Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 10 juni 2016
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Boeddhisme en de ‘zelfgekozen’ dood

Abortus: de leer en de praktijk van het leven

Kees Moerbeek

Met de pil meer mens
Abortus, het doden, het achterlaten en te vondeling leggen van baby’s en kindermoord zijn van alle tijden, van alle culturen en zijn eerder regel dan uitzondering. In vroegere samenlevingen was dit een manier om overbevolking te voorkomen, omdat ziekte, hongersnood en de dood altijd op de loer lagen. De slachtoffers waren meestal meerlingen, meisjes en gehandicapte pasgeborenen. Voor velen die niet in het Westen leven, is dit lijden nog actueel. Wat is er vanuit boeddhistisch perspectief te zeggen over abortus?

n de blog Blik op de wereld staat over kinderdoding in de (vroeg)moderne tijd: ‘Neonaticide [doding van pasgeborenen, red.] heette vroeger ook wel het dienstbodendelict, omdat dienstmeisjes nogal eens ongewenst zwanger werden van de heer of zoon des huizes. Uit angst hun naam en reputatie te verliezen, hielden veel dienstmeisjes hun zwangerschap geheim. Nadat het was geboren, doodden ze het kind.’
De huidige situatie in ons land is een andere, wat grotendeels te maken heeft met seksuele voorlichting, betaalbare anticonceptie, en met medisch verantwoorde en wettelijk geregelde abortus.

De Wet Afbreking Zwangerschap is sinds 1984 van kracht. In deze wet staat beschreven hoe de abortushulpverlening in Nederland is geregeld. Enkele in de wet genoemde belangrijke voorwaarden voor het afbreken van een zwangerschap:
  • Een abortus mag tot de 24ste week van de zwangerschap.
  • Bij langer dan 16 dagen overtijd geldt een verplichte bedenktijd van 5 dagen.
  • Deze bedenktijd gaat in op het moment dat een arts de zwangerschap heeft vastgesteld (dit hoeft niet de eigen huisarts te zijn).
  • Er moet altijd eerst een gesprek met een arts plaatsvinden. Dit kan de eigen huisarts of de arts van een abortuskliniek zijn. Deze moet nagaan of de vrouw vrijwillig en zorgvuldig een besluit heeft genomen.
  • Er moet sprake zijn van een noodsituatie.
Eigen verantwoordelijkheid
De Boeddha was geen voorstander van verboden en geboden, omdat hij vertrouwen had in het menselijk verantwoordelijkheidsbesef en het beoordelingsvermogen. Hij spoorde zijn volgelingen zelfs aan om kritisch te zijn tegenover hemzelf en zijn leer, en tegenover eender welke religieuze autoriteit.
Jizo

Boeddha’s leer doet over abortus geen absolute uitspraken, pro of contra. Het is aan ieder persoonlijk om een dergelijk moreel vraagstuk naast de boeddhistische voorschriften te leggen en te toetsen aan het eigen geweten, om vervolgens tot een conclusie te komen. De praktijk is echter dat boeddhistische instituties regels en voorschriften opgesteld hebben en opleggen.

De meest uitgesproken anti-abortus-casussen staan vermeld in Damien Keown’s boek Buddhism and bioethics. In deze uitgebreide studie beweert Keown dat de boeddhistische traditie in hoofdzaak uitgesproken anti-abortus is. Maar wat precies moet onder ‘de’ boeddhistische traditie verstaan worden? Hoe moeten de genoemde casussen uitgelegd worden? Als teksten allesbepalend zijn, voor zover ze elkaar niet tegenspreken of elkaar nuanceren, welke ruimte hebben boeddhisten dan om zelf tot een morele afweging te komen?

Goede vraag, goed antwoord
Samengevat meldt de van geboorte Australische Sri Lankaanse monnik K. Sri Dhammananda in Good question, good answer dat volgens de boeddhistische leer het leven begint bij de bevruchting of kort erna. Abortus is dan ook het nemen van een leven. Een kind verwekt tijdens een verkrachting heeft het recht om te leven en om van gehouden te worden, net als elk ander kind. Het misdrijf van de biologische vader, de verkrachter, is geen reden om abortus te plegen. De geboorte van een gehandicapt kind is een schok voor de ouders. Als dit een reden voor abortus zou zijn, wat te doen met kinderen en volwassenen met afwijkingen of een handicap? Er kunnen echter gegronde redenen zijn waardoor abortus acceptabel is, bijvoorbeeld als het gaat om het redden van het leven van de moeder. Letterlijk schrijft de monnik: ‘Maar laten we eerlijk zijn, de meeste abortussen vinden plaats omdat de zwangerschap niet schikt, gênant is, of omdat de ouders het kind later willen krijgen. Voor boeddhisten lijken deze redenen wel erg zwak om een leven te vernietigen.’

