Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - zomer 2017
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

Reine Land-boeddhisme

Kees Moerbeek

De Donglin Tempel op de berg Lushan in China is de geboorteplaats van het Reine Land-boeddhisme (ook bekend als Zuivere Land-boeddhisme). Dit ‘boeddhisme voor gewone mensen’ is gebaseerd op Chinese vertalingen van de Reine Land-soetra’s, van rond het jaar 148. Tegenwoordig is Reine Land, samen met Ch’an (Zen), de belangrijkste vorm van boeddhisme in China, Japan, Taiwan en Vietnam.

eine Land begon een rol te spelen na 402. In 402 stichtte de monnik en leraar Hui-yuan (336-416) met 123 volgelingen de Witte Lotusgroep (White Lotus Society). Ze zwoeren voor een afbeelding van Amitabha Boeddha dat zij herboren zouden worden in het Reine Land in het Westen (Sukhavati). In de eeuwen erna zou het Reine Land-boeddhisme zich verspreiden over heel China.

Westelijk Paradijs
Shinran Shonin
De Amitabha-Soetra, een van de belangrijkste drie soetra’s van Reine Land, beschrijft het Westelijk Paradijs waar Reine Land-boeddhisten herboren willen worden. Meestal wordt het gezien als een geestestoestand, maar volgens de Aziatische folklore bestaat deze hemelse wereld op aarde werkelijk.

Amitabha (Amida) is een van de drie heiligen van Reine Land, samen met Mahasthamaprapta, de bodhisattva van de kracht van de wijsheid en Avalokiteshvara (Guanyin), de bodhisattva van mededogen. Ze worden vooral aanbeden om overledenen toegang tot het Westelijk Paradijs te geven. Het aardse bestaan wordt gezien als een overgangsfase naar dit paradijs.

Compassie
Hui-yuan en andere vroege meesters van Reine Land waren van mening dat de meeste mensen niet in staat zijn om op ‘eigen kracht’ (jiriki) het nirvana te bereiken. Zij kunnen immers geen streng monnikenleven leiden. Het alternatief is wedergeboorte in het Reine Land, op voordracht van Amitabha. Daar staat het dagelijkse leven niet in de weg om te leven volgens de Dharma. Dankzij het mededogen, de 'andere kracht' (tariki) van Amitabha bevinden de wedergeborenen zich dichtbij het Nirvana. Deze weg staat open voor iedereen.

De belangrijkste overeenkomst tussen alle scholen van het Reine Land is het reciteren van de naam van Amitabha (Amida). In het Chinees is de mantra ‘Namo Amituofo’. In het Japans ‘Namu Amida Butsu’, de Nembutsu. Recitatie is een vorm van meditatie waarbij Amitabha gevisualiseerd wordt en de volgeling één kan worden met Amitabha.

Versplintering
In China was Reine Land nooit een aparte traditie. Het maakte deel uit van alle Chinese boeddhistische tradities. Zo niet in Japan. In de Japanse Kamakuraperiode maakten boeddhistische leraren als Honen, Shinran, Nichiren en Dogen zich los van de dominante Tendaitraditie. Dit leidde tot veel vijandigheid tussen boeddhisten onderling en tot versplintering van het boeddhisme. De kloosters van de diverse scholen stonden onder de bescherming van lokale heersers en machtige families. Zo ontstond in Japan een op zichzelf staand Reine Land-boeddhisme.

Honen Shonin
Honen Shonin
Honen Shonin (1133-1212) was een teleurgestelde Tendai-monnik, die Reine Land in Japan stichtte. Met het stichten van een onafhankelijke school verwierp Honen de meditatieve benadering en propageerde boven alles het reciteren van de Nembutsu. ‘Deze eenvoudige beoefening was door de Boeddha zelf ingesteld, voor eenieder die zou leven in het tijdperk van mappo, de ondergang van de leer. Deze tijd was gekomen, zoals bleek uit aardbevingen, overstromingen, droogten, hongersnoden, pest, burgeroorlogen en grote branden, die de hoofdstad teisterden. Hoe onstandvastiger en chaotischer de wereld werd, hoe irrelevanter het traditionele, door de bevoorrechte klassen gesteunde boeddhisme. De vraag naar een nieuwe religiositeit, om aan de spirituele behoeften te gemoet te komen, werd steeds urgenter,’ schrijft professor oosterse religie Taitetsu Unno. De school van Honen heet Jodo-kyo of Jodo Shu (School van het Reine Land). Wanneer hij niet reciteerde vertelde hij leken en monniken over de zegeningen van de Nembutsu. Hij kreeg een grote aanhang onder alle lagen van de bevolking, tot ongenoegen van de heersende klasse. Veel van zijn volgelingen werden verbannen of vermoord vanwege hun overtuigingen. Ook Honen werd verbannen, kreeg uiteindelijk gratie en mocht naar Kyoto terugkeren. Een jaar later overleed hij.

Afsplitsing
Na zijn overlijden ontstond er een richtingenstrijd tussen zijn opvolgers, waardoor er diverse afsplitsingen ontstonden. Shoboko Bencho (1162-1238), leerling van Honen, wordt gezien als de Tweede Patriarch van Jodo Shu.

Een andere leerling, Shinran Shonin (1173-1262), was een monnik die zijn eed van celibaat ophief. Hij was van mening dat devotie belangrijker is dan het aantal recitaties. Ook vond hij dat de devotie voor Amitabha de behoefte aan kloosters deed verdwijnen. Zelf trad hij uit het klooster en trouwde. Hij is de stichter van Jodo Shinshu (Ware School van het Reine Land).  

Bronnen
Unno, T. Twee rivieren, een kennismaking met de Reine-Landtraditie van het Japanse boeddhisme, Asoka, Rotterdam 2001
BBC, Pure Land Buddhism
Buddhanet, Japanese Buddhist schools
The Buddha Speaks of Amitayus
David Brazier over Pure Land





Terug naar Welkom