrevenheid van Batchelor (60) komt voort uit zijn ervaringen als monnik en uit de reacties die hij krijgt als boeddhistisch leraar in tal van westerse landen. Tien jaar was hij boeddhistisch monnik , eerst in de Tibetaanse Gelug-traditie in Dharamsala (India), Zwitserland en Duitsland, vervolgens in de zentraditie in Zuid-Korea. Begin 1985 trad hij uit en trouwde met de Française Martine Fages. Zij was sinds 1975 non in het zenklooster geweest.

Wat Batchelor in zijn tien monniksjaren steeds meer ging dwars zitten was de metafysische kant van het boeddhisme. In het bijzonder wedergeboorte in bovennatuurlijke werelden als resultaat van de wet van karma vond hij volstrekt ongeloofwaardig. Ook de verplichting om kritiekloos te slikken wat de leraren en de eeuwenoude geschriften betogen in weerwil van de huidige wetenschappelijke kennis, bijvoorbeeld van de menselijke evolutie en erfelijkheid, werd hem te veel.

Terug in Engeland – leek en getrouwd – maakte hij kennis met de theravada en de Pali-canon. Drie jaar geleden verscheen Confession of a Buddhist Atheist, een jaar vertaald als Bekentenis van een boeddhistisch atheïst. Zijn autobiografie is daarin verweven met het verhaal over zijn speurtocht naar de persoon van de Boeddha. Hij zoekt in de Pali-canon en in het voetspoor van Siddhattha Gotama in het stroomgebied van de Ganges.

Zijn onderzoek overtuigde hem ervan dat de leer van de Boeddha zelf, ontdaan van alle toevoegingen uit later tijd, kan aansluiten bij de leefwereld van een moderne leek. Dat wil zeggen: iemand die zich thuis voelt bij een seculiere en wetenschappelijke wereldvisie en die sceptisch is ten aanzien van traditionele religieuze geloofssystemen. ‘Gotama’s stem is vol zelfvertrouwen, ironisch, soms speels, antimetafysisch en pragmatisch.’

In zijn boek vertaalde hij de eerste preek van de Boeddha, ‘De leerrede van het in beweging zetten van het rad van de Leer’. Alle passages waarin wordt uitgegaan van de wereldvisie van het oude Indië – die is gebaseerd op wedergeboorte – werden geschrapt en hij herschreef de vier edele waarheden. Met Boeddhisme 2.0 is hij nog een stap verder gegaan.

Terug naar de Boeddha

In het begin noemde hij zijn boeddhistische hervorming seculier boeddhisme. ‘Het is niet een of andere modernistische herschikking van een traditionele vorm van Aziatisch boeddhisme,‘ schreef hij vorig najaar in het Amerikaanse boeddhistische tijdschrift Tricycle.

‘Het is geen hervormd Theravada-boeddhisme (zoals de Vipassana-beweging), een hervormde Tibetaanse traditie (zoals Shambhala-boeddhisme), een hervormde Nichiren-school (zoals de Soka Gakkai), een hervormde zentraditie (zoals de Orde van Interzijn) en evenmin een hervormde hybride van sommige van deze hervormingen of van allemaal (zoals de Triratna Boeddhistische Orde, voorheen Vrienden van de Westerse Boeddhistische Orde). Het is veel radicaler: het wil teruggaan naar de wortels van de boeddhistische traditie en het boeddhisme van de grond af opnieuw doordenken.’

Zijn startpunt was alles uit de Pali-canon opzij te schuiven dat aan de Boeddha wordt toegeschreven, maar net zo goed door een brahmaanse priester of een jain-monnik uit die tijd gezegd kon zijn. Hij hield vier duidelijke sleutelbegrippen over die niet direct uit de Indische traditie lijken te komen. Dat zijn: 1. het principe van ‘specifieke voorwaardelijkheid’, voorwaardelijk ontstaan, 2. Het proces van de vier edele waarheden, 3. Het beoefenen van opmerkzaam gewaar zijn, 4. De kracht van onafhankelijk denken. (Naar de Engelse beginwoorden - principle, process, practice, power – noemt hij ze de vier P’s.)

In het webtijdschrift Journal of Global Buddhism ging Batchelor er eind vorig jaar dieper op in. Eerst de term seculier boeddhisme. Wat is seculier?

