Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 9 september 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Mijn Citaat

De keuze van Doshin Houtman


‘In de richting waarin een beoefenaar veel nadenkt en overweegt, in die richting buigt zich haar geest’

(vrij naar) Majjhima Nikaya 19.6



k hou ervan om de Pali-teksten te lezen. Soms zijn er zinnen die me raken en met me meereizen, zoals bovenstaande woorden.

Het citaat heeft betrekking op het tweevoudig denken: hoe kun je onheilzame gedachten vervangen door heilzame.

Oordelen, anderen veroordelen, jezelf veroordelen – het is een grote bron van dukkha omdat we ze niet zien voor wat ze zijn: gedachten, onheilzame gedachten. We identificeren ons ermee, we denken dat het waar is.

Ik herinner me dat na het toegeven aan het verlangen om veel te snoepen, er altijd heel wat oordelen opkwamen. Daarna volgde steevast het zelfmedelijden en verdriet. Tot op een dag de gedachte opkwam: het is oké. Ook toen kwamen er tranen, maar toch veranderde er iets. Het was een begin van acceptatie van het hele proces: onaangename gevoelens, onheilzaam handelen en het veroordelen. De gedachte ‘het is oké’ blijkt een heel heilzame gedachte. Het helpt mij om de geest open te houden. Niet dat ik nooit meer uit de bocht vlieg en dat er geen oordelen meer zijn. Maar ik zie het nu veel meer voor wat het is: onheilzame gedachten die voorbijgaan. In de loop van de jaren heeft dat veel verzacht.

Gedachten – het zijn de voorlopers van het spreken en het handelen. Naast het leren omgaan met onheilzame gedachten vind ik ook het naar boven halen van heilzame gedachten belangrijk. Het regelmatig reflecteren op mijn aspiraties, het steeds weer opnieuw naar boven halen van goede intenties doet me goed.

Ik herinner me een periode van grote sloomheid en traagheid. Het lukte me niet meer om iedere dag vroeg op te staan om te mediteren. Ik merkte dat ik steeds later wakker werd. Ik zette de wekker, maar ik had het knopje nog niet afgezet of ik viel weer in slaap. Natuurlijk nam ik me steeds voor om de volgende dag op tijd wakker te zijn, maar het lukte niet. Eerder naar bed gaan, hielp ook al niet. Ook in deze situatie duurde het een tijd voordat ik het kon zien en accepteren: oké, dit is sloomheid en traagheid. Ik nam me voor om het te onderzoeken.

Iedere avond als ik naar bed ging, bleef ik me voornemen om vroeg op te staan en aandachtig het niet-opstaan te volgen, en die intenties maakten me steeds opnieuw blij. Na verloop van tijd ging de sloomheid, een pijnlijke hindernis, gelukkig voorbij. Nog steeds neem ik me ’s avonds voor om vroeg wakker te worden om te mediteren, en als ik mijn ogen opendoe en het is gelukt, dan is er dankbaarheid: de wens is weer in vervulling gegaan.

Een mooie remedie tegen oordelen, merk ik, is metta-oefening: door goede wensen/gedachten voor mezelf is er meer acceptatie en wordt het goede in mij meer zichtbaar, en dat draagt bij aan welbevinden.  

Bron
Jan de Breet & Rob Janssen (vertaling en inleiding), De verzameling van middellange leerredes (Majjhima-Nikaya, 1-50). Deel 1. Asoka Klassieke Tekstbibliotheek. Rotterdam: Asoka, 2004





Terug naar Artikelen