Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 23 maart 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Dharma te koop?

Interview met Mu Soeng

In het winternummer 2005 van het blad Tricycle stond een interview van schrijver/journalist Tracy Crochan met Mu Soeng, voorheen directeur van het Barre Center for Buddhist Studies in Massachusetts (VS). Het ging over de houding van Amerikaanse boeddhistische leraren tegenover het Amerikaanse grootkapitalisme en de heersende consumentencultuur. Het gespreksonderwerp, boeddhisme als consumptieartikel, is onverminderd actueel. Hier volgt een bewerking van het interview. (JS)

Mu Soeng
u Soeng is gevormd door de Koreaanse zentraditie; hij was elf jaar monnik. Hij schreef poëtische en diepgaande commentaren op de Hartsoetra, de Diamantsoetra en het geliefde zeventiende-eeuwse Chinese gedicht Hsin Hsin Ming (De Grote Weg; verzen over de geest van vertrouwen). Hij schreef over de revolutionaire geest in het vroege boeddhisme in India en de VS, toen de praktijk van het boeddhisme nog een niet in geld te waarderen heilige en subversieve zaak was.

Hij vroeg zich af hoe de oude man uit de Plaatjes van de os, een traditionele gids voor mensen op weg naar verlichting, zich zou gedragen in een drukke winkelstraat in Manhattan, te midden van een veelheid aan consumentenverleidingen. De man keert na zijn zoektocht met lege handen terug naar de marktplaats. Wat betekent dat in deze tijd van roofzuchtige hebzucht?

U hebt gezegd dat boeddhisten, en in het bijzonder leraren, als ze boven alles de waarheid willen spreken, niet anders dan buitenstaanders kunnen zijn. En u vindt dat boeddhistische gemeenschappen in de VS in staat van verval verkeren. Hoe bedoelt u dat?

Ik heb geprobeerd te zeggen dat er maar weinig leraren zijn die het over 'bevrijding' hebben. Op de meeste plaatsen wordt boeddhisme gebracht als consumptieartikel. Leraren opereren op de markt, net als iedereen. Ze kennen het spel van de markt en ze willen dat meespelen, onbewust of niet. Velen hebben lang in boeddhistische gemeenschappen geleefd en zijn gevoelig voor de normen die daar heersen, maar ze haken ook naar het succes en de beloningen van onze materialistische cultuur. Uiteindelijk vallen velen ten prooi aan de dynamiek van de markt. De meesten vergeten dat hun praktijk begon met streven naar bevrijding.

Er is een beroemd verhaal over het ware onderricht. In de jaren 1880 was er een zeer aan het ideaal van bevrijding toegewijde monnik, die een klooster had met de meditatiehal boven een klif. Een luik in de vloer bevond zich boven de rotsen. Hij werd zeer gewaardeerd om zijn oprechtheid, en velen kwamen er voor retraites van zeven dagen. De regels waren zeer strikt: je mocht gedurende de retraite niet gaan liggen. Twee monniken bewaakten de deur, zodat niemand kon weggaan. De hoofdmonnik hield iedereen 24 uur per dag in de gaten, en als hij mensen zag wegdoezelen, riep hij: 'Word wakker, word wakker! Tijd is kostbaar!' Als iemand in slaap bleef vallen, sleepte hij hem naar het luik, opende het en liet hem ondersteboven naar beneden hangen. Dat was zijn manier om mensen te laten ontwaken. Ik weet niet of het waar is, maar het verhaal gaat dat hij soms iemand liet vallen. In zijn diepe wijsheid had hij gezien dat deze persoon in dit leven toch niet zou ontwaken.
Consumentenverleidingen
Ik denk niet dat deze benadering veel mensen in de VS zou aantrekken: in onze cultuur is dit irreëel. Maar het was in Korea een hooggewaardeerde methode van boeddhistische oefening. Dit soort onwankelbare en onbuigzame toewijding werd verwacht. De leraar legde heel zijn ziel en zaligheid in zijn werk. Met dat soort motivatie maakt het niet uit of je veel studenten hebt of alleen werkt. Maar in de VS lijkt het wel of iedereen zo snel mogelijk leraar wil worden. Vervolgens begint de strijd om de student - centra, boeken, mediabereik – en dit gaat ten koste van de zuiverheid van de motivatie. Vroeger werd je monnik en bleef je vijftig jaar monnik zonder te talen naar leraarschap. Van de 10.000 monniken werd er misschien één leraar. Tegenwoordig wordt één op de tien studenten leraar.

