Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 21 juni 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

‘Verdoe uw leven niet’

Een portret van zenleraar Frank De Waele

Kees Moerbeek


'Geboorte en dood zijn van het allerhoogste belang. Snel vervliet de tijd en kansen gaan voorbij. Laat ons ontwaken, ontwaken. Wees altijd gewaar. Verdoe uw leven niet!' Dogen Zenji (1200 – 1253)




an de Gentse Elyzeese Velden is de Zen Sangha gevestigd van zenleraar Frank De Waele Sensei. In 2009 had ik hem geïnterviewd voor De Lotusvijver. Zijn toewijding aan de Dharma en inzet vielen me op. In april bezocht ik Frank weer en sprak met hem over wat hem inspireert.

Uit wat voor gezin kom je?
Zendo Zen Sangha Gent
Mijn ouders waren kleermakers op het katholieke platteland tussen Kortrijk en Gent. Ik had twee zussen en twee broers. Als kind ging ik graag mee naar de kerk en was al jong misdienaar. De mis was nog in het Latijn. Ik genoot van de liturgie en de sfeer. In de kerk voelde ik me thuis.

Ik was soms ongelukkig al wist ik niet waarom. Op een dag was ik alleen op zolder gaan zitten, zoals vaker. Toen ik de trap afliep, zag ik in het felle zonlicht door het raam de tuin en het was of het heldere licht me doordrong met onmetelijke liefde. En met het gevoel dat alles goed was. In mijn vroege tienerjaren verdorde dit gevoel van verbinding. Ook door wat ik las en zag, nam ik afstand van het geloof en de kerk. Ik herinner me een lied van John Lennon, de woorden sloegen in als een bom. ‘God is a concept by which we measure our pain …’ Op mijn vijftiende zette ik er een streep onder. Ik had me laten meeslepen door een kinderlijke fantasie, besloot ik. In tekenen en schilderen vond ik soelaas.

Hoe kwam je in aanraking met boeddhisme en wat deed je vervolgens?

Op mijn achttiende koos ik voor de kunstacademie. De vrijheid van de kunstenaar en de stilte van het atelier trokken me aan.

Op een dag zag ik op het groene gras een zwarte merel. Ik keek naar de merel en het leek of ik die merel was. Mijn waarneming was op een vreemde manier wederkerig en tijdloos. Toen begon ik intensief mijn manier van schilderen en mijn waarneming te onderzoeken. Ik las de Lettre du Voyant (Brief van de ziener, red.) van Rimbaud over het ontregelen van de zintuigen. Dat heb ik uitgeprobeerd, zonder resultaat . Ook kreeg ik een dagboek in handen van Krishnamurti met natuurimpressies. Omdat ik me daaraan verwant voelde, las ik meer van hem.

Soms had ik het ook psychisch moeilijk. Ik wist werkelijk niet wat ik met mijn leven aan moest en klampte me vast aan het kunstenaarschap. Ik begon met psychotherapie. Maar hoe meer ik zocht, hoe minder er in mijn leven klopte. In 1986 las ik Siddhartha van Herman Hesse. Een openbaring: ‘Dit zijn mijn vragen.’ Daarop ben ik naar een zengroep gegaan. Toen de gong klonk, werd het stil, ook van binnen. Een zacht-juichend gevoel kwam op. ‘Dit is het! Gewoon niets doen. En het mag!’ Ik heb later altijd veel goesting in zitten gehad.

Aanvankelijk ging ik naar een zengroep van meester Deshimaru in Leuven, vanaf 1988 ook naar Ton Lathouwers. Ik heb veel aan Ton te danken. In 1991 las ik Zitten en de praktijk van zen van Nico Tydeman. Ik heb Nico gebeld en hij nodigde me uit voor een retraite in Frankrijk met zijn dharmazuster Catherine Genno Pagès. Ik was diep onder de indruk, maar vooral gebeurde er iets in het contact met deze Franse zenlerares.
In 1994 besloot je naar Parijs te gaan?
Dana sangha Parijs
Ik gaf les aan de Academie Beeldende Kunst in Leuven. In september 1994 vertrok ik naar Parijs met sabbatsjaar. Uiteindelijk heb ik acht jaar bij Genno roshi gewoond, gewerkt en gemediteerd. ’s Ochtends van zeven tot negen uur was er zazen en ’s avonds van acht tot tien. Overdag waren we vrij, maar we moesten wel in het huis werken, tuinieren of schoonmaken. Soms moest ik bijklussen om in mijn levensonderhoud te voorzien. We waren met vier beoefenaars.