Het korte antwoord is: niet-religieus, dus zonder geloof in god, goden, geesten of bovennatuurlijke verschijnselen. Het betekent ook: zorg voor alles wat te maken heeft met de kwaliteit van het persoonlijke, sociale en natuurlijke leven op deze planeet aarde. Seculier houdt bovendien in dat het gezag over bepaalde levensgebieden niet wordt toegekend aan een ‘hogere’, religieuze instelling, maar aan een wereldlijke overheid, de staat.

Kan het boeddhisme hiermee in overeenstemming worden gebracht, vraagt Batchelor zich af. Het hervormde boeddhisme moet steunen op teksten uit de Pali-canon, in het bijzonder op de voornaamste oefeningen, leringen en ethische voorschriften, en kunnen dienen als de basis voor een bloeiend geestelijk leven van mensen in deze tijd. Zonder passende verandering ziet hij weinig of geen toekomst voor het boeddhisme.

Mindfulness

Hij noemt een jonge vrouw, Jane, als voorbeeld van de behoefte aan een seculier boeddhisme. Zij had veel pijn van littekens door ernstige brandwonden. Een arts van een pijnkliniek in Londen stelde haar voor de keus tussen een kuur met injecties of een cursus mindfulness van acht weken. Zij koos voor de cursus. De pijn verminderde niet heel sterk, maar ze leerde er wel veel beter mee omgaan en haar leven ging er enorm op vooruit. Zo ontdekte zij dat mindfulness meer is dan pijnbestrijding, namelijk een vorm van boeddhistische meditatie.

Batchelor kwam als meditatieleraar vaak mensen tegen die op deze manier het boeddhisme op het spoor kwamen: langs een seculiere weg, zonder aan religie te denken. Het soort boeddhisme dat bij zulke mensen tegemoetkomt aan de behoefte van een nieuw perspectief op hun leven, heeft weinig te maken met het traditionele boeddhisme, zegt hij.

Traditioneel boeddhisme is voor hem elke richting of school die werkt met een heilsleer uit het India ten tijde van de Boeddha. Of ze nu tot hinayana of mahayana worden gerekend, allemaal beschouwen zij nibbana/nirvana als het uiteindelijk doel van de beoefening, d.w.z. volledige beëindiging van de begeerte die de meedogenloze kringloop van geboorte, dood en wedergeboorte aandrijft. Boeddhisme, hindoeïsme en jaïnisme richten zich, met verschillende middelen, op datzelfde doel.

Maar boeddhistische sleutelbegrippen als wedergeboorte, de wet van karma en bevrijding uit de kringloop van geboorte en dood passen niet meer in het hedendaagse wereldbeeld. ‘Ze werken eenvoudigweg niet meer,’ zegt Batchelor. ‘Het zijn metafysische geloofsopvattingen, in die zin dat zij (net als het geloof in God) niet overtuigend bewezen of verworpen kunnen worden.’

Computerwereld

Hij kijkt dan naar de computerwereld om zijn standpunt te verduidelijken. De traditionele vormen van boeddhisme, of dat nu theravada, zen of Tibetaans boeddhisme is, kun je zien als softwareprogramma’s (Word, Photoshop enz.), die draaien op een besturingssysteem, nl. een Indische heilsleer, dat hij ‘Boeddhisme 1.0’ noemt.

Er zijn wel enkele nieuwe softwareprogramma’s geschreven om moderne beoefenaars te bereiken, bijvoorbeeld de al genoemde vipassana, Soka Gakkai en Shambhala. Maar zij zijn vermoedelijk ontoereikend om de culturele kloof tussen traditioneel boeddhisme en de moderne tijd te overbruggen. Het lijkt hem noodzakelijk het besturingssysteem te herschrijven. Het nieuwe systeem noemt hij Boeddhisme 2.0.

Zo’n seculiere versie van het boeddhisme is misschien wel wat de Boeddha zelf heeft onderwezen, oppert Batchelor. Hij spitst zijn betoog toe op de eerste prediking van de Boeddha. De vier edele waarheden worden traditioneel als volgt weergegeven: (1) het lijden: geboorte, ziekte, ouderdom en dood, (2) de oorsprong ervan, nl. begeerte, (3) de beëindiging ervan (nibbana) en (4) het achtvoudige pad.

