Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - najaar 2017
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

Het belang van monniken en nonnen

Ayya Vimala

Ayya Vimala is in 1967 in Delft geboren en heeft Geofysica en MBA gestudeerd. Ze is eerst twee keer (in 2008 en in 2009) voor een maand tot non gewijd in Myanmar (Birma). In 2012 besloot ze voor altijd non te worden, en werd in Duitsland tot Anagarika gewijd. Daarna leidde haar weg via Perth, Australië, waar ze in 2014 tot Samaneri werd gewijd, naar Los Angeles, waar ze haar hogere wijding ontving in 2016. Haar droom is om een klooster voor nonnen in Europa te stichten. In dit artikel legt zij uit waarom zij vindt dat monniken en nonnen zo belangrijk zijn voor het voortbestaan van de Dhamma.

Ayya Vimala
k zag dat in dit magazine veel geschreven wordt over de boeddhistische Leer, de Dhamma. Dat is natuurlijk heel belangrijk, want uiteindelijk draait het boeddhisme om de praktijk. Dat is het beoefenen van wat de Boeddha ons geleerd heeft en daarin speelt meditatie een centrale rol.

Behoud van de Dhamma
Maar er zijn nog andere aspecten van de Dhamma, die vaak wat onderbelicht worden. En dat is vooral de rol van monniken en nonnen. Intreden in de gemeenschap van monniken en nonnen is iets wat in Europa natuurlijk niet zo vanzelfsprekend is en misschien daarom wordt het belang hiervan vaak onderschat. Iemand die intreedt in een klooster doet dit niet alleen om zichzelf in meditatie en de beoefening van de Dhamma te scholen en dat aan anderen te onderwijzen. Het gaat om niets minder dan het behoud van de Dhamma door de eeuwen heen. Het zijn de monniken en nonnen die ervoor hebben gezorgd dat wij vandaag de dag nog steeds de mogelijkheid hebben om de Leer te horen en om juist te mediteren.

Het volgende fragment komt uit het voorwoord van de leefregels voor de monniken, de Bhikkhu-Vibhanga van de Vinaya:

‘'s-Avonds, nadat hij uit zijn afzondering was teruggekomen, begaf Sāriputta zich naar de Meester. Hij boog, ging aan zijn zijde zitten en zei: “Meester, terwijl ik in afzondering was dacht ik: ‘Voor welke Boeddha’s bleef de Leer niet lang behouden, en voor welke wel?’”

“Sāriputta, de Leer die verkondigd werd door Meester Vipassī, Meester Sikhī, en Meester Vessabhū, bleef niet lang behouden. Maar de Leer die verkondigd werd door Meester Kakusandha, Meester Konāgamana, en Meester Kassapa, bleef wel lang behouden.”

“En wat is de reden ervan dat de Leer die door Meester Vipassī, Meester Sikhī, en Meester Vessabhū werd verkondigd, niet lang behouden bleef?”

“Meester Vipassī, Meester Sikhī, en Meester Vessabhū waren niet ertoe genegen om gedetailleerde instructies te geven ...; en ze legden de trainingsregels niet vast en reciteerden de orderegels voor monniken en nonnen niet. Nadat zij waren heengegaan en nadat hun naaste discipelen waren heengegaan, ... verdween de Leer snel. ...”

“Wat is dan de reden waarom de Leer die door Meester Kakusandha, Meester Konāgamana, en Meester Kassapa werd verkondigd, wel lang behouden bleef?”

“Meester Kakusandha, Meester Konāgamana, en Meester Kassapa waren vlijtig in het geven van gedetailleerde instructies aan hun discipelen. Ze gaven vele leerredes ...; en ze legden de trainingsregels vast en reciteerden de orderegels voor monniken en nonnen. Na het heengaan van deze Boeddha’s, na het heengaan van hun naaste discipelen, zorgden de laatste discipelen ervoor dat de Leer bewaard bleef voor een lange tijd. Het is net als bloemen op een plat oppervlak, die door een draad bij elkaar gehouden worden: ze worden niet verspreid, waaien niet weg en worden niet kapot gemaakt door de wind. Waarom is dat zo? Omdat ze door een draad bij elkaar worden gehouden. Op diezelfde manier, na het verdwijnen van deze Boeddha’s, na het verdwijnen van hun naaste discipelen, zorgden de laatste discipelen ervoor dat de Leer voor lange tijd bewaard werd. Dit is de reden waarom de Leer, die door Meester Kakusandha, Meester Konāgamana, en Meester Kassapa werd verkondigd, lang bleef bestaan.”

Toen stond Sāriputta op, legde zijn gewaad over zijn schouder, vouwde zijn handen samen en zei: “De tijd is rijp, Meester, om de trainingsregels vast te leggen en de orderegels voor monniken en nonnen te reciteren, zodat de Leer voor een lange tijd bewaard kan blijven.”’