Je bent toen sensei geworden?

Neen, dat was pas na mijn verblijf in Parijs. Toen ik Genno roshi de eerste jaren bezig zag wilde ik dat, maar twijfelde aan mijn capaciteiten. Na enkele jaren Parijs werd ik voor de keuze gesteld: terugkeren naar België of mijn vaste aanstelling opgeven. Ik lag er wakker van, maar ik had mezelf voor dat blok gezet. Uiteindelijk liet ik mijn aanstelling aan de academie varen. Naar mijn gevoel ben ik toen pas echt aan mijn zenbeoefening begonnen.

In die tijd heb ik Bernie Glassman leren kennen, die geregeld met zijn Peacemakers naar Parijs kwam. Dat was een interessant gegeven, want ik was een vrouwelijke leraar gewend. Van hem heb ik geleerd om meer in mijn eigen kracht te komen en werkelijk alle delen van mijn leven te durven erkennen.

Maar geleidelijk aan kwam ik steeds meer in de knoei met mijn zenpraktijk. Ergens diep van binnen wist ik dat ik er nog niet uit was. Ik had veel geïnvesteerd, maar moest toegeven dat niets echt opgelost was. Weliswaar was ik rustiger en had ik veel over zen geleerd, maar nog steeds was er die oude existentiële onrust en angst. Mijn zenpraktijk had ik in feite gebruikt om het leven uit de weg te gaan.

Ik raakte uitgeput en voelde me opgebrand. Alle geloof of vertrouwen in mezelf stierf weg. Er was alleen nog wanhoop, die steeds angstwekkender en uitzichtlozer werd. Op den duur kon ik nog amper functioneren. Uiteindelijk ben ik die duisternis helemaal ingegaan. En … er gebeurde niets dat ik vreesde! Er was iets verschoven en een paar dagen lang liep ik rond zonder te weten wat er nu eigenlijk veranderd was. De duisternis was verdwenen, maar de mist was nog niet opgetrokken…

In dit niemandsland welde er plotseling iets in me op. Het gebeurde toen ik van de bakker kwam en over straat liep. Het was niets mystieks, maar het zuivere besef van de evidentie van mijn leven en de bereidheid dit leven te leven. Achteraf bleek dit de omslag. Enkele jaren later, na acht jaar, wilde ik terug naar België.
Het was maar de vraag of het zou lukken ...

Precies, in 2002 zat hier niemand te wachten op Frank De Waele en ik had geen geld, inkomen of zentitel. Onder de supervisie van mijn lerares, begon ik een zengroep te begeleiden in Gent en in Antwerpen. Er was belangstelling en er kwamen mensen.


'Genno roshi (midden) met v.l.n.r. haar opvolgers Corinne sensei, Michel sensei, Amy sensei en Frank sensei' (foto: Harry Aaldering)
In 2005 ontving ik dharmatransmissie van mijn zenlerares. In mijn zenlijn is Catherine Genno Pagès roshi de eerste vrouw. Zenspiritualiteit en meditatie is op een bepaalde manier een feminiene beleving: receptief zijn, niet-toeëigenend en niet-doelgericht, wu-wei. In de Westerse zen herleeft de rol en de structuur van de sangha, van de lekenpraktijk en van de relatie tot de leraar. Maar bovenal raakt in deze praktijk de inbreng van vrouwelijke zenbeoefenaars steeds meer geïntegreerd. Een tijd geleden waren er in het Westen zelfs meer vrouwelijke dan mannelijke boeddhistische leraren. Het werken met destructieve en andere moeilijke gevoelens, waarvoor nu veel aandacht bestaat, heeft bijvoorbeeld te maken met het feminiene. In de Japanse zen had en heeft het werken met emoties geen belangrijke plaats, maar in het Westen komt het psychologisch-emotionele steeds meer aan bod.

