Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - winter 2018/2019
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

Boeddhisme in de praktijk

Het Nederlands Boeddhistisch Archief (NBA) bevat documenten uit de begintijd van het Tulpenboeddhisme. Hieronder het zeer lezenswaardige en nog steeds actuele artikel ‘Boeddhisme in de praktijk’ uit Saddharma (1977) van Tonny Kurpershoek-Scherft.

Tonny Kurpershoek-Scherft
at hebben mensen eraan boeddhist te zijn? In hoeverre heeft men er iets aan in de praktijk? Komen we er verder mee, geeft het troost of steun? Ja, een nieuwe tijdspassering, en nieuwe contacten. Misschien wonen we in een stad waar meditatiebijeenkomsten worden gehouden, of gespreksdagen. Of anders, als we ons liever door rituelen in een verheven sfeer laten brengen, kunnen we een tempel bezoeken.
Dit alles kan zeker van grote waarde zijn en een kick geven die in ons hele leven doorwerkt.
Maar verder? De jongeman die te horen krijgt dat hij aan een dodelijke ziekte lijdt; de man die schuld is aan het auto-ongeluk waarvan zijn vrouw slachtoffer werd; de ouders van een kind dat gaat sterven aan leukemie; de verlaten vrouw of de vrouw wier huwelijk een ondraaglijke last voor haar is, erger dan slavernij; de psychisch gestoorde … Wat helpt het boeddhisme hen?
Niet veel, vrees ik.
Veel steun aan zijn geloof heeft in zo’n situatie misschien alleen een naiëf vroom mens, voor wie kinderlijke visioenen van een hemel werkelijkheid zijn. Maar wie de filosofie voor dit soort wishful thinking bedorven heeft, staat voor een veel hardere werkelijkheid.

De Boeddha werd eens opgezocht door een vrouw, die gek was van verdriet door de dood van haar kind. Zij droeg haar dode kind met zich mee en smeekte de Boeddha het uit de dood op te wekken. Maar, helaas de Boeddha is geen wonderdoener. Hij zegt de vrouw dat hij het doen zal indien zij hem een mosterdzaadje kan brengen uit een woning waar nog nooit getreurd is om een dode. Vol hoop gaat zij op weg, maar slaagt er niet in zo’n woning te vinden. Het dagend besef dat iedereen hetzelfde moet doormaken, dat het in de natuur zelf van het leven ligt, geneest haar van haar waanzin.
Het lijkt een geringe troost die haar geschonken wordt; maar het is wel een reële troost, en niet in een vorm van escapisme. Er wordt niet eens gepoogd een zin aan het lijden te geven, op de wijze waarop christenen elkaar opbeuren: ‘Je moet nu door een dal heen, maar vat moed, het heeft allemaal een zin, een bedoeling’. Waarom moet het een zin hebben, of een bedoeling? Best mogelijk dat het allemaal géén zin heeft en dat het gebeurt zonder de een of andere ‘bedoeling’; ook de wreedheid van zulke slagen van het lot is dan tenminste niet ‘bedoeld’.
Kisagotami
tekening Marcelle Hanselaar
De vrouw die de Boeddha haar dode kind kwam brengen, trad later als non tot de Sangha toe, en wij mogen aannemen dat de troost die zij vond, zich meer en meer heeft verdiept. Nu geldt dat wel voor ieder, boeddhist of niet, die erin slaagt na een groot verdriet weer een ‘zinvol’ leven op te nemen … op den duur. Zo is onze natuurlijke veerkracht – die door een bepaalde denkwijze wel te vergroten valt.

En ‘onthechting’ dan? Weer een mooi woord, maar wat ís het? Moet het jonge meisje ‘onthechten’, dat zich verheugde op haar eerste vakantie in de bergen en de dag voor de reis begint, haar been breekt? Niet zonder moeite zal zij erin berusten geduld te moeten oefenen tot het volgende jaar. Maar onthechten? Daar kan gemakkelijk over praten wie alles al gehad heeft, of nergens meer lust in heeft. En dan nóg … Wie zover gekomen (of gevallen) is, zal nog hechten aan zijn ochtendblad, of zijn goede naam, of schone lakens. Bovendien is niet hechten aan zaken waar je geen prijs meer op stelt, zonder verdienste. ‘Onthechten’, waar men het in het boeddhisme zo druk over heeft, betekent dus niets.
De Boeddha wist ook wel dat men in de praktijk monnik moest zijn om zo met hart en ziel voor het enige nodige te kiezen (bevrijding), zodat men al het andere loslaten kan. Aan leken hield hij eigenlijk alleen voor om de juiste prioriteiten te stellen, en het onvermijdelijke met wijsheid te aanvaarden. Wel, dat doet ieder verstandig mens en geen filosoof of religieus leider die het anders leert. Intussen blijkt dat zware woord ‘onthechten’ nonsens, en goddank dat niet iedereen monnik wordt. Zou het geen eentonige, stilstaande wereld worden? Dan liever beminnen, haten, streven, boksen! Al hebben wij er, denk ik, maar een vage voorstelling van wat een (ideaal) monniksleven zou kunnen zijn, en hoe het zou zijn te kwalificeren – ons ideaal is het niet, anders zouden wij ervoor kiezen. Hoe we willen leven en wie we zijn willen, heeft meestal in eerste instantie even weinig met religie of moraal te maken als de dingen die we, terugkijkend op ons leven, het meest berouwen. Dus kan religie ons in deze zaken ook niet tot steun zijn. Nemen we er, onder de slagen, toch onze toevlucht toe, dan mogen we ons wel met enige zelfspot afvragen: is dit nu écht. (Maar ís het echt, dan kan de winst onmetelijk zijn).
Het gezondste is ongetwijfeld, ook voor een boeddhist, gewoon te doen en ons niet te verbeelden dat we vervuld zijn van gevoelens waar we lang nog niet aan toe zijn. We lopen minder gevaar ons te vergissen als we flink cynisch denken over onszelf. Des te meer vervult ons met eerbied de manier waarop de Boeddha zijn mens-zijn verwezenlijkt heeft; het is goed te weten dat er zulke toppen bereikt konden, en dus kunnen worden op deze mooie èn wrede planeet!

Als wij spreken over het boeddhisme is het vaak in termen van ‘al …’, ‘hoewel …’, ‘toch …’. Het boeddhisme redt ons uit de chaos, als het ware op het nippertje. Het confronteert ons met onverbloemd harde feiten, en laat ons de keerzijde zien, een uitweg, een andere wereld … ‘de Leegte, maar het is een geladen leegte’, zoals Leo Boer laatst zei. Het allermeest danken wij het boeddhisme de Middenweg, het neen èn ja, dat intuïtief de zekerheid geeft een raadselachtige Waarheid te naderen. En die het toch mogelijk maakt om onze natuurlijkheid te behouden, en tegelijk dat ene stapje afstand te nemen, op grond van inzicht in de algemene aard der dingen, dat de Boeddha leerde aan de ongelukkige vrouw, die haar kind verloren had.
En mediteren blijft hiervoor de meest beproefde, ons inziens beste oefening.  

Tonny Kurpershoek-Scherft


Bronnen
Janssen, R. De parabel van het mosterdzaad. Magazine Vrienden van het Boeddhisme, 1 maart 2015
Buddhism now, Kisagotami, 28 march 2014
Theripadana: the legend of Kisagotami





Terug naar Welkom