Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 30 maart 2013
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Boeddhistische soldaten instrumenten van vrede?

Aalmoezeniers in het leger

Kees Moerbeek

n boeddhistische landen is geestelijke verzorging in het leger de gewoonste zaak van de wereld. Ook de strijdkrachten van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben boeddhistische aalmoezeniers. In Nederland is dit (nog) niet het geval. Hoe zijn de ervaringen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk?

De VS zijn een multiculturele samenleving, de Amerikaanse strijdkrachten zijn dat ook. Van de 1,4 miljoen militairen in 2009 noemden zich 5000 boeddhistisch. Er zijn diverse opleidingsprogramma’s tot boeddhistisch geestelijk verzorger, ook voor de strijdkrachten. Verwonderlijk, omdat boeddhisme pacifistisch zou zijn? Toch niet, meent zenboeddhiste Sarah Bender Sensei, want een militair heeft direct te maken met leven en dood. Waarom zou juist die geen boeddhistische zorg mogen krijgen?

Vrouw in mannenbolwerk

In 2006 was Jeanette Yuinen Shin, priester van het Reine Landboeddhisme, de eerste boeddhistische geestelijk verzorger in het Amerikaanse leger. Zij geeft ook geestelijke bijstand aan militairen met een andere religie, als ze dat willen. Ze werkt bij het opleidingscentrum voor mariniers in San Diego, Californië, maar ze heeft ook boeddhistische diensten geleid in Afghanistan en ze is actief in de ‘Buddhist Military Sangha’.

Als vrouw en boeddhist in het joods-christelijk mannenbolwerk dat de Amerikaanse krijgsmacht is, is ze uniek. Voelt ze zich op haar plek in het leger? Haar eenvoudige antwoord: ‘De militairen zijn burgers van dit land, daarom moeten zij een geestelijk verzorger hebben van hun geloofsachtergrond.’

Samen met zenboeddhist Thomas Dyer schrijft zij op de internetblog van de Buddhist Military Sangha over haar beweegredenen als boeddhistisch geestelijk verzorger. ‘Onze intentie in de krijgsmacht is niet om gedachteloze doders te zijn, maar om ons land te verdedigen. Vaak zijn dat gewapende acties, wat niet te vermijden is in deze samsarische wereld. We kunnen ons niet ontdoen van onze verantwoordelijkheid voor niet-boeddhisten, maar wij moeten onze karmische schuld accepteren met de intentie om ons bewust te zijn van al onze handelingen. Dit is iets dat meer nodig is in het leger, en dat kunnen wij inbrengen.’

Thomas Dyer is een verhaal apart. Voordat hij in dienst trad van de National Guard, de militaire burgerwacht, was hij priester in de Southern Baptist Church, de grootste protestantse kerk in de VS. Na een spirituele zoektocht ontdekte hij het zenboeddhisme en werd boeddhistische aalmoezenier bij een geniebataljon. Dyer: ‘Boeddhistische soldaten moeten leren omgaan met vragen over hun broodwinning: hoe zie ik mezelf als boeddhist en als soldaat die een wapen draagt? Ik heb methodes ontwikkeld die het hun mogelijk maken om zichzelf te zien als een positieve kracht in deze wereld, die beschermt wat mooi en goed is. Het stelt hun in staat geluk te bevorderen en het lijden in de wereld te verminderen.’

Vredesinstrumenten

Boeddhist zijn en dienen in het leger kan conflicteren, zegt een vrouwelijke militair in de Mormon Soldier. ‘Ik was in conflict met mezelf over in het leger gaan. Ik maakte me er erg zorgen over dat de omgeving me ertoe zou dwingen om mijn principes tekort te doen. Ik heb hier en daar advies gezocht en publicaties over oorlog en boeddhisme gelezen. Ik ben van mening dat hoewel boeddhisten in geweldloosheid geloven, het opnemen van wapens om anderen te beschermen een rechtvaardige zaak is. Waar anderen soldaten als geweldsinstrumenten zien, zie ik ze als vredesinstrumenten.’

Zij begrijpt dat haar altruïstische opvattingen en die van de politiek niet altijd met elkaar stroken. ‘Ik weet dat ik een eed afgelegd heb en ik geloof in het nakomen van mijn woord, maar ik doe mijn werk zolang de orders legaal zijn. Ik zou ernstig in de problemen komen als ik getuige zou zijn van het nodeloos mishandelen van anderen.’

Het Verenigd Koninkrijk

De strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk tellen 183.000 christenen, 305 moslims, 230 hindoes, 220 boeddhisten, 90 sikhs en 65 joodse gelovigen. In november 2005 zijn de eerste boeddhistische, hindoe- en sikh-aalmoezeniers in het leger aangesteld. De aalmoezeniers zijn burgers en géén militairen. Net als hun Amerikaanse collega’s bieden zij morele, spirituele en pastorale zorg aan de militairen en aan hen die afhankelijk van deze militairen zijn.

De aalmoezeniers verzorgen ook ceremonies, leiden gebedsdiensten en geven onderricht over hun geloof. Ook adviseren zij het ministerie van defensie en de strijdkrachten over zaken die specifiek met hun geloof te maken hebben.

