Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - winter 2018/2019
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

Nibbana: niets meer dat tot terugkomst leidt

Yvon Mattaar

Bij het horen van het woord Nirvana zal de gemiddelde westerling waarschijnlijk eerder aan Kurt Cobain denken dan aan het boeddhistische begrip Nirvana (nibbana in Pali). In de tijd dat de punkgroep met die naam werd opgericht hadden bands vaak ruige, aggressief klinkende namen.

obain wilde echter geen trendvolger zijn en koos daarom juist voor de naam Nirvana, omdat het woord in zijn oren mooi en lieflijk klonk. Natuurlijk was dat niet het enige, anders had hij ook voor de naam bosnimf of kersenbloesem kunnen kiezen. Fans van de band leggen het verband met het boeddhistische Nirvana op de volgende manier uit: ‘Nirvana betekent ultieme vrijheid en individualiteit – het boeddhistische idee van de hemel – en dat is hoe hij dacht over muziek...’ ‘Punk is muzikale vrijheid, doen en spelen wat je wilt. Punk is, net als het boeddhistische Nirvana, vrijheid van pijn, lijden en de conventies van de maatschappij.’

Het lijkt zinvol om nader te onderzoeken wat Nirvana nu eigenlijk betekent, voor zover dit mogelijk is. Nirvana/nibbana is namelijk beslist geen gemakkelijk en helder te definiëren begrip. Sterker nog, binnen het boeddhisme zijn er al verschillende ideeën over. De reden hiervan is waarschijnlijk dat het gaat om een ervaring die in woorden moet worden omschreven, en dat is altijd een heikele onderneming. Een dergelijke omschrijving wordt doorgaans ofwel een droge opsomming van technische kenmerken, ofwel poëzie, waarbij geprobeerd wordt door taal een gevoel op te wekken. Uiteindelijk is het ondoenlijk om het uit te leggen. Een ervaring dient ervaren te worden. Dit gezegd hebbende, zal dit artikel dus precies dat proberen te doen. Een uitleg geven van wat nirvana/nibbana nu eigenlijk is.

Een eerste disclaimer is wel van belang. De uitleg die volgt is voor het begrip nibbana, zoals afgeleid kan worden uit de Pali Canon, en de ideeën die daarover in het Theravada-boeddhisme ontwikkeld zijn. In het Mahayana is men hier weer verder over gaan nadenken (nirvana is samsara), maar om dat ook in een enkel artikel te verwerken zou buitengewoon verwarrend worden. Om dit punt helder te houden, zal in de rest van dit artikel dan ook de schrijfwijze nibbana gehanteerd worden.

Nibbana niet de boeddhistische hemel
Nibbana wordt vaak de ‘boeddhistische hemel’ genoemd. Het bereiken van de hemel is voor veel christenen, moslims en joden het ultieme doel, en het nibbana is het ultieme doel voor de boeddhist. Ergo: nibbana is de boeddhistische hemel. Het boeddhisme kent echter wel 32 verschillende hemelen, 26 waarin men als god herboren kan worden en dan nog 6 waar de bestaansvormen subtieler zijn, waarin men zonder lichaam herboren kan worden. Er zijn, zeker in van oorsprong boeddhistische landen, miljoenen boeddhisten die streven naar een wedergeboorte in een van die hemelen. Ze doen dat niet omdat dat het hoogste doel is, maar omdat ze denken dat dat voor hen het hoogst haalbare is. Later, als ze als mens herboren worden tijdens het leven van Maitreya, de volgende Boeddha, dan zal het bereiken van nibbana gemakkelijker zijn en ook voor hen zijn weggelegd. Het allerbelangrijkste verschil tussen nibbana en de hemel, wat voor hemel dan ook, is dat je om de hemel te bereiken moet doodgaan. En nibbana kan je in dit leven bereiken. Voor de Boeddha gebeurde dit toen hij 35 jaar oud was. Daarna heeft hij nog 45 jaar geleefd en onderwezen hoe men nibbana kan bereiken.

