Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - winter 2017/2018
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

Het Vimalakirti Nirdesha soetra

Kees Moerbeek

Het Vimalakirti Nirdesha soetra is een Mahayana-soetra. ‘Nirdesha’ betekent ‘uitleg, uiteenzetting’. De oorspronkelijke, verloren gegane Sanskriet-tekst zou dateren uit de eerste/tweede eeuw. De oudste bestaande versie is van 406 en in het Chinees. Charles Luk (Lu K’uan Yu) vertaalde deze in het Engels, in 1972. Hieronder een bescheiden samenvatting van deze ch’an- en zenklassieker.

Een Chinese afbeelding van Vimalakirti
imalakirti is de naamgever van het soetra, een gewaardeerde weldoener en lekenvolgeling van de Verhevene. Zijn levendige debatkunst in het soetra is een genoegen om te lezen.

Voorwoord soetra
‘Deze soetra gaat vooral over de non-dualiteit van de Dharma,’ schrijft Taizan Maezumi roshi in zijn voorwoord. Legendarisch is het zwijgen van Vimalakirti in hoofdstuk 9. Daarover verderop in deze tekst. De roshi verwijst ook naar een citaat uit hoofdstuk 1 dat: ‘alle voelende wezens niets anders zijn dan het boeddhaland.’ Hij legt uit: ‘Alle voelende wezens zijn het boeddhaland en het boeddhaland verschijnt overeenkomstig de wijze waarop voelende wezens denken, in overeenstemming met hun realisaties en op het moment dat een bodhisattva de verlichting bereikt.’

In hoofdstuk 6 zet Vimalakirti uitgerekend de arahant (heilige) Sariputra op zijn nummer als iemand die inzicht ontbeert. Maezumi roshi vermeldt dit als voorbeeld dat ook een leek verlicht kan geraken. Het voorval: Sariputra zoekt naar stoelen in de kamer waar Vimalakirti ziek te bed ligt. De zieke vraagt hem of hij gekomen is om stoelen te zoeken, of de Dharma? ‘Voor de Dharma,’ antwoordt Sariputra. De zieke reageert: ‘Iemand die de Dharma zoekt hecht zich niet aan allerlei zienswijzen omtrent lijden, de oorzaak van lijden, het opheffen van lijden of het pad. …Omdat de Dharma voorbij formuleringen of verbale uitdrukkingen gaat.’ Kortom, er valt niets te zoeken.

In Vaishali
Hoofdstuk 1 plaatst de Boeddha in de stad Vaishali, tijdens een bijeenkomst van een enorm gezelschap van leken, monniken, bodhisattva’s en hemelse wezens. Vimalakirti is ziek. Een plaatselijke heerser, die de Boeddha bezoekt stelt hem hiervan op de hoogte. De Verhevene nodigt leden van zijn gezelschap uit om de zieke te bezoeken. Voor de zieke, die dit beoogde, is het bij uitstek de gelegenheid (= vaardig middel) om de Dharma te onderwijzen (hoofdstuk 2).

De Boeddha vraagt eerst aan zijn belangrijkste leerlingen (hoofdstuk 3) om op ziekenbezoek te gaan. Ze wijzen dit verzoek af vanwege eerdere voorvallen met Vimalakirti. Daarin wees hij hun op tekortkomingen in hun begrip van de Dharma. Een voorbeeld: op een dag voelde de Alomgeëerde zich onwel en vroeg Ananda om melk. Ananda was de neef van de Boeddha en hem zeer toegenegen. Vimalakirti trof Ananda met zijn bedelnap voor de deur van een brahmanenfamilie. Vimalakirti: ‘Ananda, kleineer de Tathagata niet zo en laat de andere mensen niet zulke grove taal horen… Het lichaam van de Boeddha is transcendent en staat buiten de loop der gebeurtenissen. Hoe kan zo’n lichaam nu ziek zijn?’ Ananda was vervuld van schaamte. Had hij de Boeddha wel begrepen? Een hemelse stem weerklonk: ‘Ananda, de Upasaka (red. lekenvolgeling) heeft gelijk, maar omdat de Boeddha in de vijf kashya’s (red. tijdperken van grote onrust en verwarring op aarde) verschijnt, gebruikt Hij vaardige middelen om de levende wezens te bevrijden. Ananda, ga zonder schaamte om koeienmelk bedelen.’

