Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 7 december 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

De Hart Soetra als meditatie-richtlijn

Geen, geen, geen…

Ursula Richard

n het meditatie-themanummer van Buddhismus aktuell van eerder dit jaar is een gedachtewisseling opgenomen met de Duitse khenpo Karl Brunnhölzl over de Hart Soetra. Hier een licht bewerkte vertaling van het artikel.


De Hart Soetra behoort tot de belangrijkste teksten binnen zen en het Tibetaans boeddhisme. Dagelijks wordt de tekst in kloosters en centra gereciteerd.
Ursula Richard van Buddhismus aktuell in gesprek met khenpo Karl Brunnhölzl over het radicale karakter van de Hart Soetra en over het gebruik van de tekst binnen de eigen meditatie.

Hoe zou u de Hart Soetra karakteriseren?

Khenpo Karl Brunnhölzl
‘Voor veel mensen die niet bekend zijn met de Hart Soetra is het merkwaardig dat er veelvuldig wordt gesproken over geen als ontkennende aanduiding. Voor boeddhisten is het bizar, aangezien dat geen niet alleen gewone dingen betreft − het behelst mede boeddhistische heiligheden, waaronder de Vier Edele Waarheden, afhankelijk ontstaan, het boeddhaschap, wijsheid en het Achtvoudige Pad. Dit alles bestaat niet, aldus de Hart Soetra. In zoverre is het in het beste geval verbijsterend. De Hart Soetra ont-plaatst onze werkelijkheid. In dit verplaatsen van ons perspectief schuilt de wijsheid. De kerngedachte van de Hart Soetra luidt: “De door ons gekende wereld bestaat niet.” Dit omvat ook onszelf. De radicale boodschap is het afschaffen van alles wat ons lief is. Voor veel mensen is dat niet alleen radicaal; het is mede schokkend – het slaat iemand de grond onder de voeten weg. Aldus Trungpa Rinpoche is er slechts sprake van een aangenaam en een onaangenaam bericht. Het onaangename is dat we ons in de situatie bevinden van iemand die uit een vliegtuig springt en bemerkt dat hij niet over een parachute beschikt. Het aangename is dat er geen grond is waarop we terecht kunnen komen. Wanneer we steeds verder vallen, kunnen we onze houding ten opzichte daarvan veranderen, zodat we ons er geen zorgen over hoeven te maken dat we op enig moment ergens gevoelig neerkomen. We kunnen zonder angst van de vlucht genieten. Vallen wordt op deze wijze vliegen – niemand wenst te vallen; vliegen willen we daarentegen allen. Alleen hierdoor verruimt het bewustzijn zich al – wanneer ik denk dat ik val, dan is mijn geest dusdanig vernauwd dat ik niets zie; wanneer ik denk dat ik vlieg, dan wil ik van het uitzicht en het weidse genieten en kijk ik om me heen. Dat is de kern van de Hart Soetra. Wanneer iets niet zo is als wij menen dat het is, hoeven we niet in paniek te geraken; we kunnen het als een vlucht beschouwen waarbij de dingen niet vastliggen en het perspectief zich verruimt.’

Binnen zen wordt de Hart Soetra vaak gereciteerd, meestal echter in het Sino-Japans. Dit betekent dat men niet weet wat men reciteert. Wanneer we, zoals u voorstelt, de Hart Soetra als meditatie-richtlijn aanwenden, is het toch van belang de tekst te begrijpen? Hoe is de Hart Soetra als basis voor meditatie te gebruiken?

‘Vanuit mijn perspectief zijn aan de Hart Soetra twee aspecten te onderscheiden: een energetisch en een inhoudelijk element. Bij het energetische aspect gaat het er niet zozeer om de woorden te begrijpen. Het gaat er meer om met de Hart Soetra in een geestelijke toestand te geraken van openheid en van vrij zijn van de gebruikelijke referentiekaders. De tekst als zodanig is bij het reciteren relatief onbelangrijk. Door het ritme en de aanwezige anderen “gebeurt” er iets. Indien men evenwel dieper in de tekst wil doordringen, is het van belang de taal te begrijpen. Daarvoor is het essentieel naast het reciteren stil te staan en over het gesprokene na te denken. Zo vorm ik de Hart Soetra op persoonlijke wijze, waarbij mijn behoeften richtinggevend zijn. Actuele individuele thema’s kunnen daarin dan een plaats krijgen. Bijvoorbeeld: “geen werk”, “geen betrekking”, “geen geld” – dit geldt zowel in positieve als in negatieve zin. Ik kan zeggen: “geen …”, en dan zien wat dat in mijn geest doet.

