Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 21 juni 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Dalai Lama in Nederland anno 1973

De Dalai Lama in de VIP-room op Schiphol. Hij schonk zichzelf een kop thee in en trok zich niets aan van de menigte persfotografen.
Het eerste bezoek aan Nederland van de geestelijk leider van de Tibetaanse boeddhisten, in oktober 1973, ontwikkelde zich in de publiciteit tot de eerste officiële presentatie van het boeddhisme in ons land. Een terugblik door Jacques den Boer, destijds ooggetuige van het bezoek.


oen de Dalai Lama ruim veertig jaar geleden, in 1973, voor de eerste keer Nederland bezocht, zag de wereld er heel anders uit dan vandaag. Ons land telde 13 miljoen inwoners, nu bijna 17 miljoen. Internet en mobiele telefoons bestonden nog niet en er was een Koude Oorlog gaande tussen ‘het Westen’ onder Amerikaanse leiding en het communisme in de Sovjet-Unie en China. Tienduizenden Tibetanen waren in 1959 Zijne Heiligheid de Dalai Lama gevolgd op zijn vlucht naar India voor de Chinese invallers. Hulporganisaties in vele landen probeerden sindsdien de Tibetaanse vluchtelingen bij te staan. Een nationale actie met steun van koningin Juliana en prins Bernhard bracht in korte tijd 11 miljoen gulden op.

De Europese reis van de Dalai Lama was formeel een tocht langs elf landen om de inwoners te bedanken voor hun hulp aan de gevluchte Tibetanen en voor hun steun aan het behoud van de Tibetaanse culturele en religieuze tradities. Tibetanen die asiel hadden gekregen in Europese landen vroegen Zijne Heiligheid al heel lang om een bezoek en hijzelf wilde ze ook graag ontmoeten en hun zijn zegen geven. Het doel van zijn bezoek was officieel dan ook ‘zuiver cultureel en religieus, zonder welke politieke implicaties dan ook’.

Brief uit Zweden

Hoe het bezoek aan Nederland werd aangekaart, hebben twee boeddhisten uit Groningen mij een jaar of tien geleden eens uit de doeken gedaan. De ene, Peter van der Beek, priester van de orde Arya Maitreya Mandala, gesticht door de van oorsprong Duitse lama Anagarika Govinda, was de bekendste boeddhist van ons land. Hij was de oprichter van de Stichting Nederlands Buddhistisch Centrum (geen spelfout, de ‘oe’ is van later datum), die ruim honderd boeddhisten en sympathisanten omvatte. De ander, Everhard Post, was gewoon lid van de AMM.

In het voorjaar van 1973 kwam Van der Beek bij hem op bezoek. Everhard Post deed het verhaal: ‘Peter zakte neer op de blauwe bank en zei: nou heb ik een brief uit Zweden gekregen van een Hollandse jongen (Michael C. van Walt van Praag, redacteur van het tijdschrift Tibetan Messenger) met de vraag of de Dalai Lama hier kan worden ontvangen. Toen zei jij: daar hebben we helemaal geen organisatie voor! En ik: natuurlijk hebben we daar een organisatie voor, met zijn tweeën zijn wij de organisatie. Daar moeten we op doorgaan. Als die man het Nederlandse volk wil bedanken, moet je daar gewoon de gelegenheid voor creëren.

We zijn ermee naar de Stichting Nederlands Buddhistisch Centrum gegaan. Op de vergadering erover was het allemaal moeilijk, moeilijk, en wat gaat het kosten, enzovoort. Toen hebben wij gezegd: weet je wat, wij zetten als commissie van de SNBC een plan op en kijken wel hoe dat gaat. Peter zat in de commissie, ik zat erin, en Janwillem (van de Wetering, de later beroemde schrijver van politieromans en boeken over zen, ook bestuurslid van de Stichting), met z’n drieën.

