Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 16 oktober 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Het laatste woord

Interview met Jacqueline Stone

Andrew Cooper

acqueline Stone is hoogleraar Japanse Religies aan de Princeton Universiteit. Zij is gespecialiseerd in boeddhisme in de Japanse middeleeuwen, een periode van bijzonder belang voor het bestuderen van de Lotus soetra. Deze soetra was toen als vooraanstaande tekst stevig verankerd in de boeddhistische cultuur en heeft nog steeds grote invloed.

Andrew Cooper interviewde Stone in september 2005. Het interview werd gepubliceerd in het voorjaarsnummer 2006 van Tricycle. Jelle Seidel vertaalde en bewerkte dit interview.

Lotus soetra
Waar gaat de Lotus soetra over?

Over veel zaken: hoe te luisteren naar de soetra, hoe de soetra te onderwijzen en erover te preken, wie het onderricht over de soetra aanhoorden, wat er gebeurde vóór dat onderricht, waarom de soetra zo belangrijk is, hoe hij in het verleden werd onderwezen, wat er in de toekomst zal gebeuren met hen die hem hoorden, enzovoorts. De soetra leest als een extravagante inleiding op een gebeurtenis die nooit lijkt te komen. Sommige geleerden zien dat als de kern; ik denk dat het klopt. Als we ons beperken tot het lezen van de soetra en latere interpretaties laten voor wat ze zijn, dan wordt duidelijk dat de soetra vers na vers zijn eigen gezag vestigt. Bijvoorbeeld: in het begin komt de Boeddha uit meditatie en begint spontaan te preken; niet, zoals gebruikelijk is, in antwoord op een vraag. Hij zegt dat hij spoedig voorgoed het Nirvana zal bereiken, en dat hij daarom nu de ware en onovertroffen dharma zal gaan preken. De tekst suggereert dat dit niet alleen de laatste lering van Shakyamuni Boeddha is – de historische Boeddha –, maar ook de laatste lering van alle boeddha's voordat zij het Nirvana betreden. Het is, met andere woorden, het laatste woord over boeddhisme.

De soetra presenteert zich ook als zeer bijzonder en zeldzaam. Hij is moeilijk toegankelijk, moeilijk te geloven, moeilijk te begrijpen, moeilijk te preken. Dus de Lotus soetra bevatten is zelfs moeilijker dan het verrichten van de meest verbijsterende bovennatuurlijke prestaties. Het geschrift wordt vergeleken met het lichaam van de Boeddha; dus met deze soetra heb je het lichaam van de Boeddha zelf in handen. We kennen de bedoelingen van de samenstellers van de soetra niet, maar je zou dit kunnen begrijpen als de stelling dat de soetra niet over de dharma gaat, maar de dharma is. Het is de belichaming van ultieme waarheid. Zo werd de soetra zeker gezien, althans in Oost-Azië.
Wat zijn de centrale ideeën?

Een van de centrale ideeën in de soetra is dat de Boeddha sommigen het zogeheten hinayana – 'kleine voertuig' – onderwees, en anderen bij wijze van vaardig middel het mahayana, het 'grote voertuig'. Hij zou zijn leringen aanpassen aan de begripsvermogens van zijn luisteraars. In werkelijkheid zegt de soetra echter dat er maar één voertuig is, en dat gaat de Boeddha nu uiteenzetten. Maar de inhoud van dit Ene Voertuig wordt nooit expliciet gemaakt.

In dit opzicht bevat de Lotus soetra geen scherp geformuleerde leerstelligheid. Precies om deze reden kan de soetra op enorm veel manieren begrepen worden. Latere commentatoren zagen de soetra als een illustratie van de relatie tussen het Ene Voertuig en de grote diversiteit aan soms tegenstrijdige doctrines in de boeddhistische traditie. De verschillende doctrines hebben ieder hun eigen waarde als vaardige middelen; ze leiden noodzakelijk tot het inzicht van de Boeddha, maar ze vormen op zichzelf genomen niet het totale inzicht. Aangezien verlichting boven woorden en begrippen uitgaat, is iedere leer relatief en onvolkomen, en daarom wordt het Ene Voertuig nooit in woorden geformuleerd. Volgens deze lezing gaat de soetra niet over iets specifieks, maar is de tekst een directe uitdrukking van de feitelijke werking van de leringen van de Boeddha: het boeddhisme als pedagogisch systeem. Dit is een inclusieve manier van lezen: iedere leer of praktijk kan gezien worden als 'vaardig middel', leidend tot verlichting. Andere manieren van lezen zijn exclusief: zij identificeren het Ene Voertuig met een bepaalde leer die superieur is aan alle andere.