Er is een burgerlijke boeddhistische levensstijl ontstaan; we worden gemanipuleerd door het systeem. Dat werkt verslavend.

Wat denkt u dat uw eigen achtergrond aan uw inzichten heeft bijgedragen?

Ik groeide op in Delhi (India) in een devoot orthodox-hindoeïstisch middenklassegezin. Maar al heel jong zag ik de hypocrisie van de burgerlijke samenleving waarin ik leefde, en dat gevoel van teleurstelling heeft me nooit verlaten. Mensen uit India kunnen zeer materialistisch zijn. Ik ben zeer gespitst op de manieren waarop de burgerlijke maatschappij alles waarmee het in aanraking komt doordringt.

In 1969 kwam ik naar de VS. Voor mij is de vraag 'Waarom koos de Boeddha voor het leven van een thuisloze na zijn verlichting?' altijd bepalend geweest. Hij ging niet terug naar zijn paleis om een luxueus leven als filosoof-goeroe te leiden. Voor mij hoeven boeddhisten niet halfnaakt over straat te gaan, maar het is nog steeds van het grootste belang om de mate van begeerte, haat en onwetendheid in onze eigen psychologische huishouding serieus te onderzoeken.

Veel Amerikaans boeddhisme komt neer op het vormen van persoonlijke verhalen en identiteiten. Dharmacentra worden sociale clubs voor identiteitsvorming, die mensen voor een bepaalde tijd een aangenaam zelfgevoel geven. Ik ontmoet mensen die zeggen: 'Ik hoor bij theravada', of: 'Ik ben een zenner'. Maar dat is het gevolg van een proces van verzakelijking en commercialisering: je maakt jezelf tot louter verpakking. Deelgenoot zijn van een groep, groepsidentiteit, heeft niets van doen met boeddhisme. Natuurlijk is er wel een verband met boeddhistisch beoefening, maar mensen willen ten diepste niet afzien van hun persoonlijke en sociale identiteit of de joods-christelijke wereldvisie waarmee ze groot zijn geworden. Waar het boeddhisme oprecht in praktijk wordt gebracht, kan dat niet anders betekenen dan dat de overgeleverde psychische structuren tot de grond toe worden afgebroken.
Dit is geen Aziatische cultuur. De leraren en de centra moeten alles uit de kast halen om te overleven, en het is duidelijk goed en waardevol dat er retraitecentra zijn waar mensen heen kunnen gaan om te oefenen. Dus wat is het alternatief? Opheffen die centra?

Dat is inderdaad het beste voor sommige centra. Uw vraag raakt de kern van het probleem. Hoe noodzakelijk is het voor een leraar om een centrum te hebben? Waarom kan een leraar niet gelukkig zijn als kluizenaar? Natuurlijk moet aan een paar basisvoorwaarden voldaan worden om te overleven, maar ik heb te vaak gezien dat leraren zichzelf groter maakten dan ze waren met de rationalisatie dat ze de ware dharma moesten onderwijzen. De Boeddha was niet koortsachtig op zoek naar leerlingen. Zijn uitstraling overtuigde zijn toehoorders van zijn innerlijke transformatie. Wanneer die uitstraling er niet is, dreigt een dharmacentrum een gewone winkel te worden.
Is een centrum dan niet de handigste manier om mensen te bereiken?

Het valt mij op dat uit de geschiedenis van het boeddhisme steeds weer blijkt dat de traditie levend wordt gehouden door een handjevol beoefenaars. Het streven naar bevrijding was nooit een massabeweging.

De Boeddha stimuleerde de thuisloosheid voor zijn eigen gemeenschap. Je kon nooit meer dan drie nachten in hetzelfde dorp verblijven. Je kon niet meer dan één nacht onder dezelfde boom blijven. De Boeddha was volkomen toegedaan aan het leven als een rondtrekkende asceet. Hij was zich bewust van de gevaren van geïnstitutionaliseerd kloosterleven. Hij begreep dat het menselijke eigenbelang al het andere fundamenteel overheerst. Hij propageerde het kloosterleven voornamelijk vanwege de 'psychologische' thuisloosheid.
De VS lijken in staat om iedere revolutie te ontmantelen door er een consumentenkwestie van te maken. Gebeurt dat ook met het boeddhisme in Amerika? Wat moeten we daaraan doen?
Barre Center for Buddhist Studies
Dit is misschien controversieel, maar een boeddhist moet geen aandelen bezitten. De aandelenmarkt wordt gedreven door begeerte en manipulatie, dus investeerders worden dat ook. En toch zijn er dharmacentra die hun geld hebben belegd op de aandelenmarkt.
Doet het Barre Center of Buddhist Studies (BCBS), waarvan u een van de directeuren bent, dat dan niet?