Janwillem pakte meteen groot uit: we moeten het nieuwe Rai-gebouw afhuren! Hij zag het als een koopman. Een groot gebouw, veel mensen, veel inkomsten. Wij, Peter en ik, zeiden: nee, dat is niks. Hij komt hier om het Nederlandse volk te bedanken voor wat we indertijd gedaan hebben. Drie dagen zou hij hier zijn en er moest een klein programma zijn. We gingen erover nadenken.

Via-via kreeg ik contact met de reclameafdeling van Philips, want het woord Evoluon (toentertijd een bekend expositiegebouw in Eindhoven) was gevallen. Een van de directeuren was een persoonlijke kennis van mijn ouders. Goed, Philips wilde daar best reclame mee maken, dat is zo’n deal die je dan sluit. En de Dalai Lama wilde ook naar de Deltawerken, daar moest een helikopter voor versierd worden. Een gesprek met kardinaal Alfrink (aartsbisschop van Utrecht) leek ons ook wel wat, een interreligieus gesprek.’

Annie Besant-kamertje

Everhard Post herinnerde zich een cruciale vergadering van de stichting in Amersfoort. ‘Ik zat voor een tentamen en jij, Peter, had ook iets waardoor we er geen van beiden heen konden. Op die vergadering is onze commissie opgeheven en er werd een nieuwe commissie benoemd, waarin o.a. iemand van de Theosofische Vereniging. Want die kwam aanzetten met het idee: de Dalai Lama kan mooi slapen in het Annie Besant-kamertje op het theosofisch centrum in Huizen. Dat scheelde in het geld – ze zaten verschrikkelijk met de centen.’

De Engelse Annie Besant (1847-1933) was jarenlang presidente van de Internationale Theosofische Vereniging en verbleef vele malen in Huizen. De theosofie heeft elementen van wat wordt genoemd ‘esoterisch boeddhisme’ in haar wereldbeeld verwerkt. Destijds wekte deze theosofische interpretatie nogal eens ergernis bij boeddhisten.

Post vervolgde: ‘Toen ben ik zo boos geworden! Die man komt hier om ons te bedanken! Als dat geld gaat kosten, nou, zelfs als de avond voordat hij komt het geld er nog niet is, ga ik de hele avond aan de telefoon zitten en ik zorg ervoor! Het was een kwestie van drieduizend gulden of iets dergelijks.’

Peter van der Beek
Peter van der Beek, die instemmend had zitten luisteren, voegde eraan toe: ‘Je zei: ik verkoop desnoods mijn auto!’

Everhard: ‘Ja, die was best drieduizend gulden waard. Dat geld mag nooit een reden zijn om zoiets niet te organiseren. Maar wij waren ontheven van onze taak… Ik was heel erg boos, Nederland op z’n smalst! Centen, centen…

Toen zijn zíj gaan organiseren. Zij wilden Peter uitnodigen – hij was een échte boeddhist! – om de Dalai Lama te ontvangen. Peter was solidair met onze opstelling, maar we hebben toch gezegd: ik bel Victor op (prof. dr. Victor Westhoff was vicevoorzitter van de stichting en benoemd tot voorzitter van het Ontvangstcomité voor de Dalai Lama) en zeg hem dat Peter komt helpen om de Dalai Lama te verwelkomen. Victor vond het heel pijnlijk zoals het was gelopen, maar hij had een vlag op de schuit.'

Van der Beek heeft er uiteindelijk toch van afgezien. Het hele bezoek dreigde volgens hem en Post te worden gepresenteerd ‘in een theosofisch lijstje met ergens in een onderhoekje verscholen een onleesbare signatuur van de stichting’. In feite werd het bezoek daarentegen onmiskenbaar de eerste officiële presentatie van het boeddhisme in ons land.