De fantastische gebeurtenissen in de soetra zullen de moderne lezer voorkomen als vanzelfsprekend mythisch. Maar voor de traditionele commentaren lijkt de soetra historisch en letterlijk waar. Met andere woorden: werden deze gebeurtenissen begrepen als dingen die werkelijk gebeurden of als metaforen? Traditionele commentaren drukten zich zo niet uit, maar er zijn wel interpretaties die zo zouden kunnen worden gezien. Er zijn commentatoren die duidelijk onderscheiden tussen een symbolische en een letterlijke benadering. Maar die zijn wel allebei waar. Daarin verschillen ze van moderne lezers. Voor hen versterkt de validiteit van het ene perspectief die van het andere.
Gierenpiek
Het middendeel van de soetra beschrijft bijvoorbeeld twee Boeddha's, Shakyamuni en 'Vele Juwelen', naast elkaar gezeten in een met juwelen versierde stupa – een schrijn of heilig monument –, die in de lucht boven de Gierenpiek zweeft. En dat niet alleen: de gehele bijeenkomst zweeft mee. In de traditionele commentaren wordt deze episode soms absoluut als een werkelijke gebeurtenis behandeld. Maar daarnaast zijn er commentaren – soms in dezelfde tekst – die dit als overdrachtelijk zien. Je zou kunnen zeggen: een stupa die vanuit de grond in de lucht oprijst, staat voor de beoefenaar die de onwetendheid doorbreekt en verblijft in de opperste leegte. Of de bijeenkomst kan worden gezien als de verlichte kosmos, de werkelijkheid gezien door een boeddha. Sommigen beweren dat de bijeenkomst nooit ontbonden wordt, juist omdat het de verlichte werkelijkheid van de Boeddha is. Door geloof of meditatie kan iedereen daar deel van uitmaken, aanwezig zijn.
Hoe werkt de Lotus soetra door in het Westen?

Ik vind het treffend hoe diepgaand – al is dat vaak onzichtbaar – de Lotus soetra de boeddhistische beoefening in het Westen beïnvloed heeft. Jan Nattier (schrijver van A Greater Awakening) stelt dat veel van de karakteristieken van het mahayana-boeddhisme – alomvattendheid, openheid en het gelijkheidsbeginsel – hoofdzakelijk en specifiek terug te voeren zijn op de Lotus soetra en de daarmee verbonden tradities. Op welke manier? De Lotus soetra staat duidelijk op de eerste plaats in twee tradities: de T'ien T'ai (Tendai in Japan) school en de school van Nichiren. Maar de soetra heeft een doorslaggevende en diepgaande invloed gehad op het boeddhistische denken en doen in alle sociale lagen, de boeddhistische cultuur van heel Oost-Azië. De leerstellige en meditatieve systemen, de parabels en de beelden uit de soetra hebben tot in de huidige tijd rituele vormen, kunst en literatuur beïnvloed.
Waarom verscheen de Boeddha in de wereld?

Als we een aantal centrale denkbeelden in de soetra nader bezien, begrijpen we de invloed ervan beter. Neem de notie van het universele boeddhaschap. De soetra stelt dat het boeddhaschap de uiteindelijke bestemming is van alle wezens. Daarom verscheen de Boeddha in de wereld, namelijk om alle wezens in staat te stellen om boeddha te worden zoals hijzelf. En de belofte van boeddhaschap komt expliciet ook toe aan diegenen die in de traditionele visie sterke karmische obstakels kenden, zoals kwaadplegers en – zo werd gezegd - vrouwen.

Met het universele boeddhaschap hangt nauw het idee van het Ene Voertuig samen. Het inzicht dat al het onderricht van de Boeddha – ongeacht evidente verschillen en contradicties – voortkomt uit één en dezelfde intentie is van zeer diepgaande invloed geweest.

En dan is er de notie van de voorhistorische of eeuwige Boeddha. De tweede helft van de Lotus soetra bevat een radicaal herzien beeld van de Boeddha, niet als een historische figuur die leefde en onderwees in India, maar als een Boeddha die de verlichting al een ontelbaar lange tijd geleden bereikte. Deze Boeddha zou als leraar en leider altijd aanwezig zijn in de wereld. Sommige mahayanateksten leggen uit dat de Boeddha 'altijd aanwezig' is als een alles doordringende 'dharmakaya' of 'dharma lichaam', waarheid zonder vorm. Feitelijk verandert de Lotus soetra de Boeddha in een volledig gerealiseerde Bodhisattva die ten behoeve van lijdende wezens permanent actief is in de wereld.
Dharmakaya State I and II, Jacquard tapestry
Is de dharma op zijn retour?

