Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - najaar 2017
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN

SADDHARMA

Peter van de Beek

Op 8 november 1967 zat Peter van der Beek bij notaris G.H. Smits te Groningen om de oprichtingsakte te passeren voor de Stichting Nederlands Buddhistisch Centrum. Hij trad ook op als gemachtigde voor de andere oprichters. Het Centrum is de juridische voorloper van de Stichting Vrienden van het boeddhisme (VvB). Hieronder een artikel uit de rijke geschiedenis van het Tulpenboeddhisme.

Peter van de Beek
n het tijdschrift Saddharma (’de goede leer’), het blad van het centrum, van juli 1969 schreef Rev. Peter van der Beek AMM een artikel over Nichiren. Het literatuuroverzicht wordt niet vermeld, omdat dit te gedateerd is. Waar nodig is de spelling van de oorspronkelijke tekst aangepast.

NICHIREN

Een hoogst merkwaardige boeddhistische sekte in Japan is de Hokké-shū d.w.z. de school van de Lotus van de Goede Wet, gewoonlijk naar haar stichter Nichiren, de Nichren-shū genoemd.

Een leerling van Nichiren, Nikkō genaamd, stichtte de Nichiren-sōshū, de school waarmee direct of indirect vrijwel alle Japanse neo-religies verbonden zijn. Het aantal belijders van deze neo-Nichiren-scholen bedraagt ettelijke miljoenen. De Sōka-Gakkai, in 1930 begonnen als studiegroepje van rond de 30 mensen, telt nu meer dan 13 miljoen aanhangers. De Rishō-Kōsei-Kai bijna 10 miljoen.

Nichiren is een unieke persoonlijkheid geweest in de geschiedenis van het wereldboeddhisme en ongetwijfeld een van de boeiendste figuren van het Japanse godsdienstige leven.
Door een onverbiddelijke consequentie en een fanatieke eenzijdigheid wist hij zijn idealen door te zetten en zijn volgelingen met een uitzonderlijke levenskracht te bezielen, die zij tot op heden weten te bewaren.

In 1222 werd Nichiren als zoon van arme ouders in het kleine vissersdorpje Kominato geboren. Op twaalfjarige leeftijd trad hij in het Tendai-klooster van Kiyosumi in de buurt van zijn geboorteplaats, waar hij een uitgebreide studie begon van godsdienstfilosofische leren van het brahmanisme en het boeddhisme, de moraal van Kungfu-tze, alsook van de geschiedenis en de literatuur van Japan. Hij werd diep getroffen door de grote verdeeldheid en rivaliteit van de vele en verschillende boeddhistische sekten en scholen toentertijd.

Hartstochtelijk zocht hij naar het alleen-ware boeddhisme. Twintig jaar lang hield hij zich bezig met de studie van het boeddhisme zoals dat door de Tendai-school werd gepredikt, de school die door de beroemde Dengyō Daishi in 805 op de berg Hiei werd gesticht.
Na een uiterst kritisch onderzoek van alle beschikbare teksten, koos Nichiren tenslotte het Lotus-sūtra als zijns inziens de meest zuivere weergave van het orthodoxe boeddhisme. Hij raakte zo overtuigd van de uitzonderlijke betekenis van het Lotus-sūtra, dat volgens hem daarin de zuivere leer van Boeddha Śākyamuni volmaakt geopenbaard was.

Het Sūtra van de Lotus van de Goede Wet, het Saddharma-Puṇḍndarīka-Sūtra, in het Japans Myō-hō-renge-kyō of ook Hokké-kyō genoemd, is een van de oudste mahāyānistische sūtra’s, behorende tot de 9 heilige geschriften (de zogenaamde dharma’s) van het mahāyāna. Het is onder andere door prof. dr. H. Kern vertaald in de serie Sacred Books of the East, Vol. XXI.
De datum van dit uit het noordwesten van India afkomstige sūtra wordt tegenwoordig gesteld rond het jaar 200 van onze jaartelling. De oudste vertaling in het Chinees door Dharmarakşa dateert van 285. Kumārajīva (384-417) bezorgde in 406 nogmaals een vertaling uit het Sanskriet in het Chinees.
Nichirens religieuze activiteit was geheel gericht op een herleving van het boeddhisme, gebaseerd op de voorstelling van de Leer zoals hij die geformuleerd vond in het Saddharma-Puṇḍarīka-Sūtra.
Nichiren

