Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 1 maart 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Voetstappen naar wijsheid

Pelgrimstochten van Maarten Olthof

Kees Moerbeek

Maarten krijgt aanwijzingen voor de tocht.
n 2003 maakte Maarten Olthof een paidal buddh yatra, een voettocht langs boeddhistische pelgrimsplaatsen in Nepal en India. Hij volgde het voorbeeld van vele pelgrims in voorbije eeuwen, onder wie de Chinese monniken Faxian en Xuanzang, bekend geworden door hun reisverslagen uit de vijfde respectievelijk zevende eeuw. De voettocht van Maarten Olthof inspireerde een Nepalese archeoloog om hem de bijnaam ‘Xuanzang van de 21e eeuw’ te geven. Over zijn duizend kilometer lange pelgrimsreis schreef hij het boek Lopen in het voetspoor van de Boeddha.

Wat was de aanleiding voor je pelgrimstocht?

Een passage in de Mahaparinirvana-soetra. Toen de tachtigjarige Boeddha op sterven lag, maakten rondom zijn sterfbed de monniken zich druk over de opvolging en wat te doen na zijn dood. Voor de Boeddha was dit een uitgelezen moment om hen te wijzen op de vergankelijkheid en te benadrukken dat er maar één opvolger was: de dharma, zijn leer.

Vervolgens spoorde hij zijn volgelingen aan om vier plaatsen te bezoeken: Lumbini, waar hij als Siddhartha ter wereld was gekomen, Bodhgaya, waar hij de verlichting had bereikt en een Boeddha was geworden, Sarnath, waar hij voor het eerst zijn inzichten met anderen had gedeeld, en Kushinagara, waar hij zou komen te overlijden. Op deze plaatsen zouden toegewijde personen niet alleen de mogelijkheid vinden om de Boeddha nabij te zijn, maar ook om inzicht te verwerven in het wezen van de vergankelijkheid.
Kaart uit Middle Land, Middle Way. A pilgrim's guide to the Buddha's India, door S. Dhammika
Deze plaatsen ontwikkelden zich na de dood van de Boeddha al spoedig tot pelgrimsoorden. Toch was er twintig jaar geleden, toen ik deze soetra las, maar weinig over bekend. Het boeddhisme was in de dertiende eeuw goeddeels uit India verdwenen en zo waren ook de pelgrimsplaatsen en de ermee verbonden pelgrimstocht in de vergetelheid geraakt. Het was uitgerekend een Britse legerofficier, Alexander Cunningham, die anderhalve eeuw geleden de plaatsen herontdekte aan de hand van de reisverslagen van de Chinese monniken Faxian en Xuanzang.

Tijdens het lezen van jouw boek had ik het gevoel dat Faxian en Xuanzang als het ware met jou meeliepen.

Dat klopt. Net als Cunningham heb ik dankbaar van hun reisverslagen gebruikt gemaakt. In Kathmandu ben ik van beide werken een Engelse vertaling op het spoor gekomen. De verslagen zijn levendig, bieden leuke details en verhalen van allerlei persoonlijke lotgevallen. Daardoor was het een plezier om ze in detail te bestuderen en van beide monniken de ervaringen in mijn boek te verwerken. Hun gevoelens klinken zeker in mijn tekst door. Daardoor ontstaat de suggestie dat zij ‘met mij meelopen’.

Faxian en Xuanzang beschrijven uitvoerig wat ze indertijd op de pelgrimsplaatsen aantroffen. Over de kwestie waarom de Boeddha niet één, maar vier pelgrimsoorden heeft aangewezen, heb ik in hun verslagen niets gelezen. Juist die vraag intrigeerde mij op mijn tocht. De aanbeveling die de Boeddha op zijn sterfbed deed, moet goed doordacht zijn geweest. Hij heeft er na zijn verlichting 45 jaar lang over kunnen nadenken.

Waarom heeft hij niet één plaats aangewezen, zoals in het geval van Santiago de Compostela? Voor het boeddhisme zou dat dan Kushinagara zijn geworden. Of waarom niet alleen de plaats van zijn verlichting? Tijdens mijn tocht zong deze vraag telkens door mijn hoofd.

