Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 1 mei 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Er is een keuze, bevrijding is mogelijk

Doshin Houtman

Doshin Houtman
ijdens de themabijeenkomst van de Vrienden van het Boeddhisme over karma, op 16 november 2014 in Leiden, hield Doshin Houtman de lezing ‘Karma in het dagelijks leven’. Hieronder de uitgeschreven tekst.

In het boek van Jack Kornfield The Buddha is still teaching staat een citaat van mijn vipassana-leraar Ruth Denison. Het luidt: ‘Karma means that you don’t get away with nothing.’ Je komt niet met niets weg. Aan het begin van mijn boeddhistische weg heb ik me nooit zo in karma verdiept. Wel was er de vage notie dat als ik doodging de uitwerking van al mijn daden een volgende wedergeboorte zou bepalen.

Tijdens één van de trainingsperioden op Dhamma Dena, het centrum van mijn leraar in Californië, reciteerden we ’s avonds een tekst waarin de zinnen stonden: ‘Ik ben de eigenaar van mijn daden. Ik ben de erfgenaam van mijn daden.’ Dat waren zinnen die binnenkwamen en vroegen om aandacht.

In dezelfde tijd was ik bezig met de verwerking van seksueel geweld in mijn jeugd. Een paar jaar ervoor, tijdens een trainingsperiode in Miami, was dit in alle helderheid aan het licht gekomen. Het ging gepaard met een golf van emoties, waaronder veel zelfmedelijden. De therapeut zei op de eerstvolgende afspraak na de ontdekking: ‘Well, nice that it’s clear now. How can you benefit from this?’ Deze vraag haalde me totaal uit mijn zieligheid en zette me compleet op het andere been. ‘Hoe kan ik hier mij voordeel mee doen?’ Het was een vraag die als een koan met me meereisde. En nu de zinnen: ‘Erfgenaam, eigenaar van mijn daden’?

De boeddhistische oefening hielp bij het verwerkingsproces. De body sweep als meditatiemethode was daarbij een mooi hulpmiddel: oude pijn en oud verdriet kwamen naar boven. Er was ook veel boosheid, maar met behulp van veel mettameditatie voor de dader, veel vergevingsmeditatie en veel mededogen ontstond er meer ruimte.

Het was een jarenlang proces van leren in vrede te leven met het verleden, met onder andere het onder ogen zien van mijn opstandige jeugd. Aan de feiten kon ik niets meer veranderen, wel heb ik mijn moeder gezegd dat ik het betreur dat ik het haar zo moeilijk heb gemaakt. Ze nam het heel mooi op: ‘Het is een grote uitdaging geweest, maar jij bent er goed uit gekomen.’ Het gestolen geld uit de spaarpotten van mijn broer en zussen compenseer ik jaarlijks door, met hun medeweten, rozen van ons allemaal op het graf van mijn ouders te zetten.

Niet-geleefd leven

De diepgewortelde geconditioneerde reacties, het overlevingssysteem, werden steeds meer zichtbaar. De oefening van terughoudendheid was een grote hulp. In plaats van impulsief opnieuw in een emotionele reactie te schieten, pas op de plaats maken. Het was een intensief proces om de onderliggende pijn te voelen in plaats van te reageren.

Jack Kornfield
Verder speelde het niet-geleefde leven ook een rol. ‘Als… dan’: je kunt er eindeloos over dromen. Jack Kornfield zei eens dat we allemaal verlangen naar een beter verleden, en daar stoppen we veel tijd in. Helaas is het niet mogelijk. Het was verhelderend om te zien dat die weg alleen maar tot meer verstrikkingen leidt. In het bevrijdingsproces van jaren was en is de boeddhistische oefening een grote hulp.

Velen van ons hebben te maken gehad met geweld in de jeugd: lichamelijk geweld, verbaal geweld, emotioneel geweld, oorlogsgeweld, enzovoorts. De vraag die daarbij kan opkomen, is: ‘Is dit het karma van een vorig bestaan, de uitwerking van daden uit het verleden? Is het mijn eigen schuld?’