Manjushri op ziekenbezoek
De Ontwaakte vraagt aan de bodhisattva’s (hoofdstuk 4) om de zieke te bezoeken. Ook hier afwijzing, want Vimalakirti had hun gewezen op hun gebrekkige Dharma-inzicht. Maitreya bijvoorbeeld, Vimalakirti wees hem op zijn beperkte inzicht. En droeg hem zelfs op om anderen erop te wijzen af te zien van foutieve zienswijzen over verlichting: ‘De Tathagata’s zien dat alle levende wezens de natuur van uiteindelijke bevrijding bezitten, omdat alle levende wezens in essentie volkomen bevrijd zijn.’

Manjushri accepteert het verzoek (hoofdstuk 5) en nieuwsgierig volgen de aanwezigen hem naar de zieke. Waarom ben je ziek, vraagt Manjushri. Vimalakirti: ‘Mijn ziekte komt voort uit onwetendheid en de begeerte naar het bestaan. Omdat alle levende wezens gebukt gaan onder ziekte, ben ik ook ziek… Vanwege zijn gelofte alle levende wezens te redden, verschijnt de bodhisattva in de wereld van dood en wedergeboorte waar men aan ziekte onderhevig is. Als alle levende wezens genezen zijn, is de bodhisattva ook genezen...’

Om een andere zieke bodhisattva te ondersteunen (hoofdstuk 7), zou een bodhisattva het volgende moeten doen. ‘In plaats van zich zorgen te maken over verstorende emoties zou hij zich moeten concentreren op enthousiaste volharding in en toewijding aan zijn beoefening van de Dharma. Bij het genezen van de ziekten van anderen zou hij moeten handelen als een koninklijke geneesheer.’

De bodhisattvaweg
‘Hoe moet een bodhisattva alle levende wezens beschouwen?,’ is Manjushri’s volgende vraag (hoofdstuk 7) aan de zieke. ‘Een bodhisattva moet de levende wezens beschouwen zoals een illusionist een illusoire mens ziet, die hij zelf heeft geschapen.’ Maar ook kijken als een wijze man, die kijkt naar de weerspiegeling van de maan in het water, die kijkt naar zijn eigen gezicht in een spiegel of als hij naar de vlam van een kaars kijkt. En …‘als het lijden van een illusionair mens; als een slapende man die in een droom ziet dat hij wakker is; als de reïncarnatie van iemand die de hoogste bevrijding verworven heeft.’

Hoe moet hij dan liefdevolle vriendelijkheid (hoofdstuk 7) beoefenen? Dit doet hij door ernaar te streven alle levende wezens te leren op dezelfde manier te kijken, antwoordt Vimalakirti. Een serie beschrijvingen volgt: ‘…liefdevolle vriendelijkheid die ontspannen is en die een eind maakt aan alle verstorende emoties; … die vrij is van hartstochten omdat het alle ruzie stopt; … die barmhartig is en die naar het mahayana pad leidt; liefdevolle vriendelijkheid die volhardend is in het bevrijden van alle levende wezens…’ Het grote mededogen van de bodhisattva is het delen van zijn verworven positieve verdiensten met alle levende wezens, maar hij verwacht hiervoor niets terug.

Boeddhaweg van de bodhisattva
Een bodhisattva begeeft zich op het Boeddha-pad (hoofdstuk 8), door zonder onderscheid te maken de verkeerde paden te volgen. Manjushri vraagt hoe. Een bodhisattva betreedt de verkeerde en afwijkende paden om met behulp van vaardige middelen zijn bevrijdende werk te verrichten, is kort gezegd Vimalakirti’s antwoord. Een bodhisattva kan dit, omdat hij toegang heeft tot het pad dat de Boeddha gevolgd heeft. Alle verkeerde zienswijzen, alle verstorende emoties en onheilzame daden zijn de zaden van het boeddhaschap, als zij op vruchtbare grond vallen en ontkiemen. Vimalakirti: ‘Iemand die niet in de oceaan duikt, zal nooit een kostbare parel vinden. Op dezelfde wijze zal iemand die niet in de oceaan van verstorende emoties duikt, nooit het kostbare juweel van alwetendheid vinden.’