Toen ik in Lumbini was, concentreerde ik mij op het gegeven ‘geboorte’. De oudste boeddhistische teksten vermelden amper details over de geboorte van de Boeddha. Wat we daarvan weten, is pas vele eeuwen na de dood van de Boeddha opgetekend en heeft mythische proporties aangenomen. Maar wat kan iemand eigenlijk over zijn eigen geboorte vertellen? We maken onze geboorte natuurlijk zelf mee, maar we moeten van anderen, meestal onze moeder, horen hoe die geboorte heeft plaatsgevonden.

De moeder van de Boeddha overleed trouwens al een week na zijn geboorte. In Lumbini besefte ik dat geboorte bij elk moment hoort. Ook op dit moment zijn er over de hele wereld geboortes; in mijn lichaam worden dagelijks miljarden cellen ‘geboren’. Bij mij welde de vraag op: ‘Wat werd er precies geboren toen ik op de wereld kwam?’ Dat is een koan waaraan je je leven kunt wijden!

In Bodhgaya kwamen vragen bij mij op als: ‘Wat hield de verlichting van de Boeddha in, wat heeft hij hierover gezegd, kan ook ik de verlichting bereiken?’ Wat mij als ecoloog fascineert, is dat de Boeddha al 2500 jaar geleden bij zijn verlichting dat had gezien wat tegenwoordig als een inzicht van de moderne ecologie wordt verkondigd: alles hangt samen met al het andere en het geheel kent een onderlinge, wederkerige afhankelijkheid. Daarom noem ik de Boeddha vaak ‘de eerste ecoloog in de geschiedenis’.

Sarnath wordt gezien als de plaats waar de Boeddha zijn eerste preek heeft gehouden. Maar voor mij werd Sarnath veeleer de plaats van compassie. De Boeddha was een bedelmonnik. Hij bezat eigenlijk niets, maar tegelijkertijd waren zijn inzichten zijn kostbaarste bezit. Vanaf die eerste preek daar tot aan zijn dood heeft hij onvermoeibaar mensen laten delen in zijn inzichten, uit compassie. Daarmee houdt Sarnath ons een spiegel voor: wat is het kostbaarste wat ik bezit en ben ik bereid dat met de wereld te delen?

Ontslapen Boeddha
De laatste pelgrimsplaats is Kushinagara. Wij kunnen daar naast het beeld van de ontslapen Boeddha zijn heengaan overdenken. Bij mij kwamen daar vanzelf herinneringen bovendrijven aan dierbaren die mij zijn ontvallen. Ik besefte er dat op dat moment over de gehele wereld levende wezens stierven en binnen mijn lichaam cellen bezweken. Zo doemde het beeld van mijn eigen sterfelijkheid op. In Kushinagara werd de cirkel rond: ik had een tocht gemaakt door het leven, door mijn eigen bestaan - een tocht waarop de Boeddha opnieuw kon worden geboren. De vraag die mij had beziggehouden, was in één klap beantwoord.

De eerste keer dat ik deze pelgrimstocht maakte, eind jaren negentig, ruim voordat ik aan de voetreizen begon, ging ik samen met mijn man, Arnoud. Hoewel ik mij al veel eerder in het boeddhisme had verdiept, markeert die tocht het begin van onze gezamenlijke verkenning in het boeddhisme – en ook het begin van veel van mijn activiteiten in de jaren erna.

Ik begeleidde al jarenlang natuurreizen in Azië. Daarom vroegen mensen mij of ik een boeddhistische pelgrimstocht voor hen wilde organiseren. Ik vond mijzelf als ecoloog daarvoor eigenlijk niet geschikt, maar zij protesteerden: ‘Jawel, met ons kun jij dat prima!’ Toen heb ik het toch gedaan. Het succes van de reis die volgde in 2003 leidde tot meer van zulke groepsreizen.

Ik begeleid de reis meestal alleen, maar ook weleens met anderen, zoals indertijd met de boeddhologe Ria Kloppenborg en na haar dood met Nico Tydeman, inmiddels mijn leraar. Voor volgend jaar staat een pelgrimstocht met de boeddhistische psycholoog en schrijver David Brazier op het programma en in 2016 mogelijk met de zenpriester Joan Halifax. Steeds opnieuw zie ik hoe deze machtige reisbelevenis de deelnemers dichter bij zichzelf brengt.

