Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 6 juni 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Onbevreesd, moedig en kwetsbaar

Guus van Holland


en ik bang voor morgen, voor straks, voor wat er gebeuren gaat? Vaak wel. Waarom toch? Omdat de toekomst onzeker is. Omdat ik graag weet wat er komen gaat. Dan kan ik me erop voorbereiden, maatregelen treffen, me erop instellen. Toch?

Nu ik dit schrijf, begrijp ik dat het ondoenlijk is me voor te bereiden op dingen die staan te gebeuren. Wat kan ik in vredesnaam doen om mezelf zekerheid te verschaffen, behalve een schuilkelder bouwen teneinde mezelf tegen mogelijk naderend onheil te beschermen? Ik weet het toch niet. Dingen gebeuren nu eenmaal. Ik kan niet alles in de hand hebben.

Dus kan ik me beter op het nu concentreren. Op deze column. Stel dat ik voortdurend tijdens het schrijven bezig ben met wat me te wachten staat, dan kan ik beter meteen stoppen. Dan wordt het sowieso een stukje dat alle kanten op draait.

De gedachten die nu schrijvend opkomen, vinden hun oorsprong in de cursus ‘Onbevreesdheid in het dagelijks leven’ uit De weg van Shambhala. Ik denk terug aan een oefening tijdens een sessie. Ik moest een dialoog aangaan met een andere cursist, bijvoorbeeld de vrouw naast mij. Een uitwisseling over onbevreesdheid, angst en onzekerheid.

Zo kwam ik tegenover een vreemde vrouw te zitten, aan wie ik moest vertellen wat er door me heen ging terwijl ik haar aankeek. Wat ik op dat moment voelde, wat ik nu voelde. En dat was heel vreemd.

Niet zo vreemd als ik verwachtte. Ik vertelde wat ik dacht en voelde: onzekerheid dus. Maar zowaar ook onbevreesdheid. Ik voelde wat de leraar had uitgelegd, over onbevreesdheid, moed en kwetsbaarheid. De vrouw keek me aan, luisterde en gaf (volgens de opdracht) geen reactie. Ze toonde afwijzing noch goedkeuring. Er waren slechts woorden die uit mijn mond kwamen − en naar mijn gevoel recht uit mijn hart. Ik liet mijn hart spreken, over mijn onzekerheden en kwetsbaarheden, zoals ik ze op dat moment ervoer. En het voelde goed.

De vrouw was nog steeds een vreemde. Maar ze zag er gaandeweg mijn woordenstroom niet meer uit als een vreemde die mij vast zou vertellen wat voor een angsthaas ik was. Zij was er − niet meer en niet minder. Haar houding en mimiek verrieden geen oordeel.

Het meest verheugende kwam nog. Toen mocht de vrouw mij vertellen wat zij dacht en voelde. Ze zei dat ze veel herkende van wat ik had verteld. Ook zij was onzeker geweest, bang voor mijn reactie. Toen de gong ging, keken we elkaar vriendelijk aan. Opgelucht. Onze onzekerheid, vooral onze angst voor afwijzing, was misplaatst geweest. Er was niets nadeligs gebeurd. Goddank.

Zo wil ik me vaker voelen. Zonder angsten, niet bang om te falen. Voortdurend levend in het nu. Soms in de toekomst, vanzelfsprekend, maar liever nooit in de onzekerheid dat wat mij te wachten staat nadelig uitvalt.

Ik oefen buiten de cursus. Zeggen wat ik te zeggen heb. Gewoon doen. Mezelf inprenten dat het goed is wat ik doe. En dat ik er wat van kan leren. Mocht het resultaat niet positief zijn, dan kan ik erover nadenken. Wat gebeurt er dan met mij? Voel ik me teleurgesteld, verdrietig of boos? Kruip ik in mijn schulp en neem ik mij voor nooit meer iets te ondernemen, bijvoorbeeld nooit meer openhartig zijn en kwetsbaar zijn?

Door meditatie, even op mijn kussen zitten en het gevoel laten opkomen en overdenken, kan ik mezelf helpen. Ik kan dan een en ander onder ogen zien: dit is dus wat er met mij gebeurt, dit gevoel is er. Ik ervaar deze stiltes als verhelderend. Ik kom bij mezelf, sla niet op de vlucht voor wat zich mogelijk in mijn lijf gaat afspelen. Is het verdriet, dan is het verdriet. Is het verwarring of angst? Nou, vooruit dan. Dan is het angst. Dat mag toch?

Ik heb het gevoel dat ik ruimte maak voor wat er zich voordoet. Dit ben ik, dit zijn mijn gedachten, dit is mijn gevoel. Dit is niemand anders. Ik las in mijn cursusboek: ‘Als je begint met kijken naar je angst, gewoon in die angst springt, dan is het volgende dat je ervaart een gevoel van volledig in elkaar zakken. In de situatie van angst zit veel energie, maar als je begint erin te springen, dan voelt het alsof je net een ballon hebt doorgeprikt.’

Ssssss… als een ballon, die eens is opgeblazen en zich almaar heeft gevuld. Zo voelde het toen ik tegenover de vrouw zat en mij blootgaf. Ik liep langzaam leeg. Vriendelijkheid ontmoette vriendelijkheid. Ik hoor mijn moeder zeggen: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’ Dat blijkt dus een boeddhistische wijsheid. Ik besef dat het niet in elke situatie zo bevredigend afloopt. Maar mij doet het vrijwel altijd goed. Ik ben vriendelijk geweest voor mezelf. Dat voelt beter dan afwijzing.  

Guus van Holland is lid van de Shambhala-sangha Leiden.






Terug naar Artikelen