Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 18 maart 2016
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Mijn Citaat

De keuze van Wanda Sluyter


‘Ik was er al voordat ik het wist’


it is het citaat dat ik als 18-jarige schreef op een grote wand in de aula van het Jeroen Bosch College, waar alle eindexamenkandidaten hun kreten op kalkten. Ik heb geen idee of het een eigen verzinsel was of de woorden zijn van iemand anders, maar ik vond het destijds een boodschap bevatten die verder reikte dan het behalen van een diploma van een middelbare school.
En nu, meer dan dertig jaar later, realiseer ik me eens temeer hoe waar deze woorden zijn in het kader van ons spirituele pad.
Drie aspecten in dit citaat wil ik eruit lichten.

Ten eerste de implicatie van de woorden ‘voordat ik het wist’. Niet alleen verwijst dit naar die periodes in ons leven dat we het over het algemeen zo naar onze zin hebben dat de tijd voorbijvliegt en het al voorbij is voordat we het goed en wel in de gaten hebben. De middelbare schooltijd was daar voor mij een voorbeeld van, maar we kennen allemaal ook kortere periodes van flow waarin alles samenvalt en de tijd een andere dimensie lijkt aan te nemen.
Het verwijst ook naar het vaak nauwelijks bewust iets meemaken, er niet echt met onze aandacht bij zijn. In veel boeddhistische tradities word je aangespoord om dit in de gaten te krijgen. Denk aan de ‘avondlijke aansporing’ in zen waarin wordt gezegd: ‘Verspil geen tijd!’ Of in de Tibetaanse stroming waarbij verwezen wordt naar het kostbare geschenk van deze menselijke vorm waarin we hier zijn.

Ten tweede is het voor mij een aanduiding geweest van een pad dat ik zelf te gaan had en heb. Edel Maex schreef onlangs op zijn blog: ‘Ik kwam niet verder dan de allereerste basispremisse: dat er een pad is waarop iets bereikt moet worden, en waar de leraar zijn autoriteit ontleent aan het feit dat hij daarop verder gevorderd is dan de student. Het werd voor mij helder dat ik die premisse helemaal van de hand wees.’ Ik realiseerde me dat dit, na vele omzwervingen, voor mij eveneens geldt. Dit pad, deze levensweg, dien ik zelf te gaan. En hoe behulpzaam leraren ook kunnen zijn, het laat onverlet dat ik alleen zelf de stappen kan zetten; inclusief de misstappen, de wankelstapjes en de reuzensprongen.

Ten derde is er natuurlijk dat intrigerende woordje ‘er’. Ik was ‘er’ al. Waar dan? Wellicht de grootste valkuil in het boeddhisme is het idee dat er zoiets als verlichting bestaat als iets buiten je wat je op de een of andere wijze kunt ‘verkrijgen’ en waar sommigen wel en anderen geen toegang toe hebben. En die sommige leraren je, hoe subtiel ook, op de een of andere manier als worst gaan voorhouden. Het zijn niet de minsten die er ingestonken zijn of er nog met beide voeten in lopen. Hoevelen van ons doorzien de eigen verslaving aan kennis, aan groeien, aan leren? We denken dat we goed bezig zijn omdat we streven naar het eerste element van het Achtvoudige Pad: juist inzicht. Maar ondertussen draaien we onszelf een rad voor ogen door verder te kijken dan precies hier, onder onze voeten! Daar is ‘het’ ook altijd al geweest. En daarbij gaat het eerder om ‘afleren’, om je te ontdoen van de sprookjes in je hoofd, dan om het aantrekken van een tweedehandsjas van definities en begrippen.  





Terug naar Artikelen