Vervolgens zingt hij een gatha. Hieronder enkele citaten over de toewijding van een bodhisattva:

‘Als er ziekte heerst of epidemieën uitbreken,
Bereidt hij medicijnen voor de levende wezens,
En als zij deze medicijnen innemen,
Worden zij van hun ziekten genezen.

‘Als er hongersnood heerst,
Maakt hij voedsel en drank voor hen klaar,
Om hen, voordat hij hen onderricht in de Dharma,
Van honger en dorst te verlossen.

‘Als twee legers, klaar voor de strijd, tegenover elkaar staan,
Kiest hij geen partij,
Maar met autoriteit en kracht,
Dwingt hij hen zich te verzoenen en in harmonie samen te leven.

In alle werelden waar hellen zijn, verschijnt hij onverwachts,
Om het lijden van de levende wezens te verlichten.’

Vimalakirti’s zwijgen
Hierna vraagt Vimalakirti aan de bodhisattva’s (hoofdstuk 9) om iets te zeggen over de niet-duale Dharma. Allemaal doen ze dit. Hierna vragen zij aan Manjushri om zijn mening. Hij staat bekend als ‘Grote Wijsheid Manjushri’: ‘Als alle verschijnselen niet langer een uitdrukking zijn van woorden, spraak, benoemingen en kennen en voorbij vraag en antwoord gaan, dan is dit de inwijding in de niet-duale Dharma.’ Hij vraagt Vimalakirti om een antwoord, maar hij zwijgt. Opgetogen reageert Manjushri: ‘Wanneer woorden niet geschreven en uitgesproken worden, is dat niet de ware initiatie in de niet-duale Dharma?’

Maezumi roshi schrijft in zijn voorwoord: ‘Dit zwijgen is zijn manier om sunyata onder woorden te brengen. In plaats van sunyata met woorden te verklaren, geeft hij met heel zijn wezen uitdrukking aan de leegte.’

Bovennatuurlijk
Het soetra is doorspekt van het bovennatuurlijke. Luk schrijft in zijn samenvatting van hoofdstuk 9: ‘De niet-duale Dharma die door Vimalakirti gerealiseerd is, zou niet compleet zijn als ze niet in staat was te functioneren als bovennatuurlijke kracht.’ Vimalakirti toont zijn gezelschap diverse boeddhalanden. Ze zijn bereikbaar voor al degenen die de Dharma volgens het sutra oprecht volgen. In hoofdstuk 12 vraagt de Boeddha aan de zieke hoe hij de Tathagata op onbevooroordeelde wijze ziet. Daarop volgt een lang en non-duaal antwoord. ‘De uiteindelijke realiteit in je lichaam zien is hoe je de Boeddha moet zien. Ik zie dat de Tathagata niet is geboren in het verleden, niet in de toekomst voortleeft en niet in het heden.’ Charles Luk: ‘…om de Tathagata te zien moet je in je eigen geest (in je eigen lichaam) kijken. Dit is het doel van het Ch’an onderricht…’

Verspreiding van het soetra
In het hoofdstuk 14 vertrouwt de Boeddha het soetra toe aan Maitreya: ‘In de derde en de laatste periode moet je je transcendente krachten gebruiken om op deze aarde diepzinnige soetra’s, zoals deze soetra, te onderrichten, zodat ze niet van de aarde zullen verdwijnen. In de toekomst zullen er immers deugdzame mannen, maar ook naga’s, deva’s en andere wezens zijn, die zich aangetrokken voelen tot deze onovertroffen Dharma en zich op het pad zullen begeven dat naar de onovertroffen verlichting leidt. Als zij deze soetra’s nooit zullen horen, zullen ze grote kansen mislopen.’

Maitreya belooft het zijne te doen om iedereen met zijn transcendente krachten te steunen, die het soetra lezen, reciteren, bestuderen, doorgronden en aan anderen verkondigen. Alle anderen volgen het voorbeeld van Maitreya. De Boeddha ‘doopt’ het soetra tot: ‘De Soetra zoals uitgesproken door Vimalakirti’, of ‘De onvoorstelbare poort naar de bevrijding’. Vervuld van grote vreugde, betuigen de aanwezigen hun eerbied aan de Verhevene om vervolgens huns weegs te gaan.  

Bronnen
Luk, C. Ordinary enlightenment, Shambhala, Boston & London, 2002
Luk, C. De Vimalakirti Nirdesa soetra, Maitreya Instituut, 2005





Terug naar Welkom