Het is duidelijk dat diverse boeddhistische uitspraken abortus resoluut afwijzen. De meest geciteerde anti-abortus-uitspraken komen uit de theravada-hoek en zijn oud. Daartegenover staat echter de praktijk. Theravada-boeddhistisch Thailand heeft een zeer beperkte abortuswetgeving, maar illegale abortus neemt er grote vormen aan en de overheid treedt nauwelijks op tegen excessen. Mahayana-boeddhistisch Japan is een van de eerste landen dat uit nood abortus legaliseerde. Legale abortus is er zeer wijdverbreid als belangrijkste vorm van geboortebeperking. Pas sinds 1999 is de anticonceptiepil er legaal. Hoe het ook zij; zowel de preciezen als de rekkelijken beroepen zich op de leer. Hierna wordt dieper ingegaan op de situatie in respectievelijk Thailand en Japan.

Thailand
In 2010 werden er tweeduizend foetussen gevonden in Wat Phai Ngern, een tempel in Bangkok. Het was voorpaginanieuws in Thailand, waardoor de abortusdiscussie weer aandacht kreeg. Deze discussie startte in de jaren vijftig, waarbij de anti-abortus-houding van het theravada-boeddhisme politiek en sociaal een belangrijke rol speelde. Sinds 1956 is abortus uitsluitend toegestaan voor meisjes onder de vijftien jaar, in gevallen van verkrachting en wanneer het leven van de vrouw in gevaar is. Illegale abortus is echter zeer wijdverbreid in Thailand, wordt oogluikend toegestaan en tegen de uitwassen wordt weinig opgetreden.

In 2013 telde Thailand ruim 67 miljoen inwoners, waarvan 95 procent boeddhist, over het algemeen theravada. In 1993 schatte de Thaise overheid dat er per jaar 80.000 illegale abortussen per jaar uitgevoerd werden. Eerdere cijfers gaven een aantal van 300.000 aan. Het aantal wordt vandaag de dag op zo’n 400.000 geschat. In stedelijke gebieden voeren artsen illegaal abortussen uit, onder andere in gevallen van hiv-besmetting en erfelijke ziektes. Ook overleed meer dan 1 procent van de opgenomen vrouwen per jaar in regionale ziekenhuizen aan de gevolgen van illegale abortus. Getrouwde vrouwen, die abortus lijken te gebruiken als geboortebeperkingsmiddel, zorgen voor minimaal 85 procent van het aantal abortussen.

Verzet tegen abortus
Leden van de sangha blijven zich verzetten tegen de abortuswetgeving. Naar aanleiding van het voorval in 2010 gaven leidende theravada-monniken aan dat volgens het boeddhisme abortus moord is: ‘Zij die betrokken zijn bij abortus zullen in dit leven en de volgende leed ondervinden, omdat hun zonden hen zullen blijven achtervolgen.’

Het Wat Phai Ngern-schandaal was dus een reden om de abortuswetgeving nader te bekijken en meer in overeenstemming te brengen met de gedoogpraktijk. Daardoor zou het aantal illegale abortussen inclusief de negatieve effecten ervan fors afnemen. Ook de voorstanders van liberalisering moesten helaas toegeven dat dit zou stuklopen op de publieke opinie, die meent dat abortus een zonde is. Een uitgemaakte zaak, dus, zo lijkt het. Die publieke opinie brengt een paradox aan het licht. Enerzijds wordt abortus als immoreel afgewezen, anderzijds meent de meerderheid dat de abortuswetgeving versoepeld moet worden. Japan laat een heel ander beeld zien.

Japan
De Japanners plegen al minstens 250 jaar kindermoorden en abortussen, als gevolg van historische crises, overbevolking en vanwege veranderingen in sociale normen en waarden. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog kreeg Japan in 1946 met grote armoede en hongersnood te maken, waarbij 10 miljoen mensenlevens bedreigd werden. In de periode 1945-1950 groeide de bevolking met 11 miljoen. In 1948 was het land een van de eerste met een abortuswetgeving, als reactie op een noodsituatie. Deze wet is in 1996 uitgebreid.

Vandaag de dag is de maatschappelijke en economische situatie van Japan geheel anders dan in 1946. Legale abortus is tegenwoordig zeer breed geaccepteerd. In 2001 werden er 341.588 legale abortussen uitgevoerd, maar in 2007 was dit aantal afgenomen tot 256.000. Mogelijk heeft dit te maken met de toenemende populariteit van de pil, waarvan het gebruik pas sinds 1999 legaal is.

