Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 3 juni 2018
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Mijn Citaat

De keuze van Paul Boersma

Dit is niet nirvana


Gezondheid is het rijkst’ bezit,
Tevredenheid de mooiste schat,
Vertrouwen is de beste vriend,
Nirwana ’t allerhoogst’ geluk.
(Dhammapada 204, Asoka 2014)

edurende de eerste jaren na mijn kennismaking met het boeddhisme speelden teksten in mijn ontwikkeling nauwelijks een rol. Het was de meditatie die de meeste indruk op me maakte en die me het meest bezighield. Ik kreeg genoeg geestelijk voedsel via dhamma-talks, en heb jarenlang nauwelijks een boeddhistisch boek gelezen, bespeurde er zelfs een lichte tegenzin tegen. Ik ontdekte de reikwijdte en de kracht van de menselijke geest, maar de verzen hierover in de Dhammapada kende ik niet. Ik was onder de indruk van het essentiële onderscheid tussen heilzame en onheilzame gedachten en gevoelens, maar het zou nog jaren duren voordat ik de geboorte van dit onderscheid helder en welsprekend beschreven zag in Majjhima-Nikaya 19, een te grote passage voor deze rubriek, maar van harte aanbevolen. Menslievendheid, zuivering van eigen geest en gedrag, en ontwikkeling van het hoogste inzicht gaan hand in hand. Alles valt op zijn plaats.
Maar doordat ik van geboorte en van opleiding filosoof was, maakten de teksten na enkele jaren toch hun entree. Afwisselend maakten vele citaten een grote indruk op me. Het hoogtepunt van citaatgevoeligheid werd bereikt toen ik de Dhammapada metrisch vertaalde. Ik was nooit tevreden voordat ik me een vers geheel had eigen gemaakt, voordat het voelde als een waarheid voor mij, niet slechts een taalkundig correcte tekst. Zodoende drongen alle verzen goed tot mij door, zelfs degene die me op het eerste gezicht weinig zeiden. Toch zijn enkele verzen er altijd uitgesprongen. Vers 21, dat de kracht bezingt van de spirituele oplettendheid die tot in het doodloze reikt, was een machtige stimulans voor me. Dezelfde kracht (appamada of sati) wordt in vers 31 beschreven als ‘verbrandend alle boeien groot en klein’: inderdaad, wat is het mooi dat het menselijk bewustzijn daartoe in staat is! De lofzang op de Dhamma (vers 354) is me ook uit het hart gegrepen, want wat kan de Dhamma ons optillen en ons vreugde geven!
Maar ik heb gekozen voor vers 204, een vers dat zijn schoonheid niet alleen aan de regelmatige vorm, maar ook aan de betekenis ontleent. Het fraaie zit hem hierin, dat de zaken die de hoogste vertegenwoordigers van een categorie worden genoemd, deze categorie in feite overstijgen. Verder valt er een toenemende verinnerlijking te bespeuren. In de eerste regel wordt wie om zich heen kijkt naar bezittingen, naar zijn eigen lichaam terugverwezen. In de twee volgende regels wordt de mens die zijn heil buiten zichzelf zoekt, verwezen naar de eigen geest: daar ligt de mogelijkheid om met alles (!) tevreden te zijn; daar is het vertrouwen (in Boeddha, Dhamma en Sangha) dat hem als een vriend door alle moeilijkheden heen kan loodsen. Als climax brengt de vierde regel de mens naar zijn meest innerlijke kern, nirwana. Uit de opbouw van het vers blijkt dat het geluk van nirwana niet een gewoon geluk is. Zoals letterlijk genomen gezondheid geen bezit, tevredenheid geen schat en vertrouwen geen vriend is, zo is nirwana geen geluk: het overstijgt alle wereldse vormen van geluk, het is van een geheel andere orde.  





Terug naar Artikelen