Derde edele waarheid
Heel kort gezegd is nibbana: de derde edele waarheid, ofwel het einde van lijden. Dat wordt in de eerste leerrede van de Boeddha als volgt uitgelegd: ‘Dit is de Edele Waarheid van het ophouden van het lijden. Het is het volledige verdwijnen en ophouden van diezelfde begeerte, het opgeven ervan, de verzaking ervan, de bevrijding ervan, het zich ervan ontdoen.’ (SN 56.11) De begeerte die genoemd wordt, is begeerte naar zintuiglijk genot, begeerte naar bestaan en begeerte naar ophouden te bestaan. Wanneer iemand er in slaagt niet meer te begeren en alle oorzaken van begeerte los te laten, dan zal er een einde aan lijden komen. En dat is nibbana, het ultieme doel van het boeddhisme. Zo gezien is nibbana vooral een ontbreken van, en mede daardoor wordt het belangrijkste kenmerk van nibbana minder zichtbaar. Nibbana is vooral vreugdevol, een ongebonden, vredige blijdschap zonder passie of hechting.

Uit de verzen van monniken en nonnen:

‘In het bos dat bedekt is met bloemen, of in een koele grot, zal ik mij verblijden, verheugd door het geluk van bevrijding ...’ (de Thera Ekavihariya)

‘Nu ik passie en haat heb afgesneden, blijf ik in rust. Aan de voet van een boom gekomen, mediteer ik over geluk: “Welk een geluk!”’ (een onbekende Theri)

Boeddha daalt neder van de Tusita-hemel
Nibbana als eindpunt
Nibbana is het eindpunt van het boeddhistische Pad. Door het Pad te volgen kan men tijdens meditatie een punt bereiken waardoor de persoonlijkheid blijvend wordt getransformeerd. Om te voorkomen dat nibbana gezien wordt als een geografische of symbolische plaats, stelt Steven Collins in zijn boek ‘Nirvana’ voor om hier een werkwoord voor te maken: iemand is genirvana’d (‘nirvanized’). De verlichte persoon kan naar believen terugkeren naar dit punt door opnieuw in meditatie te verzinken, maar daarnaast is er de blijvende transformatie van de persoonlijkheid. Tenslotte is er nog datgene wat er gebeurt met een ‘genirvanade’ persoon als deze sterft (soms aangeduid als parinirvana). Iemand bereikt dan een toestand waarin je niet meer opnieuw geboren wordt, maar zeker niet opnieuw sterft. Het is een plek (metaforisch) waar geen dood is, omdat er geen geboorte is, geen keten van voorwaardelijk ontstaan, en dus geen tijd. Nibbana is het einde van de keten van voorwaardelijk ontstaan.

In 1983 schreef Rob Janssen in het tijdschrift Saddharma hoe hij nibbana tijdens het leven beschouwt als ‘een psychische realiteit die het individuele bestaan transcendeert’: door meditatieve training gecombineerd met het volgen van de door de Boeddha voorgestane ethische leefregels kan het individu een dusdanige transformatie van de bewuste kern van de persoonlijkheid ondergaan, dat hij (of zij natuurlijk) een toestand van rustige tevredenheid en volledig verstandelijk inzicht bereikt, een toestand van geestelijke vrijheid, zonder onzekerheid, psychische afhankelijkheid of agressie, zonder emoties, zonder behoeftes.

Contradictie
Nibbana is dus een staat waarin er niets meer wordt begeerd. Maar wil iemand het nastreven, dan is er een zeker gevoel van begeerte naar nibbana nodig. Een bepaalde mate van begeerte naar het goede, dat moet helpen om alle andere begeertes achter zich te laten. Op het allerlaatste moment moet echter ook de begeerte naar nibbana worden losgelaten om het te bereiken. Nibbana betekent letterlijk uitdoven, uitblussen. Het is het woord dat hoort bij het doen ophouden van een vuur, en het vuur dat hier wordt bedoeld is het vuur van gehechtheid, van haat en van onwetendheid. Het vuur dat gedoofd moet worden is zowel het lijden zelf als de oorzaken van dat lijden. Als de vuren van (de oorzaken van) gehechtheid, haat en onwetendheid gedoofd zijn, heeft iemand nibbana tijdens zijn leven bereikt. Anders gezegd: iemand die zich niet bezig houdt met het streven naar nibbana is als iemand die ongelooflijke dorst heeft, en constant bezig is die dorst te lessen. Dorst naar van alles: roem, erkenning, liefde, gezondheid, etc. Bij iemand die nibbana heeft bereikt is die dorst geëindigd. Er is dan geen enkel gevoel van dorst meer over, zo iemand is letterlijk helemaal ‘cool’.