Monniken en nonnen
Het lijkt allemaal heel mooi, om monnik of non te worden. Maar in de praktijk is het niet altijd even gemakkelijk. Toen ik voor het eerst in Birma tot non werd gewijd, had ik geen flauw idee van wat er allemaal speelde achter de schermen van het boeddhisme. Ik was in het Westen begonnen met mediteren en er werd mij altijd verteld dat de Boeddha vier groepen van discipelen had onderwezen. Dit zijn namelijk monniken en nonnen, en mannelijke en vrouwelijke lekenvolgelingen, en dat voor het voortbestaan van de Dhamma deze vier groepen alle even sterk moesten zijn.

Na zijn verlichting sprak de Boeddha:

‘Niet zal ik, o Boze, het uiteindelijke nirvana binnengaan, voordat mijn monniken, mijn nonnen en mijn mannelijke en vrouwelijke lekenvolgelingen vastberaden discipelen zijn geworden, goed getraind, vaardig, geleerd, de Dhamma kennend, op weg in de rechtschapenheid van de Dhamma, de juiste weg bewandelend, de Dhamma volgend, voordat ze de leer van hun leermeester in zich hebben opgenomen en deze zullen onderrichten, onderwijzen, kenbaar maken, naar voren brengen, openbaar maken, uitleggen, duidelijk maken, voordat zij de wonderbaarlijke Dhamma kunnen onderrichten door opgerezen tegenwerpingen met de juiste argumenten succesvol te weerleggen. … Niet zal ik, o Boze, het uiteindelijke nirvana binnengaan, voordat dit heilige leven van mij zal gedijen, bloeiend zal zijn, wijd verspreid zal zijn, eigendom van vele mensen, gemeengoed, ja zelfs goed verkondigd is onder goden en mensen.’ (DN ii 104, 106; vert. De Breet & Janssen)

Hedendaagse nonnen
In Birma, Thailand en Sri Lanka ziet men veel monniken en nonnen rondlopen. Ik wist in eerste instantie echter niet dat deze ‘nonnen’ eigenlijk helemaal niet als non worden beschouwd en ook niet echt zijn gewijd, en dat zij vaak meer als huishoudster voor de monniken dienen. Het hoogste wat deze nonnen kunnen bereiken zou een wedergeboorte zijn als man.

Ikzelf kwam natuurlijk uit een heel ander milieu. Ook al is er in Nederland misschien nog steeds enige ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, ik had altijd alle kansen gehad mijzelf te ontwikkelen, te gaan studeren, te reizen. Over het algemeen kon ik alles te doen wat mannen ook deden. Een dergelijke zienswijze kon ik dan ook moeilijk begrijpen.

Ik had ook lange tijd in een meditatiecentrum gewoond en het was me daar al opgevallen dat de cursussen voornamelijk door vrouwen bezet werden. Ik ben er dan ook van overtuigd dat als het boeddhisme zich in het westen wil ontwikkelen, het noodzakelijk is om ook volledig gewijde nonnen hierin te betrekken.

Uiteindelijk kwam ik terecht bij één van de drie volledig gewijde Theravada-nonnen, bhikkhuni’s, die in Europa woonden in een klein klooster in Zuid-Duitsland. Inmiddels zijn het er vijf, waarvan ik er één ben. Later werd ik uitgenodigd om in de kloosters van mijn leraar Ajahn Brahm te komen.

In Santi Forest Monastery leerde ik Bhante Sujato kennen en was erg onder de indruk van hem. Hij heeft zich samen met Bhante Analayo erg ingespannen om de volledige bhikkhuni-wijding weer op gang te brengen. Hij kon Ajahn Brahm ervan overtuigen om bhikkhuni’s te gaan wijden en dit gebeurde uiteindelijk in 2009.

Helaas was het onmiddellijke gevolg dat Ajahn Brahm werd geëxcommuniceerd uit de Thaise Sangha. Ik ben deze monniken die zich zo belangeloos voor de nonnen hebben ingezet dan ook heel dankbaar, omdat er nu inderdaad een groeiende, maar nog erg kleine, Theravada-Bhikkhuni-Sangha bestaat.

Het feit dat Ajahn Brahm hiermee begonnen is betekent overigens niet dat het pad voor vrouwen er erg veel gemakkelijker op geworden is. De infrastructuur voor nonnen bestaat nog nauwelijks en in veel Aziatische landen, en zelfs binnen verschillende westerse kloosters, worden ze niet erkend. De nonnen zijn nog vooral pioniers, die het moeten stellen zonder de ondersteuning van de Aziatische gemeenschappen, die voor de monniken zo vanzelfsprekend is.

Er zijn inmiddels wel wat meer plaatsen voor Theravada-nonnen in de wereld gekomen, vooral in Australië en de Verenigde Staten, maar voor het overgrote deel zijn dit plaatsen waar maar een paar nonnen wonen. In Europa is ook nog veel werk te verzetten, maar langzaam zien we dat ook hier meer nonnen komen. Ook van andere tradities, die meehelpen om de Dhamma te verspreiden en de Leer aan de komende generaties over te dragen, zodat deze nog lang bewaard kan blijven.  

Met veel metta,

Ayya Vilama

Bronnen
Bron in kwestie De Engelse versie van de Bhikkhu-Vibhanga van de Vinaya
De Breet, J. & Janssen, R. De verzameling van lange leerredes van de Boeddha. Rotterdam: Uitgeverij Asoka, 2001 (pg 339)





Terug naar Welkom