Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 7 december 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Mens en wolf

Guus van Holland


en jij nou een boeddhist!’ Het is een terugkerende opmerking die mij als een verwijt in mijn ziel raakt. Alsof ik me als boeddhistische leerling moet verontschuldigen voor wat ik heb gezegd of gedaan. Zoiets als een ander met een andere mening afwijzen. Of als ik mijn emoties de vrije loop laat. Voordat ik heb geprobeerd iets ter verdediging te formuleren, moet ik al aanhoren dat ‘dat mediteren dus ook niks helpt’. Dat woordje ‘dus’ doet het ’m. Ik ben boeddhist, dus… Ik mediteer, dus…

Ik mag ‘dus’ niet iets doen of zeggen wat − volgens de tegenpartij − tegen de regels van het boeddhisme is. Ik ben ‘dus’ vreedzaam, geduldig, onbevooroordeeld, evenwichtig en vooral de rust zelve. Ik zit toch niet voor niks voortdurend op mijn kussen, lees boeddhistische boeken, verdiep me in boeddhistische lezingen, volg boeddhistische trainingen en plaats teksten op Facebook die ik op mijn scheurkalender met boeddhistische wijsheden lees? Maar dat maakt nog geen boeddhist van mij, laat staan een heilige.

Ik ben ‘slechts’ een mens; niets menselijks is mij vreemd. Ook ik oordeel over boeddhistische leraren die zich aan boeddhistische leerlingen vergrijpen. Ook ik oordeel over burgeroorlogen waarbij boeddhisten geweld niet schuwen. Ook ik denk weleens dat boeddhistische monniken beter hun handen uit de mouwen kunnen steken in plaats van urenlang mediteren en contempleren om het leven (of dat erna) te kunnen begrijpen.

Alleen al dat ik meen me te moeten verantwoorden voor mijn ‘non-boeddhistische’ gedragingen. Dat ik daarom mijn afweermechanismen in werking stel. Dat vind ik lastig. Liever zou ik glimlachen, zoals de boeddha in mijn tuin of op mijn schrijn. Of zoals ik de Dalai Lama en Thich Nhat Hanh zie doen, doorgaans in alle rust. Maar ja, ik ben Thich Nhat Hanh noch de Dalai Lama, noch de Boeddha. Ik ben slechts een zoekend mens.

Boeddhisme spreekt me aan. Het is me aan komen waaien na zowel een mentale als een fysieke zoektocht naar de wenselijke wijze van leven. Dat maakt me nog geen boeddhist. Ik zou elk moment, onder welke omstandigheden ook, de rust zelve willen zijn, altruïstisch, geduldig en vreedzaam. Levend naar inzichten van de Boeddha, hoe divers ook wat betreft interpretatie. Het is niet meer dan een doel: zijn zoals het is, zijn zoals ik ben.

Geloven in fundamentele goedheid, van iedereen. Dat wil ik. Niemand veroordelen om wie hij is, om wat hij doet en zegt. Ik las laatst een bemoedigend essay van Rutger Bregman in De Correspondent: ‘Wie goed doet, komt nooit in het Journaal – en dat is een groot probleem.’ Bregman citeert daarin een oude Cherokee-indiaan die tegen zijn kleinzoon zei: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in iedere andere persoon.’ De jongen dacht even na en zei toen: ‘Welke wolf zal winnen?’ De oude Cherokee antwoordde: ‘Diegene die je voedt.’

Ook ik ben gevoed door een wolf, door ouders die mij naar eigen inzicht hebben opgevoed. Zo is het iedereen vergaan, toch? Dat zie ik als boeddhistisch inzicht: we zijn wie we zijn geworden. Als ik dat eens geduldig kon uitleggen, is er een kans dat mij niets meer wordt verweten. Dan mag ik mezelf zijn. Een mens die niet meer dan benieuwd is naar boeddhistisch leven.  

Guus van Holland is vriend van Shambhala Leiden.






Terug naar Artikelen