Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 9 september 2016
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Leeg

Guus van Holland


k was er maar weer eens voor gaan zitten. Mijn hoofd was weer vol en ik wilde zo graag dat hij leeg werd. Weg met die muizenissen, weg met die problemen, weg met die plannen, weg met iedereen die me in de weg zit. Ik wilde leegte, volslagen leegte. Niks meer.

Daar zat ik dan, op mijn kussen. Ik hield me aan de instructies: laat de gedachten komen en laat ze weer gaan, voel de adem uit je neus komen en over je bovenlip stromen. Ik wilde loslaten, alles loslaten. In mijn hoofd echode een mantra: laat gaan. Maar ik liet niets los. Ik hield me vast aan de instructies. Als ik het niet zó doe komt het niet goed, dacht ik. Het moet goed komen, het moet leeg worden.

Ik wilde al weer weg van het kussen. Ik vocht, ik haalde me dingen in mijn hoofd die me ver van de vurig verlangde leegte houden. Weg, jij die mijn hoofd binnendringt. Weg, opschieten. Ach nee, ik doe het verkeerd. Ik laat het niet begaan, ik laat niet los. Wat nu? Ik wilde leeg worden. Ik had een doel: leeg worden. Ik had me niet voor niets tot het boeddhisme gekeerd, ook om er te leren mediteren. Om zacht en vriendelijk in mijn hoofd te worden, om het daar stil te laten zijn.

Zo gaat het elke keer als ik op mijn kussen zit. Misschien moet ik mijn meditatie-instructeur vragen hoe het moet. Ik moet het weten, ik wil een houvast. Zonder houvast geen succes.

Dan lees ik, op zoek naar houvast ‘De mythe van vrijheid en het Pad van Meditatie’ van Chögyam Trungpa. De oplossing moet te vinden zijn? Zonder oplossing bereik ik mijn doel niet.

Ik vind het hoofdstuk Verveling. Trungpa schrijft daar dat ‘het’ pas echt begint als we verveling bij mediteren gaan voelen, échte verveling. Over het misverstand verplaatst hij zich (onbedoeld) in mij, de man met verwachtingen: ‘Ik had gedacht dat boeddhisme en meditatie iets zouden opleveren, dat ik verschillende niveaus van verwerking zou bereiken. Maar niets van dat alles. Ik verveel me dood.’ Verveling is essentieel, schrijft hij, omdat verveling tegen houvast, tegen referentiepunten ingaat. ‘Referentiepunten zijn onderhoudend, komen altijd met iets nieuws, iets levendigs, iets fantastisch en allerlei oplossingen op de proppen. Als we het idee van referentiepunten wegnemen, is er verveling.’

Gewoon zitten en mediteren dus. Zo ben ik maar weer begonnen. En daar zat ik, stiekem met een hoofd vol verwachtingen. Ik liet gedachten komen en gaan. Ik voelde dat lucht uit mijn neusgaten kwam en mijn bovenlip streelde. Ik voelde tintelingen in mijn lijf. Ik liet het begaan. Ik geef toe, het was worstelen, dat loslaten.

Na een poosje schrok ik. Ik zat tollend op mijn kussen. Mijn ogen hadden zich gesloten. Ik dreigde voorover te vallen en kon mezelf nog net vasthouden. Het moet even leeg zijn geweest in mijn hoofd, anders was ik niet bijna gevallen. Leeg zijn, zou ik het nog eens durven te laten gebeuren?  





Terug naar Artikelen