Het is mijn overtuiging dat de praktijk van vrouwen heeft geleid tot een soort herijking van de zenspiritualiteit. ‘Het is niet langer ‘of dit of dat’, maar ‘én dit én dat’. Het is als een rivier, de bedding en de stroming zijn allebei nodig!’ Na de dharmatransmissie heeft Genno roshi me veel ruimte gegeven, maar ze was altijd beschikbaar.

In het begin heb ik gewerkt aan het opbouwen van een netwerk van groepen. Dit had ik van Ton Lathouwers gezien. Hij had verschillende lokale zitgroepen en ‘bediende’ deze lekengroepen persoonlijk. In plaats van in een zencentrum te wachten tot de zenbeoefenaars naar hem kwamen, is hij naar hun toegegaan.

Wat zijn je basiswerkzaamheden als zenleraar?

Mijn kerntaak is het spiritueel begeleiden van de zenpraktijk van de beoefenaars, dit wil zeggen: begeleiding van de meditatie en van de retraites, persoonlijke gesprekken (daisan), dharmaonderricht (teisho) en samen werken. Ook belangrijk zijn pastoraal werk (ziekenbezoek) en de priesterlijke functies, zoals geloften en begrafenissen. Er is persoonlijke studie en ook een stukje administratief werk. Het meest wezenlijke van mijn werk, denk ik, bestaat erin om zelf op een waarachtige manier de Dharma te belichamen.

Sinds enige tijd zijn we geaffilieerd lid van de Zen Peacemakers Sangha. Vrijwilligerswerk is onderdeel geworden van onze zenpraktijk. Daar heb ik niet bewust naar toegewerkt, maar het ontstond spontaan. Het palliatieve werk bijvoorbeeld begon vanzelf met een boeddhistische begrafenis van iemand buiten de sangha. Ik heb enkele keren de zieke en zijn familie bezocht en we hebben samen de begrafenis voorbereid. Daarna bleek in de sangha dat een tiental mensen ook met palliatieve zorg bezig waren. Deze groep vrijwilligers brachten we bij elkaar en van daaruit is het palliatieve zorgproject van Zen Sangha ontstaan. Waar ik blij mee ben, is dat het geen idee van bovenaf was, maar leefde aan de basis en zich toonde.

Het pastoraal werk heeft een grote invloed op mijn lesgeven. Het contact met zieken maakte me zachter, geloof ik. Ik leerde meer te luisteren en minder verwachtingen en ideeën te hebben over hoe iemand zen moet beoefenen. Ik besef nu ook dat ik niet voor iedereen een leraar kan en hoef te zijn. Mensen groeien echt op hun zenpad. Ik heb geleerd dat je zoiets niet kunt sturen of afdwingen. Dan gebeuren de mooiste dingen. Nu ben ik als leraar meer tevreden dan in de eerste jaren en is er minder nodeloos energieverlies. Mensen komen en gaan en soms is dat vertrek pijnlijk. Soms kun je mensen niet helpen. Maar ook dat leren te vertrouwen, was een bekrachtigende leerervaring.


Vier geloften

Hoe talloos de levende wezens ook zijn,
ik beloof ze allen te bevrijden.

Hoe peilloos de oorzaak van lijden ook is,
ik beloof haar geheel te verwijderen.

Hoe grenzeloos de werkelijkheid ook is,
ik beloof haar te zien.

Hoe eindeloos de weg van ontwaken ook is,
ik beloof hem ten einde te gaan.





Mijn verbondenheid met Catherine Genno Pagès heeft zich met de jaren verdiept, hoewel ik misschien weggeëvolueerd ben van haar manier van werken. Ja, ik ben haar dankbaar. Zij was er op precies de juiste momenten. We hebben ook onze moeilijke momenten gehad, vergis je niet. In de meeste niet-dualistische tradities is de relatie leraar/student doorslaggevend. Ook in zen is er niet-iets te leren en is de weg er een van geen-methode. De wederzijdse relatie tussen leraar en student is de drager en de toetssteen voor het persoonlijke spirituele werk. Voor geen van beiden is het vrijblijvend. Integendeel, het is eigen aan een gezonde leraar-studentverhouding om elkaar blijvend te (laten) bevragen en wederzijds te verifiëren. Dat is prachtig om te beleven.  

Bronnen
John Lennon - God






Terug naar Artikelen