Waterkinderen
Japan is een welvarend land, en abortus kan niet meer gezien worden als een handeling van compassie jegens ongeboren kinderen, die anders bij leven te maken zouden krijgen met armoede en hongersnood. Vrouwen begonnen om hulp te vragen, stuurden brieven naar kranten en tijdschriften om advies en benaderden hun religieuze leiders, schrijft Jan Chozen Bays in haar boek Jizo Bodhisattva. Door schuldgevoelens, vanwege de zorg om de ziel van de overleden baby’s en foetussen en om troost te vinden, ontstond het ritueel van de mizuko kuyo (waterkind-herdenkingsceremonie), dat sinds 1975 steeds populairder is geworden.
Jizo Bosatsu

Traditioneel werd een mizuko (waterkind) begraven onder het huis van de ouders, omdat men geloofde dat het water het kind naar de natuurlijke waterbronnen onder het aardoppervlakte zou spoelen. Deze bronnen zouden een onderdeel zijn van het begin van het leven. Beweerd werd dat de mizuko overgaat van het water in de moederschoot, naar zijn oorspronkelijke vloeibare staat bij de dood. In het Japanse boeddhisme is water belangrijk, omdat het én de dood representeert én een bevestiging is van de hoop dat het kind hergeboren zal worden.

Van oorsprong is de waterkind-herdenkingsceremonie ontwikkeld om Jizo Bosatsu –bodhisattva Ksitigarbha – te eren. Deze bodhisattva is bekend van zijn gelofte pas het boeddhaschap te aanvaarden als alle hellen leeg zijn. Alle Japanners zijn verknocht aan Jizo, de beschermer van onder anderen te vroeg geboren en overleden kinderen en de trooster van hun ouders. De inhoud van de mizuko kuyo verschilt van boeddhistische school tot school en van persoon tot persoon. Het is gebruikelijk dat een beeld van Jizo tegen betaling geofferd wordt. Voorzien van een rood slabbetje en mutsje wordt het in de tempeltuin geplaatst.

Op de mizuko kuyo is ook kritiek. In een aantal gevallen is de gevraagde geldelijke bijdrage voor het offer hoog en zijn de beelden kostbaar. Ook bestaat de indruk dat sommige tempels het Japanse volksgeloof misbruiken door te beweren dat de geesten van de doden wraak zullen nemen voor hun geleden mishandeling als de ceremonie niet uitgevoerd wordt. Het staat buiten kijf dat de tempels voorzien in de groeiende behoefte om lucht te geven aan schuldgevoelens, de zorg voor de overledenen en vooral aan de behoefte aan troost.

Troost
Wanneer in het Westen ouders een kind verliezen, zijn er rituelen om dit een plek te geven, maar meestal niet als het om een ongeboren kind gaat. Ook bij abortus kan het verlies hard aankomen. In Japan bestaat het ritueel van de mizuko kuyo. Zenleraar Jan Chozen Bays nam als eerste deel aan de Amerikaanse mizuko kuyo’s. Dat was twintig jaar geleden en sindsdien heeft ze zelf tientallen ceremonies gehouden in het Zen Center in Oregon, Verenigde Staten. Zelf leed ze onder haar diverse miskramen en onder het lijden dat ze tijdens haar werk zag. Ze was kinderarts, gespecialiseerd in de opvang van mishandelde kinderen.

Meestal begint de ceremonie met het maken van een slabbetje of een ketting. Dan zijn er recitaties voor Jizo, die gezien wordt als beschermheilige en trooster. Het boeddhisme onderwijst dat lijden bij het leven hoort, althans het wereldse leven. Maar het kan, zeker als het gaat om persoonlijk lijden als het verlies van een kind, mensen ook troost bieden. Het Amerikaanse ritueel gaat echter in essentie niet over Jizo-verering en Jizo-beelden, maar om mededogen voor alle verliezen die wij en al de anderen om ons heen persoonlijk lijden.

In de tuin van Chozen’s Great Vow-klooster in Oregon staan honderden Jizo-beelden. Het moet een indrukwekkend gezicht zijn, al die groen bemoste beelden met kindermutsjes en slabbetjes.  

Bronnen
Brooks, A., Mizuko Kuyo and Japanese Buddhism, Japanese Journal of Religious Studies, 8/3-4 September-December 1981
Florida, R.E., Buddhist approaches to abortion. Asian Philosophy, vol. 1, no. 1, 1991
Barnhart, M.G., Buddhism and the Morality of Abortion, Journal of Buddhist ethics, vol. 5, 1997
Bays, J., Jizo bodhisattva. Boston & London: Shambhala, 2003
Keown, D., Buddhism and medical ethics: principles and practice
Kato, M., Abortion still key birth control, The Japan Times, News, 2009
Chambers, A., Abortion reform is up against in Thailand. The Guardian, 2010
Kinderdoding, Blik op de wereld, blog, 2013





Terug naar Artikelen