Het is nogal een verschil of iemand vanuit een conventionele werksituatie ‘geen werk’ formuleert of vanuit een situatie waarin iemand geen werk heeft.

‘In beide omstandigheden “werkt” het. Ik kan kijken wat het eigenlijk voor mij betekent dat ik geen werk heb. Ik kan ook kijken wat het betekent wel werk te hebben, en in hoeverre het een deel is van mijn identiteit en wat ik zonder dat werk zou zijn. Met het reciteren van geen kan ik positieve én negatieve aspecten met betrekking tot mijn identiteit onderkennen. Werk, betrekkingen, geld, woning, auto en andere dingen maken doorgaans een groot deel uit van onze identiteit. Het leven is aan verandering onderhevig en zo kan ik de recitatie aan actuele individuele vraagstukken aanpassen, waardoor de bespiegeling zeer persoonlijk wordt. Wanneer ik me richt op dingen die mij persoonlijk heel na zijn, dan is de meditatie vanzelfsprekend veel krachtiger en effectiever omdat het dan om iets wezenlijks gaat. Geen oog, geen oor werkt daarentegen voor de meeste mensen meer abstract. Het heeft weinig zin om iets dergelijks abstracts te reciteren indien men er geen persoonlijke verbinding mee heeft. Hoe persoonlijker de bespiegeling, hoe sterker het effect ervan. Het is ook mogelijk de Hart Soetra heel systematisch door te nemen, waarmee alle aspecten van het leven aan je innerlijk oog langstrekken. Dat kan ongewoon lijken, maar de Prajnaparamita Soetra’s doen precies dat − honderden pagina’s lange recitaties van geen dit, geen dat, tot in verregaand detail. De Hart Soetra is korter en algemener, aangezien deze het hart − de essentie − van deze soetra’s is.’

Zo kan ik er ook op mediteren in hoeverre ik vasthoud aan de boeddhistische canon, de Vier Edele Waarheden en zo meer.

‘Juist dat maakt de Hart Soetra zo radicaal, omdat ik zo ook mijn spirituele identiteit aan een kritische beschouwing kan onderwerpen. Ik ken geen andere spirituele traditie die haar eigen negatie zo ver doorvoert.’

U beschouwt de Hart Soetra ook als een koan of een koanverzameling. Hoe stelt men zich zoiets voor?

Snede uit de Hart Soetra
‘Het is mogelijk de Hart Soetra als een soort matroesjka op te vatten. De soetra zelf is de grote pop, het omkleedsel van de koanverzameling. En elke zinsnede beginnende met geen is een eropvolgende kleinere pop. Men kan het geheel, met inbegrip van de mantra, als een koan zien − en het is mede mogelijk elk popje als zodanig te beschouwen en steeds meer de diepte in te gaan. Iedere frase omvat weer kleinere popjes, bijvoorbeeld “geen vorm” is heel algemeen, aangezien er eindeloos vele vormen bestaan, die zich elk aan een nadere beschouwing laten onderwerpen. De Hart Soetra is ook een algemene richtlijn die het gegeven principe toont. De soetra omvat alle samsarische categorieën verschijnselen, evenals die van het pad en van het nirvana apart van elkaar, zodat je je totaal in enige categorie kunt begeven. Dit houdt de meditatie levendig. Het eindpunt is de geest zonder mijzelf. Dit volharden in geen, geen is vergelijkbaar met de situatie waarin men een kind achtereenvolgens alle speeltjes afneemt – samsarisch of spiritueel van karakter. Onze vaste begeleider, ons knuffeltje dat ons troost biedt, is ons ego. Het laatste speeltje van het ego is het ik. De vraag luidt dan: Wat is mijn geest zonder mij? Dat is de laatste koan, het allerkleinste popje. We kunnen ons ook ieder moment afvragen of we ons onze geest kunnen voorstellen zonder het eigen ik. Kan dat vanuit het huidige persoonlijke perspectief?’

