Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 9 september 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Ten geleide najaar 2015

Boeddhisten hebben zich te veel gericht op zelfontplooiing, het zuivere en het heilige – in plaats van waar boeddhisme in essentie over gaat: het uitreiken naar de ander. Het gaat helemaal niet om het zelf. Dat velen dat denken heeft te maken met het feit dat het boeddhisme in Nederland tegelijk met het individualisme opkwam, begin jaren zestig’, zegt Varamitra van het Boeddhistisch Centrum Haaglanden in een interview met Elze Sietzema-Riemer voor nieuwwij.nl.

De historische Boeddha hield zich niet zo bezig met vragen als ‘Besta ik?’ of ‘Besta ik niet?’ Hij was een geneesheer die de mensheid wilde genezen van lijden, en gaf advies. De kuur die hij voorschreef, was het Achtvoudige Pad.

Volgens de overlevering onderwees hij dat ieder individu een combinatie is van vijf groepen onderling afhankelijke lichamelijke en mentale fenomenen: de vijf skandha’s (‘geledingen’ of ‘aggregaten’). Deze fenomenen hebben geen eigenaar en hun bestaan is tijdelijk en dus eindig. Het lichaam en alle andere aspecten die traditioneel zouden behoren tot ons ‘ik’ zijn het gevolg van oorzaken, die op hun beurt weer volgen uit andere oorzaken, enzovoort. Deze opvatting van geen-ik wordt anatman of anatta genoemd. Er is geen integraal onafhankelijk en afgescheiden ik – dat wat ervoor doorgaat, is een ‘vals ik’.

We kunnen ons, ieder voor zich, bevrijden van het lijden als we ons ‘valse ik’ afpellen als een ui, de werking ervan doorzien en in ons handelen de ‘Boeddha-weg’ volgen. Of zoals zenmeester Eihei Dōgen (1200-1253) schrijft: ‘De Boeddha Weg bestuderen is het zelf bestuderen. Het zelf bestuderen is het zelf vergeten. Het zelf vergeten is verlicht worden door de tienduizend dharma’s. Verlicht worden door de tienduizend dharma’s is het verwijderen van de barrières tussen zichzelf en de anderen. Geen spoor van verlichting blijft over en deze spoorloze verlichting is zonder einde’ (Shobogenzo, Genjo-koan).

Terug naar Artikelen