De Lotus soetra is ook ten zeerste verbonden met het idee dat de dharma op zijn retour is, een idee waarmee veel westerse boeddhisten onbekend zijn. Nadat Shakyamuni – de historische Boeddha - voorgoed het Nirvana bereikt had, zou het boeddhisme verscheidene fasen van neergang meemaken, waarvan de laatste het ontaarde tijdperk was van de eindtijd van de dharma, in het Japans 'mappo' geheten. Deze periode wordt geschat op 10.000 jaar. Dit idee ondersteunde de notie dat de beoefening in overeenstemming moet zijn met de plaatselijke en tijdsomstandigheden. Ook inspireerde het tot nieuwe gedachten over de mogelijkheid van verlichting, zelfs in de meest decadente tijden. Boeddhisten in middeleeuws Japan zagen hun eigen tijdsgewricht in het algemeen als het begin van mappo.

Japanse tradities als zenboeddhisme, Zuivere Land-boeddhisme en Nichiren-boeddhisme, allemaal met veel volgelingen in het Westen, hebben hun wortels in middeleeuws Japan, een periode waarin de Lotus soetra niet toevallig de voornaamste boeddhistische tekst is. Specifiek de Kamakura-periode, van 1185 tot 1333, is een vruchtbaar moment in de geschiedenis van het Japanse boeddhisme. De stichters van deze drie tradities – Esai en Dogen voor de zen, Honen en Shinran voor het Zuivere Land, en Nichiren —leefden allemaal in deze periode, en waren geworteld in dezelfde boeddhistische cultuur. Om precies te zijn, ze begonnen allen als monniken in de Tendai traditie op de berg Hiei, en dat was van beslissende betekenis voor hen allemaal. Hoewel beoefenaars onderling dikwijls weinig overeenkomsten zien tussen deze tradities, zijn er wel degelijk belangrijke overeenkomsten.
Waarom één unieke beoefening?

De meest opvallende overeenkomst is dat ze allemaal ontstaan zijn als bewegingen met één unieke beoefening. Uit de vele vormen van boeddhistische beoefening kiezen ze er één als de meest universele en effectieve. Voor Nichiren-boeddhisten is dat het zingen van de titel van de Lotus soetra, Namu-myoho-renge-kyo, de daimoku. Voor zenboeddhisten, in het bijzonder die uit Eihei Dogens Soto-school, is dat het beoefenen van zazen, zitmeditatie. Voor Zuivere Land-boeddhisten is dat het reciteren van de nembutsu, de naam van Amida Boeddha, Namu Amida Butsu. Deze tradities zijn het erover eens dat één vorm van beoefening de meest effectieve is, maar ze zijn het oneens over welke vorm dat is.

Het idee van één bijzondere effectieve vorm van beoefening lijkt in tegenspraak met de nadruk die de Lotus soetra legt op de vele manieren die er zijn om verlichting te bereiken. Hoe ontwikkelde de logica van de ene weg zich dan, en waarom sloeg dat idee aan? Inclusiviteit is een bepalende trek van het Tendai boeddhisme en iedereen was het er toen over eens dat alle boeddhistische leren hun waarde hebben, afhankelijk van de capaciteiten van individuele beoefenaars. Dus het tot unieke methode verheffen van een afzonderlijke vorm, en het poneren dat deze een unieke status en geschiktheid had voor iedereen was echt een enorme uitdaging aan het adres van de religieuze status quo. Ik heb sterke vermoedens dat de logica van de ene vorm deels voortkomt uit het selectief lezen van wat er in de Lotus soetra staat over het Ene Voertuig. Voor Nichiren, Honen en Shinran, maar niet voor Dogen, was de ene vorm ook verbonden met 'mappo'.
Honen Shonin
Honen was de eerste die duidelijk een visie op één unieke beoefening formuleerde. Hij maakte zich grote zorgen over manier waarop de gewone, aan beperkingen onderhavige mens kon omgaan met de eindtijd van de dharma. De leer van het Zuivere Land, die al eeuwen bestond, was dat men door het reciteren van de nembutsu, de naam van Amida Boeddha, wedergeboorte in diens Zuivere Land kon bereiken, en dat daarna volledige verlichting vaststond. Het was maar één van de vele vormen van beoefening, dus iedereen kon Amida's naam aanroepen: Tendai boeddhisten, Vajrayana boeddhisten, enzovoorts. Toen Honen er voor Zuivere Land de unieke beoefening van maakte, kwam er in feite van alle kanten kritiek.