Iemand riep eens verontwaardigd: ‘Ik dacht dat ik een boeddhistische pelgrimstocht zou gaan maken, maar ik zie alleen maar hindoes!’ Boeddhisme bestaat in India amper nog, minder dan één procent van de bevolking is boeddhist. Maar ook de Boeddha liep niet door een boeddhistisch land: hij was immers zelf de allereerste boeddhist! In die zin kun je wel een parallel trekken tussen het heden en de tijd van de Boeddha.

Hij zette zich af tegen de macht van de brahmanen, tegen het kastenstelsel, de offercultuur en het baden in de Ganges ‘ter bevrijding van de zonden’. Die kenmerken van de toenmalige Indiase samenleving zijn nog steeds aan de orde van de dag. Boeiend dat we nu nog kunnen zien hoe het min of meer in de tijd van de Boeddha moet zijn geweest. Zo begrijp je beter in welke context het boeddhisme is ontstaan.

Veel mensen associëren India met armoede, ziekte en openbare crematies in de buitenlucht. Inderdaad zie je deze aspecten van het leven in het Indiase straatbeeld. Om dit soort leed kun je in India gewoon niet heen. Deze ervaringen vormen een wezenlijk onderdeel van de boeddhistische pelgrimstocht. Confrontatie met ouderdom, ziekte en dood stond voor Siddhartha aan het begin van het pad dat hem naar de verlichting heeft geleid.

Men heeft jou deze reis door de Indiase deelstaat Bihar afgeraden, want het zou er veel te gevaarlijk zijn. Toch maakte je weinig gevaarlijks mee. Kwam dat doordat je er als pelgrim reisde?

‘Ik denk het wel, ja. In het straatbeeld van India zie je nog steeds pelgrims, naast bijvoorbeeld sadhoes, mannen die net als de Boeddha huis en haard achter zich hebben gelaten. De pelgrimsroute loopt voor een groot deel door Bihar, de armste deelstaat van India. Hoewel de situatie daar in de laatste jaren aanzienlijk is verbeterd, was het er ten tijde van mijn tocht op veel plaatsen niet veilig.

Maar ik had weinig bij me, ik liep in een Indiaas lang hemd en had door de zon een gebruinde kop. Zo val je al wat minder op in een afgelegen gebied waar vrijwel nooit een buitenlander komt. Bovendien kon ik in een paar woorden Bihari of Hindi wel duidelijk maken dat ik een boeddhistische pelgrimstocht maakte. Mensen hadden daar zichtbaar waardering voor.

Bij de apotheker
Onderweg heb ik eens bij een arm apothekersgezin overnacht. Iedereen was heel gastvrij en deed buitengewoon zijn best om het me naar de zin te maken. Ik voelde me er wat verlegen onder. De jongste zoon sprak een beetje Engels en ik zei hem dat ik dankbaar was voor de ontvangst en voor het eten. De jongen vertelde dat aan zijn vader, die in lachen uitbarstte. Ik begreep er niets van. De apotheker legde me toen uit dat niet ík dankbaar moest zijn, maar dat zij dat moesten zijn! Bezoek van een pelgrim betekende voor hen ‘bezoek van God’. Ik stelde hen bovendien in staat om te geven, wat in hun ogen karmisch heilzaam is.

Eigenlijk heb ik maar één keer een bedreigende situatie meegemaakt. Mijn pad werd versperd door een dronken, agressieve man. Het zag er voor mij even niet best uit. Maar toen schoot mij de raad te binnen die ik aan het begin van de tocht van de Japanse monnik Tatsuma Sato had gekregen: ‘Ga zonder angst! Als je bang bent, zul je anderen angst aanjagen.’

Met dat in gedachten werd ik gewaar hoe krampachtig ineengedoken ik daar stond. Ik ging weer rechtop staan. Tot dan toe had ik de blikken van de man ontweken, maar nu keek ik hem recht in de ogen, op een niet-bedreigende manier. Terwijl hij in het Bihari verder lalde, vroeg ik hem op rustige toon in het Nederlands mij voorbij te laten. Wonderwel stapte hij opzij en kon ik hem passeren. Hij liep nog wel een tijdje brallend achter mij aan. Die raad van de Japanse monnik is mij altijd bijgebleven.

Je boek is meer dan een reisverslag: je verdiept je in de dharma, je schrijft over je twee illustere Chinese voorgangers, over het leven van de Boeddha en over ecologie. Wat heeft je ertoe aangezet om je boek te schrijven?