Het BCBS heeft aandelen, maar dat was niet mijn keuze. Het besluit daarover is genomen door de directie als geheel.
Is uw aanwezigheid in het BCBS geen stilzwijgende goedkeuring van hun financiële beleid? Heeft u materieel geen baat bij dat beleid? U maakt een onderscheid tussen uzelf en het directiebesluit om te investeren op de aandelenmarkt (niet uw beslissing). Toch heeft u – dankzij dat besluit en ander beleid waarmee u het niet eens bent - een huis, een salaris en een forum. Hoe kijkt u tegen deze duidelijke contradictie aan?

Het BCBS moet je meer beschouwen als een doorlopend proces dan als een organisatie met duidelijk omlijnde doelen zoals het verkopen van een product, winst maken, enz. Deelnemen aan de waarden en doelstellingen van het BCBS is een zinvolle manier van meedoen aan de publieke dialoog over de boeddhadharma in het Westen. Het BCBS onderscheidt zich van de meeste dharmaorganisaties doordat het niet dienstbaar is aan een bepaalde leraar of sektarische traditie en naar het lijkt niet onderhevig is aan de onbewuste drijfveren die maken dat schaduwkanten onopgemerkt blijven. Afgezien van dat kapitaal op de aandelenmarkt is het BCBS een transparante organisatie. De interne discussies over zijn visie en mogelijke rol bij de verbreiding van de boeddhadharma in het Westen lijkt mij een heilzame en zinvolle zaak. Zoals de zaken er nu voorstaan, kan ik zelfs iets aan het proces en de publieke dialoog bijdragen.

Het enige dat ik in deze complexe situatie als individu kan doen, is verantwoording nemen voor mijn eigen motivatie en integriteit en mijn overtuigingen waar mogelijk naar voren brengen. Om het nu eens over Tricycle te hebben: als dit blad geen voertuig van de verzakelijking en commercialisering van het boeddhisme wil worden, zou het zich afhankelijk moeten maken van gelijkgezinde filantropen die het geheel financieren. Maar dat werkt alleen als Tricycle geen advertenties meer opneemt. Het blad kan waardevolle diensten verlenen, maar dat vraagt wel het uiterste aan oprechtheid.

Het is waar dat voor mij is voorzien in een bescheiden huisvesting, maar ik krijg alleen een financiële bijdrage waarvan ik nauwelijks een tandenborstel en benzine kan kopen. Een leven van bewuste zelfbeperking stelt mij goed in staat om te beargumenteren dat zo leven een noodzakelijke en zelfs essentiële voorwaarde is voor de boeddhadharma. Mijn persoonlijke opvattingen sporen met mijn deelname aan gesprekken over de visie van het studiecentrum, lijkt me. Als de situatie echter zodanig zou veranderen dat mijn kernwaarden worden gecorrumpeerd door het beleid van de directie en onze interne discussies dezelfde kant uitgaan, dan zou ik meteen mijn boeltje pakken en weggaan.
Toch beveelt u psychologische thuisloosheid sterk aan. Zou het voor u als volger van de Weg niet waarachtiger en eerlijker zijn om zelf echt voor thuisloosheid te kiezen en het BCBS (Barre Center for Buddhist Studies) te verlaten?

Psychologische thuisloosheid is niet per se afhankelijk van fysieke thuisloosheid. Fysieke thuisloosheid heeft geen zin als deze bepaald wordt door angst en verwarring. Ik zei dat het mogelijk was om als een kluizenaar te leven in New York City, maar ik bedoelde dat er creatieve manieren van psychische thuisloosheid mogelijk zijn zonder fysiek thuisloos te zijn.
Maar wat zou de Boeddha doen, denkt u?

