Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 1 april 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Over vrouwen en (hoofd)mannen,
gevoelens en de zintuigen...

Hilde Debacker

nlangs verscheen deel 4 van De verzameling van thematisch geordende leerredes (Saṃyutta-Nikāya), een verzameling met leerredes van de Boeddha. Dit keer gaat het om Het deel der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana-Vagga), kortweg aangeduid als SN-4. Deel 5 was al vertaald. Met deze vertaling erbij is nu de gehele Saṃyutta-Nikāya in het Nederlands beschikbaar.

De bekende Pali-vertalers Jan de Breet en Rob Janssen hebben opnieuw gezorgd voor een mooie, zorgvuldige vertaling van dit deel van de Pali-Canon. Ze beginnen het werk met een algemene inleiding, en laten ook elk afzonderlijk boek (SN-4 bestaat in totaal uit tien boeken of Saṃyutta’s) voorafgaan door een verhelderende introductie.

Jan de Breet en Rob Janssen
Daarbij verstaan ze als geen ander de kunst (en ze hebben het geduld) om belangrijke begrippen uit de leer van de Boeddha steeds opnieuw toe te lichten. Daarnaast zorgen verwijzingen naar andere delen van de Canon ervoor dat je voeling krijgt met de samenhang met andere leerredes. Verder valt op dat ze er niet voor terugdeinzen schijnbare tegenstellingen tussen de leerredes of in de leer aan het licht te brengen, waarna ze zelf voorstellen hoe deze kwestie huns inziens het best benaderd wordt.

Wat ze doen, is dus veel meer dan vertalen. Ze plaatsen elke verzameling leerredes in een verhelderend interpretatief kader en ontsluiten op deze manier de Canon voor een breed publiek van geïnteresseerden. Maar ook specialisten worden op hun wenken bediend. Via voetnoten wordt bij een mogelijk betwistbare vertaling aangeduid waarom ze een bepaalde keuze maakten of wordt vermeld hoe andere onderzoekers ergens tegenaan kijken.

Wat is de inhoud van dit werk? Het deel der zes zintuiggebieden is genoemd naar het eerste boek van dit deel, Het boek der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana Saṃyutta). Net als in de twee voorafgaande delen van de Saṃyutta-Nikāya is dit deel vernoemd naar het eerste boek ervan, dat ruim de helft van het werk in beslag neemt.

Alles

Waarom zo veel aandacht besteden aan de zes zintuiggebieden? In het Sabba-sutta (35.23) noemt de Boeddha het paar van de zes zintuiggebieden ‘het al’. Hij zegt daar: ‘En, wat is het al? Het oog en zichtbare vormen, het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en tastbare objecten en het denken en gedachten, dit wordt het al genoemd.’ Het gaat dus zowel om de zes interne zintuiggebieden (oog, oor, neus, tong, lichaam en denken) als om de zes externe zintuiggebieden (vormen, geluiden, geuren, smaken, tastbare objecten en gedachten). Dit omvat dus de gehele ervaarbare werkelijkheid, alles wat zich in en aan ons kan voordoen.

Wat de Boeddha daarbij voor ogen heeft, is dat je dit ‘al’ volledig opgeeft om tot bevrijding te kunnen komen. De weg hiernaartoe bestaat uit het verwerven van volledig inzicht in de zes zintuiggebieden en hun effecten, om je daarmee te zuiveren van je passie ervoor. Het belang van inzicht in de zintuiggebieden om de begeerte ervoor te kunnen loslaten, wordt door de Boeddha op verschillende manieren verwoord.

In 35.13 heeft hij het bijvoorbeeld over het zien van de zoetheid van de zintuigen (het plezier dat we eraan ontlenen), het nadeel ervan (het feit dat deze zintuiglijke ervaringen leedvol en onbestendig zijn) en de remedie ervoor (het verdrijven van het verlangen ernaar). Pas als je deze aspecten direct begrijpt zoals ze zijn, stelt hij, is er sprake van bevrijdend inzicht.