Voor Honen was het reciteren van de nembutsu bij uitstek geschikt voor het ontaarde tijdperk waarin hij leefde: iedereen kon het doen. Als wedergeboorte in het Zuivere Land afhing van het opbouwen van verdienste door tempels financieel te ondersteunen, zei hij, dan konden rijke mensen het Zuivere Land bereiken, maar arme niet. Terwijl de armen talrijk zijn en de rijken niet. Als het afhing van kennis van de boeddhistische leer, dan konden de geletterden wedergeboren worden, maar ongeletterden niet. Terwijl de ongeletterden talrijk zijn en de geletterden niet. Als het afhing van het volgen van de geboden, dan konden de deugdzamen herboren worden en de ondeugdzamen niet, enzovoort. Aangezien in de geschriften staat dat Amida Boeddha allen die in hem geloven naar het Zuivere Land zou leiden, moet er een unieke beoefening zijn – namelijk de nembutsu – die voor iedereen geschikt en beschikbaar is.

Honens leerling Shinran bouwde voort op de leringen van zijn meester, in het bijzonder door te benadrukken dat het loslaten van egocentrische verwachtingen over het boeken van spirituele vooruitgang door eigen inspanningen belangrijk is, juist door je toe te vertrouwen aan Amida's mededogen. Voor Shinran was het reciteren van de nembutsu een uitdrukking van dankbaarheid, niet iets dat je doet uit effectbejag.

Die unieke beoefeningsweg sloot niet altijd andere vormen van beoefening uit, maar die werden alleen gezien als ondersteunend voor de centrale beoefening, of dat nu de nembutsu, de daimoku of zazen was. Hoewel tradities met één unieke beoefening zichzelf zien als van elkaar fundamenteel verschillend, hebben ze allen dezelfde structuur.
Waarom was Nichiren van bijzondere betekenis?

De Lotus soetra – met zijn idee van de Ene Weg – mag dan van grote invloed zijn geweest op de grote namen uit de Kamakura-tijd, Dogen, Shinran, and Honen, Nichiren heeft de soetra naar een hoger niveau getild. Nichiren bleef dichter bij Tendai dan de andere drie, en zijn leer belichaamt veel opvattingen over de Lotus soetra uit de Tendai traditie. Hij zag de soetra als het opperste boeddhistische onderricht en beschouwde alle andere leren als provisorisch. Hij verkondigde de stelling dat de Boeddha van de Lotus soetra de enige ware Boeddha is, en dat alle andere louter tijdelijke verschijningsvormen van deze primaire Boeddha zijn. Dit spoort met de Tendai traditie.

Maar er zijn ook grote verschillen. Om Nichiren te begrijpen is het belangrijk om zijn grote gevoel voor het historische moment te onderkennen, zijn gevoel dat hij leefde in het ontaarde tijdperk van de eindtijd van de dharma. Hij probeerde in boeddhistische termen vat te krijgen op de oorzaken van de veelvuldige natuurrampen, politieke omwentelingen en andere bedreigingen voor de Japanse maatschappij. Hij trok de conclusie dat deze niet alleen symptomatisch waren voor 'mappo', maar ook voortkwamen uit de verwaarlozing en zelfs verwerping van het bijzondere belang van de Lotus soetra door zijn tijdgenoten.

Nichiren geloofde dat alleen de Lotus soetra de mensen in zijn ontaarde tijd tot verlichting kon brengen. In vroeger tijden waren andere soetra's misschien geschikt, maar dat was in zijn tijd niet meer het geval. Alleen de Lotus soetra was krachtig, waar en volkomen genoeg om iedereen Boeddha te maken, en het was de verantwoordelijkheid van waarlijk boeddhistische leraren om dit zware geschut zogezegd in stelling te brengen.

Nichiren verbond geloof in de Lotus soetra met een aparte vorm van beoefening, namelijk het zingen van de daimoku. Hij geloofde dat de daimoku de essentie van Boeddha's totale verlichting bevatte, en dat deze spontaan zou worden overgebracht op waarachtige beoefenaar. Nichiren was niet de eerste die de betekenis van de daimoku onderwees, maar niemand voor hem had de daimoku zo'n hoge status gegeven of het zingen ervan (chanting) zo'n degelijke leerstellige betekenis.

Nichiren gebruikte uitvoerig Tendai formuleringen om de klassieke inzichten van het mahayana-boeddhisme over non-dualiteit tot uitdrukking te brengen, maar in plaats van de complexe Tendai meditatietechnieken onderwees hij het zingen van de daimoku als de manier om deze te realiseren. Nichirens genie was bovenal dat hij de meest subtiele en diepe begrippen uit de Tendai-leer kon omsmelten tot een vorm van beoefening die toegankelijk was voor iedereen.

