Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 1 mei 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Geen religie, geen wetenschap, maar dhamma

Alfred Weil

Alfred Weil
uddhismus aktuell is het tijdschrift van de Deutsche Buddhistische Union (DBU). Het thema van nummer 3 van jaargang 2014 luidt: ‘Is boeddhisme een godsdienst?’ Hieronder een bewerkte vertaling van het artikel van de oud-voorzitter van de DBU, Alfred Weil, getiteld ‘In Denkmustern gefangen, nicht Religion, nicht Wissenschaft – Dhamma’.

Weil schrijft dat wij in de realiteit van ons leven slechts goed functioneren omdat we onze talloze ervaringen ordenen. We plakken etiketten op de verschijnselen en geven er namen aan. Als het nodig is, voegen we extra beschrijvingen toe en dit alles zetten we in een bruikbaar schema. Wat hierin niet past, is al gauw een obstakel. We wennen namelijk snel aan de ordenende principes van onze geest en we zien de werkelijkheid niet meer zoals deze is. Dit leidt tot de vraag hoe boeddhisme en religie zich tot elkaar verhouden.

Religie?

God schept Adam
We zijn opgegroeid met twee soorten verklaringen van de werkelijkheid waarin we leven: wetenschap en religie. Honderden jaren lang was het christendom de dominante religie in Europa. De islam is daarbij gekomen. Het spirituele landschap is de laatste decennia bonter geworden. Ook hier komt onze geest om de hoek kijken, die deze nieuwe verschijningsvormen wil inpassen in ons databestand. De map ‘religie’ wordt geopend omdat het boeddhisme niet past in het bekende lijstje (natuur)wetenschappen.

Het boeddhisme gaat eerst en vooral over ethische vragen en pleit voor specifieke waarden en omgangsvormen. Het spreekt over innerlijke groei en geestelijk rijpen. Het thematiseert geboorte, sterven en wedergeboorte. Vragen over geluk, lijden en bevrijding zijn belangrijk. Vaak gaat boeddhisme over iets wat het menselijke verstand en de zintuiglijke ervaring overstijgt. Het is dus een religie − in de zin van verbinding (Latijn: re-ligio) met een hogere, bevrijdende werkelijkheid.

Wetenschap?

Of toch geen religie? In het christendom, het jodendom en de islam is religie onverbrekelijk verbonden met godsgeloof. God is eeuwig, volmaakt, alwetend en heeft de wereld en ons geschapen. Hij gebiedt ons wat te doen en wat na te laten. Hij bestraft en beloont, verdoemt en verlost. Maar van zo’n God als schepper en heerser van de wereld is in het boeddhisme geen sprake. Onderwijst de Ontwaakte ons immers niet dat iemand onderworpen is aan de gevolgen van zijn handelen en dat alles aan verandering onderhevig is? En dat iedereen zijn eigen weg naar bevrijding moet gaan?

Lama Govinda
Nog iets anders ontkent dat boeddhisme een religie zou zijn, te weten de gebleken praktijkgerichtheid ervan. Met ‘kom en ervaar het zelf’ wordt iedereen uitgenodigd die voldoende vertrouwen heeft in het nieuwe en onverwachte. Wie het experiment aangaat, zal keer op keer ervaren wat hij voorheen uitsluitend in vertrouwen voor kennis had aangenomen. Realiteitszin, onderzoek en controleerbaarheid behoren tot de uitgangspunten van het boeddhisme. De onderwerpen van deze kennis en de weg om die te verkrijgen, zijn echter anders dan bij de natuurwetenschappen. Is boeddhisme dan toch een wetenschap?

Een van de grootste Duitse boeddhistische pioniers, Anagarika Govinda, heeft het volgende antwoord gevonden: ‘Als ervaring en weg van de praktische verwerkelijking is het boeddhisme een religie; in zijn wijze van uitdrukking van gedachten is het een filosofie; als resultaat van systematisch zelfonderzoek is het psychologie; en uit dit alles volgt een norm voor gedrag die wij innerlijk ethiek en uiterlijk moraal noemen.’* Heel pragmatisch omzeilt Govinda hiermee het probleem dat het boeddhisme zich niet in een hokje laat plaatsen.

Dhamma

Waarom toch zo moeilijk doen? De Boeddha heeft zelf gezegd wat hij onderwijst: de dhamma. Toegegeven, alleen dit Pali-woord − Sanskriet: dharma − lost het raadsel niet op, maar toont wel de richting waarin we moeten kijken. Van ons wordt verwacht dat we het boeddhisme ‘van binnenuit’ leren begrijpen. Het laat zich niet ‘van buitenaf’ bevatten met behulp van vreemde en niet-passende begrippen zonder het te verdraaien of te beperken.

Dhamma heeft vele betekenissen, maar drie aspecten zijn voldoende voor ons doel. Als eerste is dhamma de overgeleverde leer van de Boeddha. Hij heeft 45 jaar zijn bevindingen met anderen gedeeld en in hun bewustzijn gegrift. Na de periode van mondelinge overlevering zijn ze ongeveer 500 jaar na het verscheiden van de Boeddha opgetekend, geordend en enigszins bewerkt. Het tweede aspect is de inhoud van de leer. De werkelijkheid zelf is de maatstaf, ongehinderde waarneming en kritisch onderzoek van alle verschijnselen zijn bepalend. Dogma’s, hypotheses, wensdenken en fantasieën hebben hiermee niets van doen. De praktische component van het boeddhisme is het derde aspect. De Vier Edele Waarheden vormen de kern. Wie deze waarheden kent en ze nuttig maakt voor zichzelf en anderen, richt zich ernaar. Weten wordt een leidraad voor iemands handelen en voor zijn spirituele praktijk. Uit overtuiging nemen we de ethische verplichtingen op ons, oefenen we ons in meditatie en verdiepen we ons begrip.

Het boeddhisme is zo veelomvattend dat het niet in een traditioneel hokje past. Het strikte onderscheid tussen religie en wetenschap als verklaring heeft hier geen zin. Wat in onze samenleving vaak als onverenigbaar wordt gezien, zijnde vertrouwen (in het nog onbekende) en weten (als eigen ervaring), is in de dhamma een onverbrekelijke eenheid.
Bij hokjesdenken hoort ook de aanduiding ‘boeddhisme’. Hoewel het bijna niet meer uit ons taalgebruik weg te denken is, dekt de vlag de lading niet. De Boeddha was geen ‘boeddhist’, en hij heeft ook geen boeddhisme onderwezen maar de Dhamma. (km)  

* Lama Anagarika Govinda, Die psychologische Haltung der frühbuddhistischen Philosophie, p. 1. Wenen: Octopus, 1980

Bron
Weil, A., In Denkmustern gefangen. Buddhismus aktuell, 3/2014, p. 24-27





Terug naar Artikelen