En wie beschouwt dan de geest zonder mijzelf?

‘Dat is de sprong van “de geest met mij” naar “de geest zonder mij”. De geest beschouwt zichzelf, zonder beschouwer.’

Behoren de meditatie-methoden mede tot het spirituele speelgoed?

‘Ja, in ieder geval.’

Waar kom ik dan uiteindelijk terecht?

‘Het gaat erom daarachter te komen. Als het mogelijk was daarop een antwoord te geven, zou dat ook slechts weer een speeltje zijn. Dat is het irriterende van de Prajnaparamita Soetra’s – die ontnemen je alles, en bieden je niets.’

U biedt evenwel de belofte van moed. Thich Nhat Hanh spreekt in zijn commentaar op de Hart Soetra over onbevreesdheid als grootste geschenk ervan.

‘Ja, maar de moed is geen bonbon die aan het eind als beloning wordt geboden – dan bevind je je weer in de speelgoedhoek. Wezenlijke moed dient zich aan wanneer er geen referentiekaders meer zijn, als er niets meer is wat ik wil behouden of loslaten. Zolang er iets is wat ik als mijn terrein of mijn eigendom beschouw of wanneer is nog iets is wat mij stoort, is er geen sprake van vrijmoedigheid.’

Grenzeloze, grenzenloze openheid.

‘Open als de ruimte die geen aanvalsmogelijkheden biedt en die niemand herbergt, niemand beschadigt en die niet te beschadigen is. Dan manifesteert zich ware moed. Doorgaans beschermen we ons tegen angst met steeds hogere muren en betere alarmsystemen, maar op enig moment onderkennen we wat dat met onze geest doet: de angst neemt omvangrijker vormen aan. Hoe uitgebreider de veiligheidsmaatregelen, hoe groter de angst – de maatregelen doen de angst toenemen in plaats van die te beperken. De Hart Soetra maakt een tegengestelde beweging: de muren worden geslecht en het alarmsysteem komt te vervallen en men ondervindt dat er niets is wat iemand kan schaden.’ (ivs, met dank aan jdh)  

(…)
Vorm is leegte, leegte is vorm. Vorm is niet iets anders dan leegte en leegte is niet iets anders dan vorm. Evenzo zijn gevoel, onderscheiding, samengestelde factoren en bewustzijn alle leeg.

Oh Shariputra, evenzo zijn alle verschijnselen leeg, zonder kenmerken. Ze zijn zonder ontstaan en zonder ophouden. Ze zijn niet onzuiver en vrij van onzuiverheid. Ze nemen af noch toe.

Oh Shariputra, daarom is er in de leegte geen vorm, geen gevoel, geen onderscheiding, geen samengestelde factoren en geen bewustzijn. Er is geen oog, geen oor, geen neus, geen tong, geen lichaam en geen geest. Er is geen vorm, geen geluid, geen geur, geen smaak, er zijn geen tastbare objecten en geen verschijnselen. Er zijn geen elementen van het oog tot en met geen elementen van de geest, tot en met geen elementen van het mentale bewustzijn.

Er is geen onwetendheid en geen opheffing van onwetendheid, tot en met geen ouderdom en dood en geen opheffing van ouderdom en dood. Evenzo is er geen lijden, geen oorzaak van lijden, geen opheffing van lijden en geen pad. Er is geen transcendente wijsheid, geen bereiken en geen niet-bereiken.
(…)


Bronnen
‘Das Herz-Sutra als meditationshandbuch’, Buddhismus aktuell, 02/2015, p. 57-59
De Hart Soetra, met een commentaar van geshe Sonam Gyaltsen. Emst: Maitreya, 2000





Terug naar Artikelen