(Pari)nibbana
Wat er gebeurt na de dood met iemand die tijdens zijn leven nibbana heeft bereikt, is een lastig voor te stellen iets. Het is duidelijk dat zo iemand niet meer herboren kan worden, hij gaat dus ook niet naar de hemel. Voor zijn toestand geldt die prachtige typisch Indische tetralogica: hij is niet levend, hij is niet dood, hij is niet levend en dood tegelijk, en hij is ook niet niet-levend en niet-dood tegelijk. Kortom, een toestand die voor een normaal mens niet te begrijpen is. Maar wat belangrijker is, het is ook totaal zinloos om te proberen die toestand te begrijpen. Begrip van die toestand zou niets bijdragen aan het persoonlijk bereiken van nibbana, proberen te begrijpen wat er is gebeurd met de Boeddha na zijn dood is dus niet alleen zinloos, maar ook dom, omdat het iemand belemmert in zijn persoonlijk streven naar het bereiken van nibbana. Het is dan ook een van de fundamentele vragen waarop de Boeddha altijd heeft geweigerd antwoord te geven. Terugkijkend naar de persoonlijkheidsverandering zoals Rob Janssen die in zijn artikel beschreef, een ’toestand van rustige tevredenheid en volledig verstandelijk inzicht, zonder emoties’, etc., is het ook voor te stellen dat voor iemand die nibbana bereikt heeft, de overgang naar de dood een te verwaarlozen en totaal onbelangrijke stap is. Zoals de Boeddha en de arhats het zelf zeggen in de Pali Canon: ‘Vernietigd is geboorte, het heilige leven is geleid, er is gedaan wat gedaan moest worden, er is niets meer dat tot terugkomst hier leidt’ (bv. SN 46.30).

Eerste stap op het pad
Uiteindelijk maken de bewoordingen niet echt iets duidelijk. Of nibbana nu is als een afgehakte wortel, als een mooie stad, als het bereiken van de overkant – gewone stervelingen moeten het doen met ontoereikende beschrijvingen. Te denken, dat wij, nu en hier, de gaten in de boeddhistische geschriften wel even kunnen invullen, uitleg kunnen geven over zaken waar de Boeddha zelf er het zwijgen toe deed, is op zijn zachtst gezegd wat overmoedig. Westerlingen willen graag concrete bewijzen, en die zijn er niet. In de tijd van de Boeddha was het wat dat betreft gemakkelijker. Ook al was toen nibbana ook alleen een mooi woord, toen kon men wijzen naar een levend voorbeeld, en zeggen: ’Kijk, ik streef ernaar zó te worden!’ Het komt erop neer, dat de eerste stap op het boeddhistische Pad een geloofsact is.  

Bronnen
Steven Collins. Nirvana, concept, imagery, narrative. Cambridge University Press, Cambridge, 2010
Rob Janssen. Wat is Nirvana, psychologische aspecten, in Saddharma, winternummer 1982/1983
Peter Harvey. An introduction to Buddhism. Cambridge University Press, Cambridge, 2013
Voor diverse korte citaten uit de Pali-Canon is gebruik gemaakt van de vertalingen van Rob Janssen en Jan de Breet, de citaten uit ‘de verzen van monniken en nonnen’ komen uit de vertaling van de Thera- en Therigatha van Ria Kloppenburg.
Quora. Why did Kurt Cobain name his band Nirvana?





Terug naar Welkom