Een visioen in 1253 overtuigde Nichiren tenslotte helemaal een geroepen profeet te zijn, die zijn leven moest inzetten voor de prediking van de Lotus-boodschap. Hij beschouwde zich als de incarnatie van Viśiṣṭacāritra (Jap. Jōgyō), de bodhisattva die in hoofdstuk 14 van het Saddharma-Puṇḍarīka-Sūtra de opdracht van Boeddha Śākyamuni krijgt het geloof te verdedigen en te propageren.
Nichiren was niet alleen een hartstochtelijk prediker, hij verbond met zijn reformatie en unificatiepogingen van het boeddhisme ook bepaalde politieke aspiraties, die hem veel tegenstand, vijandschap en herhaalde verbanning door de regeringsautoriteiten te Kamakura hebben bezorgd, want een van de merkwaardigste trekken van Nichirens leer was namelijk de identificatie van de godsdienst, i.c. zijn exclusieve interpretatie van het boeddhisme, met het nationale leven.

Uit zijn eigen profetische opvatting het dreigende verval van de Leer van Boeddha Śākyamuni een halt te moeten toeroepen, en de rotsvaste overtuiging zelf de enig juiste interpretatie te hebben gevonden ('het ware boeddhisme is niet anders dan de waarheid zelf.'), vloeide psychologisch-vanzelfsprekend een fanatiek-polemische houding voort tegenover al de andere boeddhistische richtingen, waarin verlossing werd gezocht.
Zijn felste aanvallen van dogmatische onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden golden wel de Jōdō-shū, het door Honen Shonin (1133-1212) in 1175 ingevoerde Amida-boeddhisme, een leer waarin het accent valt op de genade van Amida, de Boeddha van Oneindig Licht (Amitābha) en Eeuwig Leven (Amitāyus), de Heer van ‘het westelijk paradijs’ (Sukhāvatī).
Het devotionele Amida-boeddhisme van de Jōdō-shū en de Jōdō-shinshū is nog steeds de meest populaire vorm van boeddhisme in Japan. De Jōdō-shinshū, gesticht door de beroemde Shinran Shonin (1173-1262) is met een kleine 17 miljoen aanhangers ook numeriek de belangrijkste vertegenwoordiger van het boeddhisme in Japan.

De bijna monotheïstische verering van Amida nu was in de ogen van Nichiren niet minder dan verraad ten opzichte van Boeddha Śākyamuni, de werkelijke stichter van het boeddhisme en de enige ware Heer van het universum, overeenkomstig de definitieve en volmaakte openbaring in het Saddharma-Puṇḍarīka-Sūtra.
Het beroemde NEMBUTSU, d.i. het gebed tot Amida 'Namu Amida Butsu', zoals reeds voorkomt in de omstreeks 200 na Christus te dateren Sukhāvatī-vyūha, brandmerkte Nichiren als ‘de weg naar de hel.’

Toch voelde Nichiren blijkbaar behoefte tegenover dit door hem zo gehate NEMBUTSU ook zelf een min of meer magisch-religieuze formule te creëren. Wat lag er meer voor de hand dan de titel van de meest vereerde tekst, het Lotus-sūtra?
Het rituele gebed van de Nichiren-boeddhisten, het DAIMOKU, luidt dan ook 'Namu Myō-hō- renge-kyō' – ere zij het Lotus-sūtra van de Goede Wet.
Recitatie van het DAIMOKU en verering van de mandala waarop deze heilige woorden zijn geschreven – als het ware een grafische representatie van de waarheid van de leringen van het Lotus-sūtra – vormen de belangrijkste ceremoniën bij alle Nichiren- en neo-Nichirensekten.
Onophoudelijk zingen en roepen de gelovigen – begeleid door tromgeroffel – deze vereringsformule, ‘opdat zelfs iemand die niet in het diepste wezen van de heilige tekst vermag binnen te dringen, toch tenminste de zegeningen op grond van deze verering deelachtig moge worden.’
Verbanning Nichiren naar Sado

Tegen het einde van zijn leven zou Nichiren bij Kamakura op een gegeven ogenblik terechtgesteld worden, maar op bovennatuurlijke wijze ontsnapte hij op het allerlaatste moment aan de doodstraf. Hij werd toen naar het eilandje Sado in het barre noorden van Japan verbannen, maar deze verbanning duurde maar drie jaar. De laatste jaren van zijn leven bracht hij in betrekkelijke rust, streng ascetisch, door in het klooster van Minobu in een bergdal aan de voet van de Fujiyama.
Nichiren stierf op 13 oktober 1282; zijn rustplaats is onder een geweldige grafpiramide in Ikegami, toen in de buurt, nu in het midden van Tōkyō.