De boeddhistische aalmoezenier, dr. Sunil Karikayakarawana, vindt zijn werk niet strijdig met het boeddhisme. Bovendien betekent de aanwezigheid van boeddhistische geestelijke verzorgers een politieke stap vooruit in de gelijke behandeling van de diverse geloofsovertuigingen. ‘Hoewel je het soms niet eens bent met wat de militairen opgedragen wordt, verdienen zij toch onze zorg en compassie, net als ieder ander.’

De boeddhistisch aalmoezenier Richard Moss, een collega van Karikayakarawana, is luitenant in de Britse marine en actief in de Armed Forces Buddhist Support Group. In het boeddhistische tijdschrift The Middle Way schreef hij over zijn ervaringen naar aanleiding van een foto die hij ontvangen had uit een weeshuis in Sierra Leone. Moss sprak met missionarissen die vertelden over kinderen die andere kinderen moesten doden, op straffe van afgehakte handen.

‘Er zijn mensen op deze wereld die niet te stoppen zijn in het veroorzaken van dit soort lijden en als ik kan helpen om dat op een of andere manier te verbeteren, dan kan dat gezien worden als passend handelen. En ik ben bereid om negatieve karma op mijn weg te accepteren.’

Nederland

En Nederland? In ons land staat boeddhistische geestelijke verzorging nog in de kinderschoenen. Zij werkt alleen in gevangenissen en huizen van bewaring. De Nederlandse strijdkrachten kennen geestelijke verzorging, maar er zijn nog geen boeddhistische geestelijke verzorgers. Hoeveel boeddhistische militairen er in Nederland zijn, is onbekend.

In ons land is de geestelijke verzorging georganiseerd vanuit levensbeschouwelijke zuilen. Er zijn humanistisch raadslieden, aalmoezeniers, legerpredikanten, rabbijnen, pandits (hindoes) en imams (moslims). Zij hebben een militaire rang en bieden godsdienstige en geestelijke begeleiding aan militairen. Ze zijn aangesteld door hun eigen ‘zendende instantie’, zoals kerkgenootschappen en het Humanistisch Verbond. Die instantie is verantwoordelijk voor de boodschap die de geestelijk verzorgers uitdragen.

De Boeddhistische Zendende Instantie (BZI) schreef ruim een jaar geleden over de inzetbaarheid van boeddhistisch geestelijk verzorgenden: ‘Zulke chaplains worden in de VS en de UK al ingezet bij het verlenen van zorg in hospices, ziekenhuizen en zorginstellingen, bij de geestelijke ondersteuning van gedetineerden, als aalmoezenier in het leger, en bij het verzorgen van liturgische en rituele vieringen voor boeddhisten (vaak ongebonden boeddhisten).’

Dit lijkt aan te geven dat de recentelijk gestarte opleiding tot boeddhistische geestelijk verzorgende ook zal opleiden tot bgv’er in de strijdkrachten. Maar daarover is het laatste woord nog niet gesproken.  


In Nederland nog geen plannen

Bestaan er concrete plannen voor boeddhistische geestelijke verzorging (bgv) in de zorgsector en in het leger, zoals dit geval is in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk? Deze vraag is voorgelegd aan Varamitra en Meindert van den Heuvel. Varamitra (Theo Alkemade) is hoofd boeddhistische geestelijke verzorging en Meindert van den Heuvel is boeddhistisch geestelijk verzorgende in regio Zuid-Holland.

‘De geestelijke verzorging in Nederland heeft alleen toekomst als het vanuit haar effecten kan aantonen dat het maatschappelijke waarde heeft,’ signaleert Varamitra. Een legitimatie louter vanuit de diverse religieuze instituties en tradities heeft geen politiek en ambtelijk draagvlak meer. Dit betekent dat een professionele opleiding noodzaak is. Niet alleen om te overleven, maar ook om tot een erkende zelfstandige beroepsgroep te kunnen komen.

Concrete plannen om in het leger en in de gezondheidszorg te gaan werken met bgv in de zorgsector en het leger bestaan er niet. Wel zijn er contacten en gesprekken en sommigen hebben belangstelling. Justitie, waar de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) onder valt, is strakker georganiseerd dan de zorgsector. Daar is het aan de locale directie van een zorgorganisatie om te beslissen of er ruimte is voor bgv in de organisatie. In het leger is een ontslaggolf aan de gang. Het is belangrijk dat de vraag om bgv vanuit de organisaties zelf komt.

Varamitra ziet het het liefste gaan zoals in het gevangeniswezen. Daar kwam de vraag ook van een gedetineerden. Meindert van den Heuvel bevestigt dat er geen concrete plannen zijn, ‘maar als iemand het initiatief neemt, dan zou het zo maar binnenkort kunnen gebeuren.’ Wordt vervolgd.


Bronnen
Brady, J. 'Military Buddhist Chapel Represents Tolerance'.
Varvaloucas, E. 'Q and A with Lt. Shin, U.S. Military First Buddhist Chaplain'.
Lollar, M. 'Raleigh man looks to help end soldiers' suffering as Army's 1st Buddhist chaplain'.
'Striving for 'truly British' armed forces'.
‘Legerpredikanten moeilijker te vinden'.
Moss, R., 'Buddhism in the Military: A personal Account'. The Middle Way, 86, no. 4, February 2012, pp. 373-380.
Springs Mountain Sangha
Thomas Dyer, 1st Buddhist Army Chaplain
Buddhist Military Sangha
Buddhist Chaplains Network
Kerk en krijgsmacht
BUN





Terug naar Artikelen