Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 10 juni 2016
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Handelen of niet-handelen tussen leven en dood

Wilfried Reuter

Een beschouwing over hoe arts en meditatieleraar Wilfried Reuter in een ingewikkelde situatie tot een passende beslissing wist te komen. Een licht bewerkte vertaling uit Buddhismus aktuell, de kwartaaluitgave van de Deutsche Buddhistische Union (BDU).

agelijks nemen we beslissingen. Sommige daarvan zijn complex, en elke kent gevolgen. Wanneer onze besluiten ook direct het leven van anderen betreffen, worden het voor onszelf gewichtige vraagstukken. Met nadenken alleen komen we dan vaak niet verder.

In de periode dat ik als hoofdarts werkzaam was in een kliniek, werd voor bevallingen in de verloskamer eerst de arts-assistente geroepen, die in moeilijke situaties de vakarts mobiliseerde. Wanneer ook die zich overvraagd voelde, werd de hoofdarts – in de gegeven situatie ik – gealarmeerd.

Kort na middernacht klonk in mijn dienstruimte de telefoon, en werd mij verzocht direct naar de verloskamer te komen. Ongeveer een halfuur daarvoor was er een vrouw gearriveerd die tijdens het vervoer was bevallen van een kleine jongen, Jonas, terwijl zij zich in de 23-24e zwangerschapsweek bevond. Toentertijd lag de grens van levensvatbaarheid bij optimale geboorteomstandigheden rond de 24 weken. De meeste dusdanig vroeg geborenen hadden echter door hun onvolgroeidheid zware hersenbloedingen, wat tot catastrofale neurologische schade leidde. Bij Jonas kwam daar nog bij dat hij in een ongunstige houding was geboren. Mijn collega’s konden bij hem noch hart- noch ademactiviteit waarnemen, en vertelden de moeder dat haar kind als gevolg van onvolgroeidheid dood was geboren. De moeder had haar kind aanschouwd en er spoedig om verzocht het naar een andere ruimte te brengen. Op weg daarheen haalde Jonas in de armen van de verloskundige plotseling eenmaal adem, waarna hij weer levenloos leek. Dit herhaalde zich na enkele minuten. In deze situatie werd ik opgeroepen. Jonas leek dood te zijn. Ontspannen en vredig lag hij zonder ademhaling en zonder hoorbare hartactiviteit in een deken gewikkeld op de behandeltafel. Zijn hersenen hadden inmiddels meer dan dertig minuten geen zuurstof meer gehad. Plotseling voltrok er zich weer een ademhaling, waarna hij mij weer dood toescheen.

Wat moest ik doen? Vanuit juridisch perspectief was reanimeren vermoedelijk aangewezen. Dit zou echter een immense invloed hebben op het stervensproces van de kleine Jonas. En een ‘succesvolle’ reanimatie zou een levenslange zware meervoudige beperking tot gevolg hebben. Moest ik handelen in de lijn van een reanimatie met alarmering van de kinderartsen, of niet-handelen en het stervensproces begeleiden?

In elke situatie bepaalt de mate van onze bewuste helderheid en hartverbinding de breedte van ons perspectief en daarmee de passendheid van ons handelen of afwachten.
Handelen door niet handelen

Er staan ons in elke situatie verschillende bewustzijnslagen met bepaalde mogelijkheden ter beschikking. Bij de meeste mensen overheerst het mentale bewustzijn met de eraan verbonden mentale verklaringen, interpretaties, beoordelingen en vergelijkingen. De wijze waarop ons mentale bewustzijn waarneemt, verklaart en duidt, is afhankelijk van onze conditioneringen en indrukken. Iedere gedachte van het mentale bewustzijn is een uitdrukking van een begrensd perspectief. Kenden we in ons verleden andere ervaringen en daarmee verbonden indrukken, dan zouden we thans vermoedelijk in vergelijkbare situaties anders waarnemen en oordelen. Bovendien vereist een ingewikkelde situatie vaak het afwegen van veel, gedeeltelijk tegenstrijdige informatie. Hierdoor raakt het mentale bewustzijn betrekkelijk snel overvoerd, aangezien het slechts een beperkt aantal aspecten tegelijk in het geheel kan betrekken. Het zintuiglijke bewustzijn weet zich daarentegen verbonden met de ‘honderdduizend aspecten van de gewaarwordingen’ van een situatie. Dit bewustzijn komt tot uiting via de zintuigen. Hierbij is naast het visuele, auditieve, reuk- en smaakbewustzijn het lichaamsbewustzijn van bijzonder belang – het ervaren van druk en warmte en fijnere zintuiglijke waarnemingen, zoals energiestromen, tot aan de subtiele energielagen. Wanneer we ons bewust verbinden met het innerlijk lichaam, en in direct contact treden met onszelf, laten we ons niet zo snel door gedachten domineren. Zo onttrekken we aan de buitenwereld de macht onze binnenwereld te vormen, als gevolg waarvan de kanalen naar onze intuïtieve wijsheid openblijven.

Mij leek het in de bewuste nacht absurd om het hele ‘reanimatieprogramma te doorlopen’ – een innerlijke stem zei mij dat Jonas in vrede wilde sterven en hij mijn hulp daarbij behoefde. Tegelijkertijd had ik gedachten die mij tot concreet medisch handelen aanspoorden. Daarnaast had ik herhaaldelijk de indruk dat Jonas nu eindelijk was overleden – totdat een ademhaling om de vijftien minuten mij anderszins leerde. Ik liet Jonas slechts kort alleen om zijn moeder te vertellen wat er gaande was; dat haar kind, ondanks eerdere berichtgeving, nog niet was overleden. Mede vroeg ik haar voorzichtig hoe nu te handelen. Jonas’ moeder voelde zich overvraagd, ze wilde haar kind niet zien en legde dit besluit nadrukkelijk bij mij.

