Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 1 april 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Boeddhisme in Mongolië

Kees Moerbeek

ongolië ligt ingeklemd tussen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) en de Volksrepubliek China. Het was ooit het kerngebied van een multicultureel en -etnisch Euraziatisch wereldrijk. Nu telt het land bijna 3 miljoen inwoners. Daarvan behoort 80% tot de groep van Khalkha-Mongolen en van de inwoners boven de 15 jaar is 53% boeddhist. In de aangrenzenden gebieden in het GOS en de Volksrepubliek wonen Khalkha-Mongoolse minderheden.

Kaartje Mongolië
Het huidige Mongolië met de aangrenzende gebieden behoorde tot Mongools-Turkse nomadische rijken. Temujin Djengis Khan (1162-1227) (Djengis Khan betekent ‘opperste leider’) verenigde alle Mongoolse en de meeste Turkse stammen. Hij stichtte in 1206 het multiculturele en -etnische Mongoolse Rijk. Hij was een religieus en geletterd man, voerde wetten en rechtspraak in, schafte martelingen af, waarborgde vrijheid van godsdienst en bevorderde handel en wetenschap. Het rijk van Djengis Khan strekte zich uit van China tot aan de Donau. Na de dood van zijn kleinzoon Koeblai Khan in 1294 viel dit rijk uiteen in deelrijken (khanaten).

Religieuze tolerantie

De Pax Mongolica − Mongoolse Vrede − had een stabiliserend effect op het sociale, culturele en economische leven in Mongools Eurazië in de 13e en 14e eeuw. Na de veroveringen brak een lange periode van relatieve vrede en bloei aan. De Mongoliërs heropenden de Zijderoute waarvan ze eeuwenlang de beschermers waren. Volgens moderne historische inzichten speelden ze een belangrijke positieve rol in de wereldgeschiedenis.

De eerste kennismaking met het boeddhisme dateert uit de tijd van de Indiase keizer Asoka (268-213 v. Chr.). Dat was drie eeuwen voordat het boeddhisme voet aan de grond kreeg in China. Ook in de tijd van Djengis Khan waren er contacten, maar deze hadden nog weinig invloed op het geloof van de Mongoliërs. Traditioneel hingen ze het sjamanisme aan, maar zij drongen dit niet op aan door hen overwonnen volkeren. De Mongoolse heersers zochten juist de sympathie van de religieuze leiders van de overwonnenen, wat het bestuur van de nieuwe gebieden vereenvoudigde.

Djengis Khan
In de 16e en 17e eeuw kwam het boeddhisme vanuit Tibet naar Mongolië om er te blijven. De gelug-traditie werd dominant, maar ook andere scholen vestigden er zich, met name de kagyu. Binnen deze vormen van Tibetaans boeddhisme werden veel Mongoolse sjamanistische elementen opgenomen, waardoor het Mongoolse boeddhisme een eigen karakter kreeg. De 16e-eeuwse Altan Khan was de eerste belangrijke Mongoolse heerser die zich bekeerde tot het boeddhisme. De volgende driehonderd jaar was het boeddhisme de nationale religie van het land. De Dalai Lama van Tibet was de spiritueel leider van zowel Tibet als Mongolië. Eind 17e eeuw maakte Mongolië deel uit van China.

Bloedige vervolging in Stalin-Tsjoibalsan-periode

Tijdens de val van het Chinese keizerrijk verklaarde Mongolië zich in 1911 onafhankelijk. In 1924 werd het een volksrepubliek naar Sovjetmodel. In 1936 gaf de stalinistische leider Chorloogijn Tsjoibalsan de opdracht het georganiseerde boeddhisme in de Volksrepubliek Mongolië uit te roeien. Deze boeddhisten ondergingen er hetzelfde lot als boeddhisten in Kalmukkië, Boerjatië, en Tannoe-Toeva. Boeddhisten werden systematisch vermoord of verbannen naar goelags in Siberië. Er zijn maar weinig Mongoliërs die in deze periode geen familieleden verloren hebben.

In de jaren twintig van de 20e eeuw bedroeg het aantal Mongoolse boeddhistische monniken 112.000, 13% van de totale bevolking. In de jaren veertig waren zij vermoord of uitgetreden. Er werden 1250 kloosters vernield, samen met de bibliotheken, de kunstvoorwerpen en de medische faciliteiten ervan.

In 1943 vernam Stalin dat de Amerikaanse vice-president Henry Wallace naar Moskou zou komen voor onderhandelingen over voedselhulp aan de Sovjet-Unie. Wallace was zeer geïnteresseerd in Mongolië en het Mongoolse boeddhisme en wilde Ulan Ude in Boerjatië en Ulaanbaatar in Mongolië bezoeken. Stalin gaf opdracht monniken op te trommelen en het Gandan-klooster in Ulaanbaatar te sparen. Dit is het enige klooster in Mongolië dat tijdens de communistische periode gespaard is gebleven. In Ulaanbataar, de hoofdstad van het land, bevindt zich een museum gewijd aan deze Stalin-Tsjoibalsan-periode.

Aanpassing

Mongools-Tibetaans Amarbayasgalant kloosterfestival
In 1990 werd Mongolië een parlementaire democratie. Vanaf die tijd zijn er tweehonderd tempels gebouwd. Ze zijn bescheiden in vergelijking met de tempels die in de Sovjettijd met de grond gelijk zijn gemaakt. De weinige monniken die deze tijd overleefden, stonden destijds onder complete controle van de staatsveiligheidsdienst. Nu volgen enkele honderden monniken en nonnen hun opleiding in de grote Tibetaanse kloosters in India. Dat is hard nodig, omdat de kennis van de boeddhistische geschriften, ceremonies en rituelen in Mongolië schaars is geworden. De Mongoolse boeddhistische leraren in de kloosters zijn op zeer hoge leeftijd. Hun aantal wordt door ziekte en overlijden gedecimeerd. Het zelfbewuste Mongolië moderniseert in hoog tempo. Voor het Mongoolse boeddhisme zal het een hele opgave zijn om zich eigenstandig aan te passen aan de realiteit van een moderne samenleving, die in de communistische tijd met bruut geweld is geseculariseerd.  

Bronnen
K. Kollmar-Paulenz. Buddhism in Mongolia after 1990. Journal of Global Buddhism, volume 4, 2003
The Mongols in World History, Timeline period: 1000-1500 CE
H.E. the Ninth Jetsun Dhampa
Hightlights and Heroes of Mongolian Buddhism (1)
Mongolia - Ulaanbaatar - Gandantegchinleng Khiid Buddhist monastery





Terug naar Artikelen