Voor mij betekent karma de situatie aanvaarden als feitelijkheid. Ik was op die tijd op die plaats waar dat gebeurde. Karma betekent ook dat ik verantwoordelijkheid neem voor het uitwerken van die situatie op dit moment. Voor mij betekent dit: het terugnemen van alle projecties en de schuld niet buiten mezelf leggen. Karma betekent hier de pijn van de situatie voelen, daarin helen en vrij worden. Onmogelijk?

Juiste inzet

De boeddhistische oefening geeft ons een keuze: een weg van meer bevrijding of van meer verstrikking. Dit is terug te vinden in juiste inzet: het te boven komen van onheilzame staten van geest en het naar boven halen en bevorderen van heilzame staten van geest.

Boeddha laat er geen twijfel over bestaan, hij zegt: ‘Ook jij kunt het, anders zou ik je niet vragen het te beoefenen.’

Zo oefenend, observerend bij mezelf blijvend, kwam er langzaamaan meer helderheid. Ook kwam bij mij steeds meer de wens op: ‘Hoe kan ik het welbevinden van mezelf en anderen bevorderen?’ Vanuit die wens kwamen de intenties op: ‘Ik wil blijven oefenen om aanwezig te zijn en met vriendelijkheid alles tegemoet te treden.’

Het mooie van vele jaren oefening is dat je kunt zien dat het uitwerkt. Ch’an-meester Sheng Yen zei vaak: ‘Je oefent de methode (aanwijzingen van de Boeddha) en op een gegeven moment neemt de methode je mee.’ Een uitspraak van de Boeddha die me blijft inspireren, is: ‘In de richting waarin een beoefenaar denkt en overweegt, in die richting buigt zich haar geest.’ Zelfs de wetenschap kan nu aantonen dat intenties iets teweegbrengen en de hersenen veranderen. Door je goede intenties te blijven herinneren, versterken ze van moment tot moment. In iedere situatie wordt een volgend moment vanuit een sterkere intentie tegemoet getreden en dat werkt uit in spreken en handelen. Hoe het uitwerkt, hebben we echter niet in de hand, daarvoor zijn situaties te complex. Boeddha geeft als advies om ons niet bezig te houden met het nadenken over de uitwerking van ons handelen, dat draagt niet bij aan meer bevrijding.

In de boeddhistische oefening heb ik geleerd om verantwoordelijkheid te nemen voor dit moment en projecties terug te nemen. Betekent dit dat alles op mijn bordje ligt?

Hier kunnen we leren van het advies dat Boeddha aan zijn zoon Rahula gaf: ‘Bekijk jezelf als een samenspel van de vijf skanda’s: lichaam, gevoelstoon, waarneming, geestelijke activiteit en bewustzijn. En bekijk alles vanuit deze visie: dit ben ik niet, dit is niet van mij, dit is niet mijn zelf.’ Vanuit deze visie naar het leven leren kijken, naar anderen en mezelf, is heel bevrijdend gebleken.

Als we het niet persoonlijk opvatten, krijgen we meer zicht op de drie vergiften die het leven beheersen en het lijden veroorzaken: begeerte, woede en onwetendheid. We kunnen ook zien dat die staten van geest leiden tot onheilzaam spreken en handelen. Als we dat meer inzien, kunnen we ons afvragen of en hoe wij willen reageren op dat spreken of handelen van anderen. We hebben de mogelijkheid, kunnen leren, om te gaan antwoorden vanuit meer wijsheid en mededogen. Dat doet de ander en mij goed.

Het minder persoonlijk opvatten, kan bij conflicten in de sangha helpen. Als we heel verstrikt zijn, is er vaak geen openheid om te kijken wat er zich precies in ons afspeelt, de schuld wordt vaak en vlug bij de ander gelegd. Als we de projecties terugnemen en vanuit een juiste en onpersoonlijke visie leren kijken, kan er weer ruimte komen om in vrede met elkaar te gaan leven.