In dit hele eerste boek worden de zes zintuiggebieden telkens op verschillende manieren benaderd of aan andere mensen of groepen mensen uitgelegd, maar steeds is de hoofdstelling: het ervaren van de zes zintuiggebieden leidt tot reacties van verlangen (bij aangename ervaringen), van afkeer (bij onaangename ervaringen) en van verwarring (bij neutrale ervaringen). Die reacties houden onze begeerte voor de wereld in stand en op die manier kan bevrijding niet verkregen worden.

Boeddhistische vlag met dharmawiel
Wat te doen? Naast inzicht verwerven, is het van belang onze zinnen goed te bewaken en te beheersen. Op die manier kunnen ze zelfs een bron van geluk zijn, stelt de Boeddha. Hoe is dit te verwezenlijken? Door geen verlangen te voelen bij aangename ervaringen en geen afkeer te voelen bij onaangename ervaringen. In een mooie passage in verzen (in sutta 35.94) drukt de Boeddha dit als volgt uit:

‘Beroerd door een prettige aanraking − weest niet verrukt!
En getroffen door pijn − weest niet geschokt!
Kijkt gelijkmoedig naar beide aanrakingen,
zowel naar de prettige als de pijnlijke,
niet verheugd noch verstoord door iets!’


In het daaropvolgende sutta legt hij aan een oude monnik, Mālunkyaputta, uit dat deze gelijkmoedigheid kan worden verkregen door louter te registreren wat zich voordoet aan de zintuigen. In een bekend geworden formulering stelt de Boeddha: ‘Wat betreft de zichtbare, hoorbare, denkbare en waarneembare dingen, moet er voor jou in het geziene alleen het geziene zijn, in het gehoorde alleen het gehoorde, in het gedachte alleen het gedachte, in het waargenomene alleen het waargenomene’ (zie sutta 35.95).

Op het einde van dit boek geeft de Boeddha ook meer concrete aanwijzingen over de beheersing van de zintuigen. De cultivering van aandacht voor het lichaam wordt daarbij vermeld als een belangrijke meditatiepraktijk.

Gevoelens

Na dit eerste lange deel over de zintuiggebieden volgt een belangrijk boek over gevoelens. Net als zintuiglijke indrukken zijn gevoelens immers van groot belang bij het blijven bestaan van begeerte. In wat ‘de keten van voorwaardelijk ontstaan’ genoemd wordt, ontstaan er op basis van de zintuiggebieden zintuiglijke indrukken of contact, leidt dit contact vervolgens tot gevoelens en hebben die gevoelens begeerte tot gevolg. En, zoals de vertalers terecht opmerken, de Boeddha meende dat deze keten het best doorbroken kan worden op het niveau van gevoelens.

De drie soorten gevoelens waarvan hiervoor al sprake was − aangename, onaangename en neutrale − blijken verbonden te zijn met wat de Boeddha ‘latente neigingen’ noemde. Er is de latente neiging tot passie bij een aangenaam gevoel, de latente neiging tot afkeer bij een onaangenaam gevoel en de latente neiging tot onwetendheid bij een neutraal gevoel. Ook hier blijkt inzicht van cruciaal belang te zijn om de latente neigingen te kunnen opgeven. Als je de gevoelens begrijpt voor wat ze zijn, legt de Boeddha uit, zullen de latente neigingen niet opkomen. De sleutel tot bevrijding is dus het wetend ervaren van elk gevoel zoals dat zich voordoet.

