Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 7 januari 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

De verschillende gezichten van ‘kyosei’

Kees Moerbeek

et woord kyosei heeft uiteenlopende betekenissen, zoals ook Tenkei Roshi aangaf in zijn bijdrage over Jelle Kyosei Seidel. In een beschouwing over een priester van het Reine-Landboeddhisme, Shiio Benkyo (1876-1971), en zijn werk geeft de geleerde Ryojun Sato hoog op van het principe van kyosei. Waar het westerse rationalistische dualisme schromelijk faalt om de grote problemen van de huidige globaliserende wereld op te lossen, kan het Aziatische boeddhisme met behulp van het begrip kyosei dit mogelijk wel, meent hij.

Shiio Benkyo richtte in 1923 de Kyosei Beweging op. Kyosei betekent vrij vertaald ‘onderling samenleven in vrede met een ander of anderen, ondanks verschillen’. Het begrip is voor het eerst aangetroffen in de Amitabha (Amida)-soetra. Deze soetra dateert uit de eerste eeuw van onze jaartelling, geschreven in het Sanskriet, en werd later populair in het Chinees. De soetra beschrijft het Westelijk Paradijs, waar Reine-Landboeddhisten herboren willen worden.

Amitabha
Volgens de doctrine van het orthodoxe Reine-Landboeddhisme betekent kyosei ‘gezamenlijk geboren worden in het Reine Land’. Benkyo baseerde ‘zijn’ kyosei op het traditionele leerstuk van het wederzijds afhankelijk ontstaan en op de onderlinge verbondenheid van alle dingen. Hij interpreteerde het begrip als ‘een leven leiden in de gemeenschap’.

Daarbij was kyosei in zijn optiek vooral een middel om de gerichtheid van het boeddhisme op individuele redding om te buigen in een meer maatschappelijke richting. Hij benadrukte dat de boeddhist de redding door de boeddha Amitabha moet bewerkstelligen in het maatschappelijke en dagelijkse leven, niet enkel in devotie en de Nembutsu, het reciteren van de naam van de boeddha.

De Kyosei Beweging inspireerde veel Reine-Landboeddhisten tot het oprichten van bijvoorbeeld kleuterscholen op het terrein van hun tempel, maar ook tot andere vormen van sociaal werk. Meestal waren dit individuele initiatieven. Na de Tweede Wereldoorlog kwam sociaal werk van boeddhistische organisaties pas echt van de grond. Hoewel Benkyo aanvankelijk een tegenstander leek te zijn van de Tweede Wereldoorlog ondersteunde hij als parlementslid en religieus leider deze oorlog tot het bittere eind, signaleerde de bekende schrijver Alan Watts.

De houding van Shiio Benkyo ten opzichte van het Japanse imperialisme was niet uniek. De politicoloog Jelle Kyosei Seidel publiceerde in het VvB-magazine herhaaldelijk over de mythe van het vredelievend boeddhisme. Hij had grote bedenkingen tegen de al te romantische opvatting over het boeddhisme sinds de Amerikaanse zenboeddhist Brian Victoria eind jaren 1990 had onthuld hoe verstrengeld de Japanse zenbeoefening was met de Japanse oorlogsvoering in de twintigste eeuw. Telkens werd in de houding van boeddhisten de Dharma verward met staatsbelang, nationalisme en patriotisme. Seidel pleitte voor ‘meer realisme en minder utopisme: erken de feiten en construeer geen zuivere leer.’

Vandaag de dag wordt kyosei in het Reine-Landboeddhisme gebruikt in de zin van ‘het streven naar een samenleving waarin iedereen perfecte zelfactualisatie kan bereiken, zowel collectief als individueel’.

Symbiose

De betekenis van het woord kyosei veranderde herhaaldelijk in de loop van de geschiedenis, constateerde de Japanse filosoof Toshio Horiuchi. Hij bestudeerde niet alleen de boeddhistische achtergrond van het begrip, maar deed ook historisch onderzoek naar de betekenis. Hij leidt de betekenis terug tot symbiose in de zin van biologische co-existentie. Op den duur werd ‘kyosei’ steeds vaker figuurlijk gebruikt en breidde zich uit naar de onderlinge relaties in culturen, in politieke en economische systemen en in vormen van kunst.

In 1986 maakte ‘kyosei’ zijn entree in het bedrijfsleven. Het werd de bedrijfsfilosofie van Canon, een grote Japanse producent van optische en elektronische apparatuur, opgericht in de jaren 1930. Canons grondfilosofie luidt: 'Samen werken en leven voor het algemeen belang.’ Naar eigen zeggen beïnvloedt kyosei de houding van de onderneming ten opzichte van de samenleving en van organisaties wereldwijd.

‘Het [is] belangrijk of iemand wel of niet een goede collega is en [wij] zijn ons zeer bewust van de effecten die onze activiteiten hebben op onze klanten, medewerkers, partners en op de wereld om ons heen.’ De onderneming doet dan ook zijn best om milieuvriendelijke producten te ontwikkelen, ook met het oog op energiebesparing, natuurbehoud en het terugdringen van schadelijke stoffen.

Bodhisattva’s van de biosfeer

Canons bedrijfsfilosofie zou ongetwijfeld op een gegeven moment de belangstelling van Jelle Kyosei Seidel hebben gewekt. In 2013 publiceerde hij over de houding van het boeddhisme jegens de ecologische crisis en trok de volgende conclusie: ‘In evolutionair perspectief is een Boeddhistisch Groot Verhaal mogelijk. De aarde zegt de mens met de ecologische crisis om wakker te worden en opzij te stappen. Dat kunnen mensen doen door de bodhisattva’s van de biosfeer te worden. Dat is geen ‘eind goed, al goed’- verhaal.’

De laatste zin is geen blijde boodschap, maar een nuchtere constatering dat ook het boeddhisme mensenwerk is. Ieder moment is een kans om het juiste te doen.  

Bronnen
Kanzeonzencentrum Den Bosch. Jukai-ceremonie
Ryojun Sato. The Cycle of Life: The Role of Kyosei in Changing Society
The Amida Sutra (Skt. Smaller Sukhavativyuha sutra)
Alan Watts. The Search for Socially Engaged Buddhism in Japan
Canon vervult voortrekkersrol dankzij grondfilosofie Kyosei
Toshio Horiuchi. Upekṣā as a Potential Basis for Kyosei in Buddhism
Hekiganroku (Blue Cliff Record) 46 Kyosho's Raindrops






Terug naar Artikelen