Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 7 januari 2015
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Vijf bezoeken aan China verder

André van der Braak

aarmate mijn kennismaking met het boeddhisme in China zich uitbreidt, verdiepen mijn vragen zich. Is Chinees boeddhisme onvermijdelijk een vorm van staatsboeddhisme? Is het een authentiek boeddhisme dat in China wordt beoefend? Is het de moeite waard om een dialoog aan te gaan met Chinese boeddhisten?

Bijna twee jaar geleden heb ik naar aanleiding van een conferentie over Religion and Social Cohesion onder andere op deze site geschreven over mijn ervaringen met het opkomende boeddhisme in China. Die conferentie was georganiseerd door de Faculteit der Godgeleerdheid van de VU, de School of Philosophy and Religion van Renmin University, en de overheidsinstantie SARA (State Administration of Religious Affairs). Ik bracht toen ook bezoeken aan de kloosters Bailin en Longquan.

Longquan monastery
Ondertussen zijn we vijf bezoeken aan China verder. Ik heb verschillende lezingen gegeven in het klooster Longquan, en er is een wederzijdse uitwisseling op gang gekomen tussen Longquan en de Maha Karuna Chan in Nederland. Twee monniken hebben in januari 2014 enkele weken gelogeerd in Zutphen, en meegedaan aan de vijfdaagse sesshin in Steyl.

Ton Lathouwers en ik zijn in mei 2014 met onze partners tien dagen te gast geweest in het klooster Longquan, waar we lezingen hielden en dagelijks een dialoog met de monniken daar voerden. Ook de samenwerking met de professoren 'boeddhisme' van Renmin University gaat gestaag verder.

Studie van de geschriften

Mijn ervaring met de monniken van Longquan is dat de nieuwe Chinese boeddhisten zeer gemotiveerd zijn. Er is een grote bereidheid om de leer van de Boeddha in veel verschillende vormen te bestuderen en te beoefenen. Mijn indruk is dat studie van de geschriften belangrijker wordt geacht dan de beoefening van formele zitmeditatie. Men is verrast en enigszins verbaasd dat meditatie in het Westen zo populair is.

Tijdens een van de dialoogsessies vertelde een monnik die jarenlang in de VS had gewoond dat hij sceptisch was over de westerse belangstelling voor het boeddhisme, omdat die zich alleen uitstrekte tot meditatie, en niet tot de leer van de Boeddha zelf. Ik vermoed dat hij refereerde aan de Amerikaanse fascinatie voor mindfulness.

Er is een grote belangstelling voor dialoog, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die dialoog er ook vooral op is gericht om de verspreiding van het Chinese boeddhisme naar het Westen te bevorderen. Men wil graag leren over het Westen en over westerse filosofie, zodat men beter weet hoe men het Westen kan benaderen. Ik hield bijvoorbeeld een lezing over Meister Eckhart die met veel belangstelling werd ontvangen’, vooral omdat Meister Eckhart een bijna boeddhistische godsopvatting heeft. Zo kan de dialoog met het christendom worden gevoerd.

Boeddhisme en christendom

Hoewel het boeddhisme in het Westen bekend staat als een weinig missionaire levensbeschouwing is de verspreiding van het boeddhisme binnen China van groot belang voor de kloosters. In de discussies over boeddhisme en christendom werd me echter duidelijk dat het boeddhisme in China in een felle strijd is gewikkeld met het snel opkomende christendom, vooral het evangelische protestantisme dat door een agressieve missie vanuit de VS wordt ondersteund. Men ervaart het christendom als een buitenlandse religie die de Chinese cultuur bedreigt. Het boeddhisme wordt gezien als een cultureel middel om deze bedreiging tegen te gaan.

Tegelijkertijd is het moeilijk om een dergelijke binnenlandse expansie van die kloosters na te streven zonder de argwaan van de autoriteiten te wekken. Zo zijn er vanuit Longquan sinds 2005 al enkele honderden lekenleesgroepen in Beijing gestart. Een van de professoren van Renmin vroeg zich voorzichtig af hoe lang dit nog goed kon gaan met de autoriteiten. Populaire volksbewegingen roepen al snel verdenkingen op bij de Chinese overheid.

Daarom is niet alleen expansie binnen China, maar ook en vooral de missie naar het Westen belangrijk voor de Chinese boeddhisten die ik gesproken heb. Niet alleen loopt men dan niet het risico om de overheid in de wielen te rijden, het is ook een manier om het prestige van het Chinese boeddhisme, en de Chinese cultuur in het algemeen, te bevorderen.

Confucianistisch staatsboeddhisme

Wat voor soort boeddhisme wordt er in China beoefend? Hoewel kloosters op papier binnen de chan-traditie kunnen staan, is het Chinese boeddhisme in de praktijk altijd een confucianistisch boeddhisme. De Chinese hervormer Taixu (1890-1947) introduceerde het ‘humanistisch boeddhisme’, dat als een vorm van engaged buddhism kan worden gezien. Maatschappelijke solidariteit en compassie spelen een grote rol. Maar anders dan in het westerse engaged buddhism speelt maatschappijkritiek geen rol van betekenis.