Wanneer wij ons lichaam fijnzinniger aanvoelen en ons met diepere bewustzijnslagen verbinden, ervaren we een verbondenheid en een stille kracht waaruit op natuurlijke wijze universele liefde (metta) en mededogen voortvloeien.

Als gevolg van diepe verbondenheid met onszelf, uit zelf-nabijheid, staan ons heel andere handelingsmogelijkheden ter beschikking dan wanneer we slechts beslissen vanuit ons geconditioneerde oppervlaktebewustzijn, het mentale bewustzijn.

De nog resterende nachturen bracht ik naast Jonas door. Ik ervoer een diepe ontroering en een mededogende verbondenheid, terwijl ik ook momenten van onzekerheid en twijfel beleefde ten aanzien van het door mij genomen besluit niet te handelen. In de ruimte heerste stilte en waardigheid, niemand stoorde ons. Ik reciteerde wensen van liefdevolle vriendelijkheid (metta) voor Jonas. Tegelijkertijd begreep ik niet waarom het proces zich zo langzaam voltrok. Ik had indertijd jarenlange verloskundige ervaring, maar zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Het scheen mij toe dat Jonas’ geest deels los was van en deels verbonden was met zijn kleine lichaam.

Wanneer we door liefdevolle aandacht gericht op lichaamsgewaarwording onszelf meer nabijkomen, ervaren we tegelijkertijd verbondenheid met de diepere natuur van al wat ons omgeeft.

Tegelijkertijd kunnen we de situatie meeromvattend verkennen en doorgronden. De ‘gewone’ geest neemt een ervaring als complex waar. Op deze wijze kan een situatie al snel bedreigend worden, waardoor we ons overvraagd voelen. Wanneer we de situatie dieper doorgronden en de ervaring naar de componenten ervan ontleden – lichamelijke gewaarwordingen, gedachten, emoties, neigingen tot reacties – verliest zij haar bedreigende of verwarrende vermogen.

‘Zit je in de val, haal de val dan uit elkaar. Als je de val in de onderdelen uit elkaar hebt gehaald, kan die je niet meer vangen. Met vrijheid als gevolg’, aldus Bhante Gunaratana.

De weg uit een val betekent het uit elkaar halen van de ervaring. De manier om met moeilijke situaties om te gaan, is vóór alles nabijheid tot jezelf te realiseren door subtiele lichaamsgewaarwording. Daarmee openen zich de kanalen tot de eigen krachtbronnen, en daarop voortbouwend is het mogelijk de situatie nader te doorgronden.
Hoe aandachtiger we de met de situatie verbonden ervaringsfactoren in de geest onderzoeken, des te minder deze ons kunnen verblinden. Hoe minder wij ons laten innemen door de situatie als geheel, ofwel hoe vrijer de geest is, hoe helderder, passender en meer door het hart gedragen onze besluiten zijn.
Wat passend en ethisch is, hangt af van de situatie. Een gedragswijze die onder bepaalde omstandigheden passend is, kan in een andere situatie niet-passend zijn. De kwestie van wel of niet reanimeren in het geval van een vroeggeborene van 300 of 400 gram vraagt om een ander besluit dan bij een vroeggeborene van 800 of 1000 gram.
Het verkennen en doorgronden van een situatie heeft niet alleen betrekking op de te onderscheiden aspecten ervan, maar ook op de voorwaardelijkheid en de vergankelijkheid van elk element. Zodoende treedt het ik-gerichte geconditioneerde zicht terug ten behoeve van een breder perspectief op de situatie. Tegelijk wordt duidelijk in hoeverre juist eigen gekwetste gebieden en onopgeloste innerlijke patronen zich aangeraakt weten.

Lichaamsbewustzijn en een daarmee verbonden innerlijke balans en hartcontact verhinderen dat problematische persoonlijkheidsaspecten onze beslissingen verregaand beïnvloeden.

Dergelijke patronen in mij wilden ook die nacht tot handelen aanzetten om de situatie weer onder controle te krijgen, mede om mij vanuit juridisch oogpunt veilig te stellen. Andere delen in mij waren er zeker van dat de spanning van het langdurige stervensproces weliswaar onaangenaam, maar in een groter verband juist was. Uit een diepe, voelende verbinding ontstaan berusting en een subtiele concentratie. Dit laatste maakt het mogelijk meer verfijnde aspecten van de situatie waar te nemen. Daartoe beschikt een kalme geest over een kracht om besluiten daadwerkelijk te realiseren – in bewust handelen of bewust niet-handelen.

Diep met het lichaam verbonden, met een kalme geest en een open hart zal zich een vriendelijke ethische houding in onze besluiten tonen – niet resulterend uit verstandig nadenken, evenwel als spontane uitdrukking van deze bijzondere geestestoestand.

Niet overwegend ons kleine ik met zijn conditoneringen, concepten en angsten komt dan tot een besluit, maar een bovenpersoonlijke wijsheid van het hart.

Tegen de middag was Jonas’ moeder genegen hem te zien. Zij hield hem in haar armen toen hij in de namiddag een laatste keer uitademde. (ivs, met dank aan jdh)  

Bron
‘Handeln/Nicht-handeln zwischen Leben und Tod’, Buddhismus aktuell, 4/2015, p. 23-25





Terug naar Artikelen