Nichiren zag geloof in de Lotus soetra en het zingen van de daimoku als iets exclusiefs. Maar deze beoefening had volgens hem wel alomvattende effecten. Het zingen van de daimoku leidt tot alle goede dingen die religie in middeleeuws Japan werd geacht te brengen: realisatie van het boeddhaschap, gezondheid, praktische voordelen, een leven na de dood, enzovoort.
Nichiren
Houtsnede Utagawa Kuniyoshi
Materieel gewin door chanting?

Hiermee raken we aan een aspect van het Nichiren-boeddhisme dat veel mensen uitermate intrigeert. De eerste Nichiren boeddhist die ik lang geleden hoorde, legde in zijn toespraak de nadruk op twee dingen: de daimoku is de enige waardevolle vorm van boeddhistische beoefening, en chanting is een effectieve manier om te krijgen wat je wilt, zoals een nieuwe auto, veel geld, een vriendin, ga maar door. Het leek me nogal grof. Zelfs na al die tijd vind ik het nog steeds verdacht en blijf ik op mijn hoede, ook al heb ik ingezien dat de zaak veel ingewikkelder is dan ik eerst dacht. Niet zozeer omdat chanting zorgt dat je dingen verkrijgt, maar omdat het leidt tot de vervulling van alle goede doelen. Bedenk dat bidden om materieel gewin – gezondheid, welvaart, bescherming van het land – heel gewoon was in de boeddhistische traditie, en dat het stevig gefundeerd is in boeddhistische teksten. De Lotus soetra, slechts één voorbeeld, belooft zijn beoefenaars uiteindelijk het boeddhaschap, maar geeft ook de garantie dat deze niets tekort zullen komen op het vlak van voedsel en kleding. Historisch gezien hebben de meeste boeddhisten materiële voordelen altijd gezien als de consequentie van spirituele verworvenheden, inclusief het boeddhaschap. Het Nichiren-boeddhisme is hierop geen uitzondering.

Voor Nichiren-boeddhisten is geloof in de Lotus soetra een uitdrukking van de boeddhanatuur. Dat doet denken aan Dogens leer dat zazen een uitdrukking is van de boeddhanatuur. Gewone mensen komen zo tot wijsheid. Dit kan 'bekeerde' boeddhisten in het Westen vreemd en zelfs niet-boeddhistisch voorkomen, maar het is wel de manier waarop boeddhisme traditioneel in praktijk werd gebracht.
Boeddhistisch modernisme?

Het academische begrip 'boeddhistisch modernisme' komt neer op het presenteren van boeddhisme als rationeel, empirisch, wars van ritueel, geloof, gebed, en alles dat de moderne mens verder als bijgeloof ziet. Het boeddhistisch modernisme begon aan het einde van de negentiende eeuw, toen Aziatische boeddhistische leiders en westerse bekeerlingen en sympathisanten boeddhisme presenteerden als het antwoord op de veronderstelde strijdigheid van het christendom en het moderne wetenschappelijke wereldbeeld. Daarom werden bepaalde elementen uit de grotere religieuze context gelicht en gepresenteerd als de kern van de boeddhistische leer, en andere elementen – die altijd deel hadden uitgemaakt van de levende traditie – gemarginaliseerd.

Het boeddhistische modernisme is niet fout, begrijp me goed. Het is een uitdrukking van de capaciteit van het boeddhisme om zich steeds weer, overal en altijd, inhoudelijk aan te passen aan de eisen van plaats en tijd. Het modernisme doet dus hetzelfde als wat Dogen, Nichiren, Honen, en Shinran deden. Maar het gaat, net als andere pogingen tot herinterpretatie, beperkt en selectief met de traditie om. Misschien is de Lotus soetra in deze tijd daarom bijzonder belangrijk. De grootsheid van deze soetra – zijn visie, invloed, openheid voor interpretatie – kan hedendaagse boeddhisten zeer behulpzaam zijn. Bestudeer hem, zie de Lotus soetra in zijn historische context, en we zien wat echt onderscheidend is in onze eigen scholen en wat de voorheen onbekende maar gemeenschappelijke grond is waarop wij staan.  
Bronnen

A. Cooper. The Final Word: An Interview with Jacqueline Stone. Tricycle, Spring 2006

J. Stone. Original Enlightenment and the Transformation of Medieval Japanese Buddhism. Honolulu: University of Hawai'i Press, 1999. (Kuroda Institute Studies in East Asian Buddhism 12.)
Dit boek kreeg in 2001 de American Academy of Religion Award for Excellence in de categorie historisch onderzoek.





Terug naar Artikelen