‘Aan het eind van de duizend kilometer lange voettocht werd ik opgewacht door de Nepalese archeoloog Basanta Bidari. Hij feliciteerde mij uitbundig, maar voegde er nadrukkelijk aan toe: ‘Don’t keep this experience for yourself!’ Zijn gelukwens werd zo een opdracht die heeft geresulteerd in mijn boek Lopen in het voetspoor van de Boeddha.

Gemakkelijk was die opdracht niet, want wie ben ik om over het leven van de Boeddha te schrijven? Hoe kan ik zó schrijven dat een lezer met misschien wat minder belangstelling voor de dharma niet afhaakt? Hoe besteed ik aandacht aan boeddhistische filosofie, archeologie, de geschiedenis van India, de ecologie enzovoort? En kan ik mijn schroom overwinnen om gevoelens en gedachten die mij op pelgrimsplaatsen bezighielden met de lezer te delen? Door dat inderdaad in mijn boek te laten gebeuren, is het uiteindelijk ook een persoonlijk verslag geworden.’
Je hebt in Nepal de ontwikkelingsorganisatie Stichting Vajra opgericht. Wat doet die organisatie? Heeft de oprichting ervan iets met jouw pelgrimstocht te maken gehad?

‘Nee, boeddhisme en Vajra hebben zich in mijn leven parallel ontwikkeld, al hebben ze elkaar wel versterkt. Toen ik de eerste pelgrimstocht maakte bestond Vajra al enige jaren. Al in de jaren tachtig begeleidde ik als ecoloog reizen in Nepal. Daar werd ik voor het eerst met armoede geconfronteerd: politieke instabiliteit, ontbossing, milieuschade en een groot gebrek aan van alles, zoals schoon drinkwater, een goede gezondheidszorg en goed onderwijs.

De Vajra Academy
Van het toerisme in Nepal profiteert daar maar een kleine groep. Daarom besloot ik naast het begeleiden van natuurreizen iets in Nepal te ondernemen wat aan ontwikkeling kon bijdragen. In overleg met mijn man ging ik minder werken en de vrijgekomen tijd aan Vajra beschikbaar te stellen. Ik vroeg toestemming aan de UNHCR om in vluchtelingenkampen in Nepal te werken. Met eigen geld en kleine donaties startte ik een zonneovenproject, dat met zijn 85.000 gebruikers van een zonneoven tot het grootste ter wereld is uitgegroeid.

In Nepal heb ik niet alleen de armoede leren kennen, maar ook het boeddhisme, waarover in de jaren tachtig in Nederland nog niet zoveel bekend was. Ik had toen nooit kunnen denken dat Nico Tydeman mij in 2014 tot monnik zou wijden!

Als monnik wil ik dit jaar te voet een pelgrimstocht gaan maken van de Utrechtse Domkerk naar de Franciscusbasiliek in Assisi, in Italië. Er zijn de nodige overeenkomsten tussen de Boeddha en de christelijke Franciscus. Als de Boeddha kan worden beschouwd als eerste ecoloog in de geschiedenis, dan is Franciscus misschien wel de tweede. Franciscus beschouwde zichzelf als onderdeel van een groter geheel, waarin de levende zowel als de niet-levende natuur gelijkwaardig zijn.

Net als de Boeddha was hij een bedelmonnik, hij koos radicaal voor de armen. Ik wil zonder geld vertrekken, maar wel geld inzamelen voor de uitbreiding van de Vajra Academy als ecologisch project voor de armen in Nepal. Na aankomst in Assisi in september ga ik met een groep een voettocht in Umbrië maken. De tocht wordt afgesloten met een retraite in een klooster met als thema ‘Franciscus vanuit boeddhistisch perspectief’.  

Bronnen
Olthof, M., Lopen in het voetspoor van de Boeddha: een oosterse ‘Santiago de Compostela’ herleeft. Kampen: Ten Have, 2010.
Dhammika, S., Middle Land, Middle Way. A pilgrim’s guide to the Buddha’s India. Kandy (Sri Lanka): Buddhist Publication Society, 1992.
Ghanta Travel
Sponsorloop Maarten Olthof Utrecht-Assisi voor de Vajra Academy
Boeddhavoetspoor.nl





Terug naar Artikelen