Omdat ik wat weet over de cultuur van geestelijke zoekers (ascetisch of in kloosters) in het oude India, weet ik vrij zeker dat de Boeddha ervoor zou kiezen om te leven in een gemeenschap van kluizenaars. De wereld moest naar hem toekomen. Ik stel me voor dat – als de Boeddha vandaag leefde – hij zich niet in kringen van beroemdheden zou bewegen en niet aan de markt zou meedoen door de dharma als handelswaar te verkopen. Natuurlijk, de gemeenschap moet door een klein aantal mensen worden gesteund, net zoals de eerste bouwsels van Jetavana oorspronkelijk werden gekocht door de rijke koopman Anathapindika.
Overblijfselen van de hut van de Boeddha bij het beroemde Indiase Jetavada klooster
Cruciaal is of de innige samenwerking in oude tijden tussen de Boeddha en Anathapindika kan bestaan in de tegenwoordige tijd. Ik denk van wel. Voorwaarde is natuurlijk dat er een Boeddha moet zijn met de gevoeligheid van de Boeddha en een Anathapindika met de gevoeligheid van Anathapindika; met dezelfde helderheid van intenties en motieven en toewijding, zowel van de donor als van de ontvanger.
Veel leken in de dharma zullen de zuiverheid en onbuigzaamheid van uw visie zien als overdreven, een luxepositie.

Mensen worden aangetrokken tot leringen die aan het licht brengen dat hunkeren en hechten de diepe oorzaken van stress zijn. Maar ze willen niet hun manier van leven en consumeren opgeven, terwijl juist die het hunkeren en hechten voortdurend gaande houdt. Ik vraag me in alle oprechtheid af of de mensen die u beschrijft werkelijk willen veranderen of dat ze alleen minder stress willen. Wat willen ze?

In de boeddhistische culturen die ik ken, zijn mensen onderhevig aan twee krachten. Enerzijds hebben ze een gezin en familie waarvoor ze moeten zorgen, en dat is al moeilijk genoeg. Anderzijds beseffen ze heel goed dat dit niet echt de manier is om je leven te leiden. In spirituele zin moedigen die samenlevingen mensen aan om halverwege hun leven, – als de familietaken afgerond zijn – het huis te verlaten. In Chinese en Koreaanse tradities was het een gerespecteerde gewoonte dat rijke kooplieden hun geld gebruikten om een tempel of klooster te bouwen, waarin ze de rest van hun leven leefden als lekenbroeders, onder of zonder leiding van een monnik. Met gelijkgestemde leken vormden zij een gemeenschap die het soms enige generaties uithield.

Deze manier van denken is voor mensen in het Westen misschien te gruwelijk voor woorden, maar dit model moeten we niet te snel verwerpen. Dit model maakt ook de fundamentele strijdigheid duidelijk van de intenties in de boeddhadharma en die van de westerse intellectuele en joods-christelijke tradities aangaande zelf en zijn. Voor de Boeddha gaat het om 'onbevredigdheid' tegenover 'zijn'. Het lijkt heel redelijk om te verwachten dat die ontevredenheid verdwijnt als men zich uit de wereld terugtrekt in een gemeenschap van gelijkgezinde beoefenaars. Als je naar zo'n 'pensioenplan' toewerkt, ga je vanzelf al eerder een leven van zelfbeperking leven.

De intenties van de boeddhadharma verschillen opmerkelijk sterk van de gerichtheid van de westerse cultuur, en iedere westerse beoefenaar moet in zijn eigen leven met die spanning afrekenen. Fundamenteel gaat het er in het bestuderen en beoefenen van de boeddhadharma om, dat de gehele zintuiglijk ervaren wereld, samsara, per definitie onbevredigend is.
Wat is de oplossing voor ons in het Westen? Hoe komen we hieruit?

Het is heel overmoedig en Amerikaans om naar radicale oplossingen te zoeken. Iedere oplossing heeft zijn eigen levenscyclus, en steeds zal verzakelijking en commercialisering optreden. Kleine, internationale gemeenschappen zijn een begin, maar ik blijf ze zien als een proces, een model in plaats van een oplossing. Het kernprobleem van de mens is vervreemding. Met vervreemding moet je op heilzame en vaardige wijze omgaan. De leringen van de Boeddha vormen een heilzaam model om met vervreemding om te gaan. Maar ze bevatten geen formule, zelfs geen oplossing. Het zijn levende waarheden.  

Bron
www.tricycle.com/interview/dharma-sale





Terug naar Artikelen