Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - zomer 2017
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

‘Ik neem mijn toevlucht tot Boeddha Amida’

een gesprek met Daijō Fons Martens

Kees Moerbeek

Daisetz Teitaro Suzuki’s boek Buddha of infinite light was mijn eerste kennismaking met het Reine Land-boeddhisme. Suzuki schrijft hierin liefdevol over het geloof van zijn moeder. In Japan is deze vorm van boeddhisme de meest populaire vorm, maar in het Westen is Reine Land nagenoeg onbekend. Ik ging op onderzoek uit en sprak met uit en sprak met Eerwaarde Daijō (leraar) Fons Martens van de Tempel van het Licht van Mededogen (Jikōji) in Antwerpen.

Daijō Fons Martens
e begrippen god en boeddha zijn me bekend, maar wie is Amida?
Als in de oude teksten verwezen wordt naar Amida, wordt meestal de naam Amitayus of Amitabha gebruikt. Amida is in Japan de samentrekking van beide namen. Amitabha is het Grenzeloze Licht, en Amitayus, het Grenzeloze Leven. Licht en Leven staan hier voor respectievelijk Wijsheid en Mededogen, die dan in hun oneindigheid gezien worden. Amida kan beschreven worden als het Oneindige Boeddhaschap dat zich in ons begripsvermogen uitdrukt in Grenzeloos Licht (Wijsheid) en in Grenzeloos Leven (Mededogen).

De Engelsen gebruiken het woord compassion. Vertaald is dit compassie, maar passie kan juist een struikelblok zijn. Medelijden voegt lijden toe, vandaar dat we in het shin-boeddhisme (Reine Land-boeddhisme) liever spreken van mededogen. Dit betekent gedogen dat iemands levenservaringen hem tot een persoon maken met positieve, maar ook met minder heilzame kantjes. Het betekent terzelfdertijd ook jezelf accepteren met je minder fraaie kantjes: gedogen dat je niet perfect bent. Door het licht van de Wijsheid ontvang je aanvaarding. Daarom is voor de meesten Amida geen persoon, maar een doel om na te streven: ‘Ik wil niet oneindig wijs zijn, maar wel inzicht krijgen en heb mededogen, omdat dit mij inzicht geeft.’

In sommige teksten staat dat Amida naar de aarde gekomen is zoveel kalpa’s (een oneindige tijd) geleden. Ik vind dat we moeten loslaten dat hij een persoon geweest is. De historische Boeddha was een persoon, die de weg van het Leedloze heeft onderwezen.
Hoe kun je shin-boeddhist worden? Door wijsheid, ook in jezelf, en mededogen, ook met jezelf, na te streven als doelen. Het derde dat erbij komt is vertrouwen: heb vertrouwen in Amida.

In zen bijvoorbeeld is men druk bezig met zitten en doet men hard zijn best. Over vertrouwen en genade, wat ik een akelig begrip vind, hoor ik weinig.
‘Genade’ doet mij ook te veel denken aan de rooms-katholieke kerk. Maar wat er ook in het leven op je afkomt aan heilzame of minder heilzame situaties, accepteer dit.

Amida
Vertrouwen, want dan komt alles goed? Dit klinkt als een uitnodiging om de boel de boel te laten. Dat lijkt me nu ook weer niet de bedoeling.
Dat klopt. Twintig jaar geleden, in het begin van mijn werk, was er iemand, die zei wat de andere scholen nog weleens over ons zeggen: hangmatboeddhisten. In zen en ook theravada doet men erg veel moeite en hier zou het Amida zijn die voor ons werkt. Ik antwoordde dat Amida echt niet het licht in de straat zal betalen en er niet voor zal zorgen dat er niets gestolen wordt. We moeten een heleboel ook zelf doen. Vertrouwen betekent bovendien dat je vertrouwen hebt in wat je doet, maar wat doet het ertoe als het resultaat een keertje tegenvalt?
Wat je in een aantal teksten leest is dat niet jij dat vertrouwen hebt, maar dat Amida jou het vertrouwen geeft om vooruit te gaan. Op het moment dat je dit beseft, kan een buurjongen Amida voor je zijn. Ik tegenover de anderen is geen oplossing, want we zijn allemaal verbonden.

Wat is de nembutsu?
De stichter van onze traditie Shinran Shonin was twintig jaar lang monnik in het klooster op de berg Hiei. ‘Het kan toch niet zijn,’ dacht hij ‘dat iemand die niet kan lezen of kan schrijven en niet iedere dag kan mediteren, dat die nirvana niet kan bereiken.’ Hij trad uit het klooster en leerde zijn leraar Honen Shonin kennen. Hij is diverse keren bij zijn bijeenkomsten geweest. Honen’s antwoord op de vraag van Shinran is: ‘Zeg gewoon de nembutsu: Namu Amida Butsu (‘ik neem mijn toevlucht tot Boeddha Amida’).’

Boeddhisten nemen zich voor niet te doden, maar vissers doden vissen om ze te kunnen verkopen en daardoor eten te hebben. Zij voelden zich door de maatschappij buitengesloten. Daarom zegt Honen dat als je een ander beroep kunt kiezen, dat je heilzamer vindt, doe dit dan. Lukt dit niet, zorg er dan voor dat je goede vissen vangt en lever ze goed af. Shinran maakt een aantal van deze situaties mee en ontmoet er ‘gewone mensen’.
Shin-boeddhisme is begonnen met kleine groepjes ‘gewone mensen’, onder andere begeesterde boeren en boerinnen. Maar dit viel niet in goede aarde bij de gevestigde monnikenordes, ze klaagden bij de keizer en vroegen om een verbod. Honen werd verbannen naar het zuidoosten en Shinran naar het noordwesten van Japan. Een aantal volgelingen werd zelfs vermoord. Shinran leefde jarenlang in ballingschap zonder boeken en zonder contact. Om overeind te blijven zei hij tenminste een keer per dag vol overtuiging Namandabu (= Namo Amida Butsu).

Wat is het Reine Land?
Het Reine Land wordt in de meeste teksten omschreven als een soort hemel waar je pas in terecht kunt komen na je overlijden. Maar het belangrijkste is het hier en nu. Als het licht van wijsheid en compassie op je schijnt, kun je zien hoe je eigen situatie is en heb je respect voor alles wat er is, zelfs voor een steen. Wanneer je samen met elkaar iets wil bereiken, dan geeft dit rust. Dit kan al een rein land zijn, niet beïnvloed door de belangrijkste oorzaken van lijden. Het Reine Land is een doel om na te streven in dit leven.

Als de factoren van het lijden zelfs maar een enkel moment opgeheven zijn, ben je op dat moment in het Reine Land, nirvana?
Dat is heel wel mogelijk. Voor sommigen is het Reine Land te vergelijken met Nirvana.

Ik zeg geen nembutsu.
Het is niet nodig.
Gered door het mededogen van de boeddha,
Hoe dankbaar ben ik.
Namu-amida-butsu is altijd met mij,
En ik ben altijd met hem.
Terwijl ik slaap, namu-amida-butu.
Terwijl ik waak, namu-amida-butsu.
Terwijl ik wandel, rust, zit of lig,
Namu-amida-butsu
Terwijl ik werk, namu-amida-butsu.
(uit: Twee rivieren blz. 202)  

Bronnen
Website Jikoji
Unno, T. Twee rivieren, Een kennismaking met de Reine-Landtraditie van het Japanse boeddhisme, Asoka, Rotterdam 2001
Namo Amida Butsu2





Terug naar Welkom