Op de tekst in de Pali-canon is volgens hem nogal wat af te dingen. Het is geen woordelijke transcriptie van wat de Boeddha zei, maar een document dat in de loop van de tijd is ontwikkeld tot de vorm waarin het nu bij de verschillende boeddhistische scholen bestaat. De Britse taalkundige K.R. Norman heeft zelfs ontdekt dat in de vroegste vorm van deze basistekst het woord ‘ariya-saccam’ (edele waarheid) niet voorkomt.

Misschien hield de Boeddha zich helemaal niet bezig met kwesties als ‘waarheid’. ‘Op metafysische vragen als: ‘Is de wereld eeuwig, eindig, oneindig? ‘Zijn lichaam en geest hetzelfde of verschillend?’ weigerde hij altijd in te gaan. Hij legde zich toe op het toelichten van een therapeutisch en pragmatisch pad dat zich bezighield met de kernvraag van menselijk lijden,’ zegt Batchelor. In het latere boeddhisme zijn juist vragen over de aard van de ‘uiteindelijke waarheid’ centraal komen te staan.

Taken, geen waarheden

Voor Boeddhisme 2.0 stelt hij dat ‘de meest economische formulering’ van de vier ‘waarheden’ in de boeddhistische tradities is: lijden (dukkha), het ontstaan (van lijden), het ophouden (van lijden) en het (achtvoudige) pad. Na een uitvoerige analyse van het gebruik van deze termen in de Pali-canon concludeert hij dat het viertal moet worden gelezen als een traject voor de beoefening en niet als de grondbegrippen van een geloofssysteem. ‘De tekst is geen uiteenzetting van een theorie van ‘vier waarheden’, maar laat zien hoe wij ‘vier taken’ moeten vervullen.

De volgorde van de taken is duidelijk, zegt hij: het volledig onderkennen van lijden leidt tot het loslaten van begeerte, wat leidt tot de ervaring van het ophouden ervan, wat leidt tot het volgen van het pad. Hij relativeert echter meteen het belang van deze reeks. Het doel van de beoefening is met volledige aandacht reageren op wat zich elk moment in het leven aandient.

Voor dit proces heeft hij, in het Engels, het letterwoord ELSA bedacht: Embrace, Let go, Stop, Act. Dat wil zeggen: aanvaard volledig en aandachtig de situatie die zich voordoet; laat de opkomende reacties los; stop met emotioneel reageren en blijf kalm; handel zonder vooringenomenheid.

‘Deze procedure is een sjabloon dat kan worden gebruikt in het hele spectrum van menselijke ervaring, van een ethische visie van wat een ‘goed leven’ inhoudt tot de dagelijkse contacten met collega’s op het werk. Boeddhisme 2.0 heeft er geen belangstelling voor of zo’n levenswijze leidt tot het uiteindelijke doel, nibbana. In feite gaat het om het volgen van het achtvoudige pad. Boeddhisme 2.0 zet op deze manier Boeddhisme 1.0 op zijn kop.’

Stephen Batchelor verduidelijkte een en ander tijdens een voordracht bij de Deutsche Buddhistische Union in Hamburg vorig najaar. Vrij vertaald schetste hij het volgende beeld.

Hoe meer de mens zijn eigen lijden en dat van de wereld onderkent, hoe meer hij ertoe komt begeerte of afkeer jegens de wereld los te laten en des te vaker ervaart hij momenten van stilte, vrede en helderheid. Dat is dan de basis waarop hij denkt, de wereld ziet, spreekt, handelt en werkt, d.w.z. alles komt voort uit deze getransformeerde ervaring.

Het Ontwaken is in deze zienswijze geen toestand die een speciale toegang tot de werkelijkheid geeft, maar een voortgaand en waarschijnlijk nooit eindigende proces van betrokkenheid bij de wereld.  

Bronnen
Batchelor, S. Bekentenis van een boeddhistisch atheïst. Rotterdam: Asoka, 2011.

Batchelor, S. ‘A Secular Buddhism’, Journal of Global Buddhism, 13 (2012), pp. 87-107.
www.globalbuddhism.org

Batchelor, S. ‘A Secular Buddhist’, Tricycle, Fall 2012, pp. 45-47, 99.

Batchelor, S. ‘Buddhismus 2.0’, Buddhismus Aktuell, Ausgabe 2, 2013, pp. 20-25.





Terug naar Artikelen