Taixu
Integendeel, vaderlandsliefde is in het Chinese boeddhisme erg belangrijk. De monniken van Bailin herhalen de slogan love the country and love the religion, waarbij de liefde voor het vaderland dus voor de liefde vóór het boeddhisme komt. Dit hangt zonder twijfel samen met het feit dat religie in China is toegestaan, mits men binnen de grenzen blijft van wat politiek als betamelijk geldt. De overheid ziet graag dat het boeddhisme groeit, mits het als steunpilaar fungeert voor de maatschappelijke orde en het overheidsbeleid.

Voelen de Chinese monniken zich hier ongemakkelijk over? Ik heb hier verschillende malen in geprobeerd door te dringen. Voor hen is het vanzelfsprekend dat ten eerste religie en politiek van elkaar gescheiden zijn, en ten tweede politiek voor religie komt. Dit past ook goed binnen de confucianistische normen en waarden die de Chinese maatschappij, ondanks de opkomst van een westers kapitalisme, nog steeds doordringen.

Teh Ching, van wie Ton Lathouwers in 1987 in Indonesië dharmatransmissie ontving, werd begin jaren negentig voor een aantal jaren naar China teruggehaald om daar leiding te geven aan Chinese kloosters, waaronder die uit de Guanghua-richting waar Longquan ook deel van uitmaakt. Het bezoek van Ton en mij aan Longquan was ook een zoektocht naar de Chinese roots van onze boeddhistische lijn.

Ondanks de gastvrijheid die we daar ontvingen, en de vele openhartige discussies met de monniken, werd het toch wel duidelijk dat het 'Chinese boeddhisme' van Teh Ching, waar Maha Karuna Chan op gebaseerd is, toch heel anders is dan het Chinese boeddhisme in China. De oecumenische spirit van Teh Ching, die een ‘boeddhayana’ nastreefde waarin theravada en mahayana gezamenlijk zouden kunnen optrekken (vandaar ook zijn theravada-naam Jinarakkhita), is toch anders dan het veel meer traditioneel gerichte Chinese boeddhisme.

Nieuwe religieuze bewegingen

Vanuit religiewetenschappelijk oogpunt kan het nieuwe Chinese boeddhisme wellicht ook worden beschouwd als onderdeel van de 'nieuwe religieuze bewegingen'. Veel van de monniken in Longquan zijn dertigers. Vaak zijn ze hoogopgeleid. Hun seculiere wetenschappelijke opleiding gaf hen niet de antwoorden op de levensvragen die hen kwelden. De charismatische abt Xuecheng biedt hen een plek in een nieuwe religieuze beweging, die bovendien nog eens geworteld is in een authentieke Chinese culturele traditie.

Abt Xuecheng
Wat moeten wij als westerlingen vinden van het Chinese boeddhisme? De romantici die naar China willen afreizen om daar authentieke Chinese chanmeesters te ontmoeten zullen waarschijnlijk teleurgesteld worden. Het Chinese boeddhisme is door en door modern. In de boekwinkel van het klooster Longquan vond ik niet de klassieke koanverzamelingen Wumenguan (De poortloze poort) en Biyanlu (Verhalen van de blauwe rots). Wel zag ik er The Miracle of Mindfulness van Thich Nhat Hanh, en aanverwante publicaties.

Kijk in de spiegel

Moeten we concluderen dat het Chinese staatsboeddhisme onvermijdelijk onzuiver zal zijn en compromissen zal moeten sluiten met de overheid? Niet noodzakelijkerwijs. Niet alleen is het Chinese boeddhisme door de eeuwen heen niet anders dan een staatsboeddhisme geweest, ook is het voor de Chinezen zelf volstrekt vanzelfsprekend dat politiek voor religie gaat. Het boeddhisme krijgt binnen iedere cultuur zijn eigen kleur, ook binnen de Chinese cultuur.

Wat dat betreft is de kennismaking met het Chinese boeddhisme een herinnering voor ons dat het ‘ware boeddhisme’ een wensdroom is die in iedere cultuur op een eigen wijze gestalte krijgt. In de spiegel van het Chinese boeddhisme, en de ‘onzuiverheden’ die we daar menen aan te treffen, kunnen we onze eigen aannames ontwaren over wat het boeddhisme ‘zuiver’ en ‘authentiek’ maakt.

In dat opzicht kan de interculturele dialoog binnen het boeddhisme een ontnuchterende ervaring zijn die onze ideeën over wat boeddhisme inhoudt op losse schroeven kan zetten. – Wacht even, is dat niet precies wat veel boeddhistische soetra’s ons voortdurend proberen te vertellen?  

André van der Braak is bijzonder hoogleraar boeddhistische filosofie aan de VU en leraar bij Maha Karuna Chan.

Bron
A. van der Braak. ‘Boeddhisme booming in China’, in: Magazine VvB, Lente 2013






Terug naar Artikelen