Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 9 september 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

‘Ik’ is een werkwoord

Andrew Olendzki

Andrew Olendzki
e boeddhistische wetenschapper Andrew Olendzki schrijft in zijn boek Unlimiting mind over moderne westerse psychologie en boeddhistische psychologie. De tekst hieronder is een bewerkte vertaling van zijn artikel ‘Self is a verb’. Hierin besteedt de auteur aandacht aan de boeddhistische visie op het ontstaan en de werking van het ‘ik’. Olendzki’s lezing over Early Buddhist Maps of the Mind (zie de link) geeft achtergrondinformatie bij dit artikel.

Het basisinzicht van de boeddhistische traditie, dit wil zeggen de leegte – van essentie, substantie of identiteit – van alle verschijnselen, heeft diepgaande gevolgen voor eenieder die het leven wil begrijpen. Het begrip ‘leegte’ verwijst naar het verontrustende gegeven dat alle woorden willekeurige constructies zijn. Een persoon, een plaats of een ding – het zijn slechts ideeën, verzonnen om de informatiestroom vanuit de wereld om ons heen te bevriezen, te etiketteren en te kunnen beïnvloeden.

Proces

Geen van deze begrippen is zo invloedrijk als het ‘ik’. Het is een collage van beelden als naam, geslacht, nationaliteit, beroep, interesses en relaties. Dit geheel wordt van tijd tot tijd vernieuwd, maar hoe het ook zij: de beelden zijn restanten van de een of andere ervaring. Het boeddhistische ‘niet-ik’ wijst op de beperkingen van de manier waarop we over onszelf denken. Niet dat er geen ik zou bestaan, maar het is net zo in elkaar geflanst en net zo vergankelijk als al het andere. Meditatie nodigt ons uit om het komen en gaan van gebeurtenissen te onderzoeken. Als we er handigheid in krijgen, zien we dat er iedere keer een restant van een ervaring tevoorschijn komt en verdwijnt. Af en toe vangen we een flard op van wat hierachter verscholen ligt. Achter de objecten gaat een proces schuil. Het ik is een proces, het is een werkwoord.

Hoe ontstaat het ik? De Boeddha heeft dit onderwerp grondig bestudeerd en heeft voor ons een spoor achtergelaten dat het ontstaansproces openbaart. Dit proces kent de aanduiding afhankelijk ontstaan (Pali: paticca-samuppada; Sanskriet: pratitya-samutpada). Het start met een moment van bewustzijn: de waarneming van een zintuiglijk object door een zintuiglijk orgaan. De meeste denkers (vroeger en tegenwoordig) veronderstellen dat het hier begint en eindigt: bewustzijn is ik. Subject en object definiëren elkaar.

Wanneer een object wordt gekend door een zintuiglijk orgaan, ontstaat er een moment van contact. Dit is de elementaire eenheid van ervaring waarop onze ervaringswereld is gebaseerd. Het is een gebeurtenis die zich voordoet; het wil niet zeggen dat het object bestaat. Het resultaat is een ik-loos opkomen van onderling afhankelijke lichamelijke en mentale fenomenen – de vijf ‘aggregaten’ – als reactie op de presentatie van informatie bij de ingang van een zintuiglijke poort. Waarneming en gevoel hebben plaats op het moment van contact en worden geconditioneerd door onze houding en oordelen. Hier komt het ik om de hoek kijken.

Verlangen

Verlangen is een staat van onbalans tussen wat opkomt en wat iemand wenst dat er opkomt. Dit is hetzelfde proces als wanneer iemand wil dat iets plezierigs voortduurt of dat pijn verdwijnt. In beide gevallen kan verlangen zich alleen manifesteren als er een persoon bestaat die verlangt. Het ik is gecreëerd als het (imaginaire) subject van verlangen.

De vorming van een ik komt tot stand door tussenkomst van vastklampen of afstoten. Het ontstaan van een ik is een proces, en het restproduct daarvan is een zelfbeeld. Beide zijn wederzijds afhankelijk en cyclisch, omdat het hebben van een zelfbeeld ertoe leidt dat iemand zich uit als ik, en daardoor een ik schept. Dit versterkt vervolgens weer het zelfbeeld, enzovoort. Het punt is niet of er al dan niet een ik bestaat, maar hoe iemand naar de fenomenen kijkt op het moment van een ervaring. Is dit met of zonder ik? Vandaar dat de boeddhistische leer van het niet-ik een vorm van onjuist begrip corrigeert en niet het ontstaan van een entiteit (in dit geval een ik, red.).

Uit deze analyse wordt duidelijk dat niet het ik vastklampt, maar dat het vastklampen het ik veroorzaakt. Het ik wordt ieder moment gevormd door een waanvoorstelling die iets wil of niet wil, vastpakt of afstoot, en dit heeft plaats tijdens een ervaring. Net zoals er een onderlinge afhankelijkheid bestaat tussen bewustzijn en een object, bestaat er een onderlinge afhankelijkheid tussen verlangen en het betreffende subject. Maar er is van nature geen relatie tussen subject en object of tussen bewustzijn en verlangen.

Geschenk

Het geschenk van de Boeddha is te zien hoe bewustzijn bevrijd kan worden van verlangen, waardoor we directer toegang hebben tot de objecten, zonder de invloed van ons ik. Als verlangen is vervangen door gemoedsrust, en bewustzijn van alle fenomenen die geen verwijzing hebben naar het ik, dan verwerven we de vrijheid hierin mee te gaan in plaats van ons ertegen te verzetten.

Maar geloof de Boeddha niet op zijn woord. Probeer de reflex van vasthouden te ontdekken in je ervaring en zie zelf wat er gebeurt als die reflex vervangen wordt door een moment van gemoedsrust. Ik is een gewoonte als elke andere en kan versterkt of afgebroken worden. Als je besluit – en het uitvoert – om een moment lang niet vast te houden, dan is er gedurende dat moment niemand die lijdt. (km)  

Bronnen
Andrew Olendzki, 'Self is a verb', Unlimiting mind. The radically experiential psychology of buddhism. Somerville, MA: Wisdom Publications, 2010
Andrew Olendzki, Early Buddhist Maps of the Mind





Terug naar Artikelen