Daarbij is het ook van belang om te beseffen dat gevoelens onontkoombaar zijn. Ook vergevorderde leerlingen, en zelfs ontwaakten, blijven gevoelens ondervinden, maar ze worden er niet meer door verstoord. In het sutta ‘De pijlen’ (36.6) legt de Boeddha uit dat de edele leerling maar door één pijl getroffen wordt: die van het lichamelijk gevoel. De doorsnee-mens daarentegen zal zich als hij een onaangenaam lichamelijk gevoel heeft, ook bedroefd voelen, en als hij een gelukkig gevoel ervaart, zal hij zich daardoor ook gebonden voelen. Hij wordt dus geraakt door twee pijlen of twee gevoelens: een lichamelijke en een geestelijke.

Het boek over gevoelens is verder nog de moeite waard omdat dit het sutta (36.19) omvat waarin de Boeddha spreekt over de verschillende niveaus van geluk. In stijgende lijn van belangrijkheid zijn dit: het geluk op grond van de vijf zintuiglijke geneugten (de geneugte van het denken wordt hier buiten beschouwing gelaten), het geluk van de acht meditatiestadia en ten slotte het geluk van het ophouden van cognitie en gevoel, ofwel van bevrijding.

Hij voorziet al dat deze laatste vorm van geluk, eigenlijk een vorm van ‘niet-gevoeld geluk’, door anderen wellicht moeilijk begrepen zal worden. Op het einde van dit sutta licht hij dit verder toe: ‘De Verhevene spreekt niet alleen van geluk met betrekking tot een aangenaam gevoel, maar waar en waarin ook maar geluk wordt gevonden, dat verklaart de Voleindigde als behorend tot geluk.’

Vrouwen

Tot slot beslaat SN-4 nog acht kortere boeken, waaronder Het boek der vrouwen, Het boek der hoofdmannen, Het boek van het ongeconditioneerde en Het boek van de onbeantwoorde vragen.
Het boek der vrouwen is vooral boeiend omdat het een inkijk geeft in de toen heersende visie op de vrouw. Zo leren we dat er vijf kenmerken zijn die een vrouw aantrekkelijk maken: schoonheid, rijkdom, deugdzaamheid, ijver en vruchtbaarheid.

SN-4
Daarnaast wordt er gesproken over de vijf krachten van een vrouw: de kracht van schoonheid, de kracht van rijkdom, de kracht van het hebben van verwanten, de kracht van zonen (!) en de kracht van deugdzaamheid. Als een vrouw over deze krachten beschikt, is ze zelfverzekerd en is ze haar man thuis de baas.

Als een man echter maar één kracht heeft, die van overwicht, zullen al deze krachten van de vrouw haar niet kunnen baten... Uit een ander sutta (37.30) blijkt dat de kracht van deugdzaamheid de belangrijkste is. Als een vrouw deze kracht heeft, en het haar aan alle andere ontbreekt, kan haar schoonfamilie haar toch niet zomaar uit het huis verdrijven.

Het boek der hoofdmannen heet zo omdat de vraagstellers steeds ‘hoofdmannen’ zijn, dorpshoofden of andere notabelen. Dit boek vond ik zelf fascinerend omdat het zo’n mooi beeld geeft van de visies van andere religieuze groepen in die tijd. In sutta 42.6 bijvoorbeeld spreekt een hoofdman over de brahmanen, die in staat zouden zijn door hun gebeden een mens na de dood wedergeboren te laten worden op een hemelse bestemming.

De Boeddha gaat hier echter tegen in. Hij stelt dat een slecht mens door geen enkel gebed naar de hemel gaat en dat een goed mens door geen enkel gebed naar de hel gaat. In sutta 42.8 treffen we een discussie aan met een volgeling van het jainisme. De jains onderrichten dat men na de dood naar die toestand wordt geleid waarin men gewoonlijk verkeert. De Boedda stelt echter dat iemand die slecht handelt dan nooit naar de hel zou gaan, omdat hij nooit voortdurend slechte daden stelt.