De essentie van het boeddhisme in de opvatting van Nichiren is, dat Boeddha Śākyamuni – weliswaar niet als de historische Gautama, maar als de eeuwig alomvertegenwoordige Boeddha-natuur – één is met het bewustzijn en met de gehele natuurlijke wereld.
Dit was eigenlijk al de doctrine van de Tendai-school zoals Saichi (Dengyō Daishi) die formuleerde: het Absolute en de wereld der fenomenen, de Boeddha-natuur en het bewustzijn zijn niet te scheiden, maar evenmin identiek; ze verhouden zich onderling als de zee en de golf. De fenomenale wereld is slechts in zoverre reëel, als zij bestaat in de Boeddha-natuur (dharmakāya) en aan haar deel heeft. Elk stofdeeltje kan tenslotte Boeddha worden. Deze opvattingen, met name die van het potentiële Boeddha-schap, vinden we bij vrijwel alle scholen van het mahāyāna.
De leerstellige filosofie van het Nichiren-boeddhisme was dan eigenlijk ook niet nieuw, of het moest al zijn de uitsluitende nadruk op de persoon Śākyamuni Boeddha als historische exponent van het Hoogste Wezen, HONMAN-NOHONZON, de Eeuwige Boeddha, alsmede de exclusieve waardering en religieuze adoratie van de Saddharma-Pundarīka-Sūtra.

Het nieuwe – maar beslist onboeddhistische – waardoor Nichiren en zijn volgelingen de aandacht trokken en een (ten dele) gerechtvaardigde verontwaardiging opriepen was de onverbiddelijke afwijzing en fanatieke verwerping van alle andere sekten en andere Boeddha's.
Prof. Masaharu Anesaki noemt in zijn boek ‘Religious Life of the Japanese People’, Tōkyō 1961, van de Hokké-shū, deze ‘onboeddhistische’ boeddhisten, misschien niet geheel ten onrechte de ‘calvinisten van het boeddhisme’.

De fanatieke geest van Nichiren en zijn dogmatische intolerantie hebben veel strijd en onvrede gebracht in de van nature zo milde en verdraagzame Boeddha-Leer.

Toch getuigt de persoonlijkheid van Nichiren zonder twijfel van grote integriteit en diepe religiositeit en Nichiren – door zijn volgelingen als een Heilige vereerd – moet zeker gerekend worden tot de belangrijke figuren van de Japanse geestescultuur.
Rev. Peter van de Beek AMM

Aanvulling 2017

Nichiren Daishonin was een tijdgenoot van Shinran Shonin, de stichter van Jodo Shinsu (de belangrijkste Reine Land-school) en van Dogen Zenji, de vader van Soto Zen. Nichiren leefde in de Kamakura periode (1185-1333). Hij was ervan overtuigd dat de Dharma in verval was geraakt.
In 1260, aan de vooravond van een serie natuurrampen, schreef hij Rissho ankoku ron (‘Over het vestigen van de correcte leer voor vrede in het land’). De andere boeddhistische scholen, met name Shingon, Reine Land en Zen waren vervalsingen van de Ware Dharma, beweerde Nichiren. Daarom beschermde Boeddha Japan niet langer, met als gevolg aardbevingen, stormen en hongersnood. Nichiren eiste dat Japan zijn leer zou accepteren als de enige juiste. De geërgerde leiders van de gevestigde boeddhistische scholen zorgden ervoor dat Nichiren diverse keren verbannen werd. Ook zijn groeiende schare aanhangers werd aan vervolging onderworpen. (km)  

Verwijzingen
Tulpenboeddhisme: Hoe het boeddhisme in Nederland wortel heeft geschoten (2)
Cultuur tijdens de Kamakura-periode
The Threefold Lotus Sutra. Vertaald door Bunnō Katō, Yoshirō Tamura en Kōjirō Miyasaka, herzien door W.E. Soothill, Wilhelm Schiffer en Pier P. del Campana. New York&Tokyo: Weatherhill/Kosei, 1975.





Terug naar Welkom