Bevrijding is mogelijk

De zinnen: ‘Hoe kan ik hier mijn voordeel mee doen?’ en ‘Eigenaar/erfgenaam zijn van mijn daden’ hebben mij geholpen op mijn levensweg. Ze hebben me meer inzicht gegeven in de Vier Edele Waarheden. Inderdaad, het leven is niet fair, maar daar hoef je niet aan onderdoor te gaan. Het Achtvoudige Pad helpt ons om dat lastige stroeve kantje van het leven het hoofd te bieden.

In de loop van de jaren is de kracht van de onheilzame staten van geest verminderd, de heilzame staten komen steeds meer op de voorgrond en bepalen hoe langer hoe meer mijn spreken en handelen. Ja, de boeddhistische oefening heeft resultaat. Er is een keuze: bevrijding is mogelijk.

Karma betekent inderdaad dat je niet met niets wegkomt. Er komt meer helderheid, ruimte, vriendelijkheid, mededogen, medevreugde, gelijkmoedigheid en wijsheid. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, van negatief karma naar positief karma en uiteindelijk geen karma.  


Ruth Denison 1922-2015
Een speciale vipassana-leraar heeft de aarde verlaten

Doshin Houtman

Ruth Denison
Afgelopen februari is Ruth Denison aan een hersenbloeding overleden. Ze was sinds 1998 mijn vipassana-leraar. Hoewel ze de laatste jaren van haar leven met dementie kampte, behield ze steeds nog een helderheid met betrekking tot de Dharma. Totdat ze in september 2014 een TIA kreeg; ze herkende me daarna nog wel als ik haar opbelde.

De Dharma-oefening omvatte voor Ruth alle aspecten van het leven. Ze was onconventioneel in haar onderricht. Ruth hield erg van dansen, dus bracht ze aandachtig dansen in haar retraites in. Ze was scherp; als ze zag dat je jezelf verloor in het dansen, riep ze je tot de orde. Ook uitjes in het nabijgelegen Joshua Tree National Parc en baden in de bronnen van Desert Hot Springs behoorden tot de oefening. Tijdens een retraite bij de Insight Meditation Society (IMS), werden we op het grasveld, na een degelijke meditatie op de grond, gevraagd ons in te leven in een worm en ons als zodanig over de grond te bewegen ─ niet eenvoudig zo’n wormenleven!

Ruth onderrichtte vaak over vergankelijkheid en de eindigheid van het leven. Haar alternatieve Dharma-beoefening hield zwaarte en lichtheid goed in balans.

Voornoemde oefeningen stonden de diepgang van de Dharma niet in de weg. Ruth nodigde altijd uit om alles diepgaand te onderzoeken: kijk nog eens, en nog eens. ‘Het gaat erom het buitengewone in het gewone te ontdekken’, zei ze steeds weer.

Buiten de retraites kwam ze ook dagelijks naar de meditatiehal. Je wist nooit wanneer ze kwam, en hoe ze je oefening zou testen. Een vaak voorkomende vraag was: ‘En, wat was het hoogtepunt van je dag?’ Als je die vraag niet meteen kon beantwoorden, zei ze: ‘Dan heb je niet goed geoefend.’

Ruth was een meester in de belichaamde aandacht. Haar geleide body sweep-meditaties brachten je tot inzichten, die je alleen pas na lange tijd zou bereiken. Ruth was gul in haar onderricht; tijd speelde geen rol. ’s Avonds ging ik regelmatig naar haar huisje om wat ‘Dharma te bedelen’. De diepgang van de gesprekken gaf een intimiteit die ik zeker zal missen. Maar bovenal is mijn hart vervuld van dankbaarheid dat ik zo lang bij haar in de buurt van het (Dharma-)leven heb mogen proeven. Ik hoop wat ik van haar geleerd heb, samen met anderen, verder te verdiepen.

Ik wens haar veel geluk op haar verdere reis.



Bronnen
Inzicht & Bevrijding
Kornfield, J., The Buddha is still teaching. Shambala, Reprint 2011





Terug naar Artikelen