In deze leerrede verwoordt de Boeddha ook dat je, door te beseffen dat je een onheilzame daad verricht hebt en door dit te betreuren, slechte daden kunt overstijgen. Als je dan vervolgens de meditatie van liefdevolle vriendelijkheid beoefent, bereik je een toestand van bevrijding van het hart, waardoor er niets overblijft van het karma dat door je onheilzame daden werd geproduceerd.

Moeizaam?

Is SN-4 als geheel nu toegankelijke lectuur of is het eerder moeilijk of moeizaam te noemen? Soms toch dat laatste. Vooral in het boek over de zes zintuiggebieden, maar soms ook elders, is sprake van veel herhalingen. Achtereenvolgende sutta’s hebben vrijwel dezelfde inhoud en ook binnen de sutta’s worden bepaalde formuleringen vaak herhaald. De Breet en Janssen verwijzen hier zelf naar in hun inleiding.

Deze herhalingen, leggen ze uit, vinden hun verklaring in het van oorsprong orale karakter van deze uiteenzettingen. De bedoeling was dat de leerredes uit het hoofd geleerd en gereciteerd werden. De vertalers hebben dit euvel proberen te verzachten door niet alles te herhalen en regelmatig gebruik te maken van punten (...) of samenvattingen.

Toch zou je deze herhalingen, als je je daarop instelt, ook als positief kunnen ervaren. In het spirituele leven gaat het nu eenmaal voor een groot deel over herhaling − van essentiële waarheden en van de eigen oefenpraktijken. De essentiële, boeddhistische waarheden die vervat zijn in de leerredes keer op keer lezen, steeds vanuit een iets ander perspectief, kan tot gevolg hebben dat ze steeds dieper binnensijpelen in je bewustzijn en langzaamaan tot ‘verwerkelijkte’ kennis worden.

Voor wie is dit aangewezen lectuur? Eigenlijk voor iedereen die interesse heeft in de leer van de Boeddha. Zelfs door alleen dit deel te lezen, krijg je al een goed beeld van belangrijke aspecten van deze leer. En, aangezien we in de wereld van de zintuigen leven en hier voortdurend − aangenaam, onaangenaam of neutraal − door geraakt worden, is het nuttige lectuur voor eenieder die een dieper inzicht wil verwerven in wat er zich juist afspeelt op het niveau van de zintuigen en de gevoelens.

Om deze bespreking niet tot een algehele lofzang te laten worden, toch enkele (kleine) puntjes van kritiek. Hoewel het vertaalde Nederlands in het algemeen voortreffelijk is, waren er twee uitdrukkingen die mij uit mijn ‘contemplatieve leesmodus’ brachten. Dat is waar de Boeddha omschreven wordt als ‘onovertroffen coach van diegenen onder de mensen die getraind kunnen worden’ (zie bijvoorbeeld p. 335) of waar er sprake is van de ‘geïnformeerde edele leerling’. Woorden als coach, training en informatie brengen mij onmiddellijk terug in de moderne wereld van efficiëntie en optimalisatie, de wereld waar ik mij met deze lectuur nu juist even uit wil terugtrekken.

Voorts is het nog het vermelden waard dat deze uitgave het werk is van de (nieuwe) uitgeverij Bodhi. Deze uitgeverij heeft alle beschikbare vertalingen van de Pali-Canon overgenomen van uitgeverij Asoka en is speciaal opgericht als veilige thuishaven voor dit omvangrijke vertaalproject. Jammer genoeg resulteert dit erin dat deze boekomslag er heel anders uitziet dan die van de andere vier delen van SN (en van de rest van de al vertaalde delen van de Canon). Ik heb het maar opgevat als een uitnodiging om de (voor mij) ietwat verstorende visuele prikkel met gelijkmoedigheid te betrachten.  

Bron
Jan de Breet & Rob Janssen, De verzameling van thematisch geordende leerredes (Saṃyutta-Nikāya). Deel 4. Het deel der zes zintuiggebieden (Saḷāyatana-Vagga). Bodhi, 2014





Terug naar Artikelen