Op rolletjes

De voorbereiding in ons land was begonnen met een valse start, maar de voorzitter van de SNBC, mr. Leo Boer, zette de zaak daarna goed op poten. In het dagelijks leven was hij directeur van de Bond van Gemeente-ambtenaren, een man die kon organiseren. Hij stelde vast dat de boeddhisten de regeling van zo’n bezoek niet alleen afkonden en riep de hulp in van de Theosofische Vereniging Afdeling Nederland, de Sufi Beweging en de Stichting Hulp aan Tibetanen. Zij bleken graag mee te willen werken. Een gezamenlijke ‘regelingscommissie’ werd het middelpunt, onder leiding van de voorzitter van de SNBC, mr. Leo Boer, met schrijver dezes als secretaris.

Michael van Walt van Praag, de ‘Hollandse jongen’ die bij Peter van der Beek had aangeklopt, bleek een sleutelrol te spelen als de coördinator (‘liaison officer’) van de Europese reis van de Dalai Lama. Hij was de zoon van de toenmalige Nederlandse ambassadeur in Luxemburg. Behalve redacteur van de Tibetan Messenger was hij juridisch student in Utrecht.

Nadat Van Walt op 30 mei op een reeks pertinente schriftelijke vragen concreet had gereageerd, liep alles op rolletjes. De rijksoverheid zou geen belemmering opleveren, schreef hij. ‘De Nederlandse regering vreest geen reacties van Chinese zijde.’ Daar waren enkele deskundige boeddhisten juist wel bang voor geweest. Hij meldde ook dat Zijne Heiligheid een bezoek zou brengen aan Z.K.H. Prins Bernhard en H.K.H. Prinses Beatrix.

Er was een reeks voorschriften voor de organisatie. De status van Zijne Heiligheid moest in acht worden genomen. ‘Hij komt weliswaar niet als leider van het Tibetaanse volk in ballingschap, maar als Geestelijk Leider en privé persoon. Toch is het gewenst hem op gepaste wijze te ontvangen.’

De Dalai Lama kon logeren in een hotel of een ander passend onderkomen en er zouden geschikte auto’s ter beschikking moeten worden gesteld. Later werd dat gepreciseerd: voor Zijne Heiligheid was een Cadillac of soortgelijke auto gewenst. ‘Dit is allemaal noodzakelijk, niet zozeer voor de Dalai Lama persoonlijk, als wel voor de andere Tibetanen en Boeddhisten.’ En ongetwijfeld ook om indruk te maken op de buitenwereld.

In het gevolg van de hoge gast reisden acht personen, onder wie zijn in Zwitserland wonende vertegenwoordiger in Europa, Thubten W. Phala, die ook een schakel in de voorbereiding was. Tot in details werd voorgeschreven wie waar in de auto’s moest zitten, waar iedereen moest slapen ten opzichte van de Dalai Lama, de etenstijden (ontbijt tussen 6 uur en 6.30 uur; ‘His Holiness is fond of honey’). Bij officiële diners zou Zijne Heiligheid wel aanwezig zijn, ‘but will not eat’, enz. Grote nadruk kreeg de omgang met de pers, ‘die het bezoek succesvol kan maken of niet’, stipuleerde Van Walt.

Observaties van Westhoff

De Europese reis van de Dalai Lama (zijn woonplaats was Dharmsala in India) begon op 29 september in Rome waar hij een bezoek bracht aan paus Paulus VI. Na een tussenstop in Genève (diner met prins Saduddin Aga Khan) verbleef hij zes dagen in Zwitserland, waar 800 Tibetanen woonden en de Dalai Lama grondig medisch werd onderzocht. Vandaar reisde het gezelschap naar Nederland.

Zondagochtend 7 oktober, omstreeks twaalf uur, was daar het grote moment: de Dalai Lama arriveerde op Schiphol. Prof. Westhoff, de voorzitter van het ontvangstcomité, noteerde in zijn verslag met de nauwkeurigheid van de determinerende plantkundige:

‘Z.H. en twee leden van zijn gevolg, zijn tolk en secretaris, waren in monniksgewaad gekleed: donkerrode pij, één arm bloot, zeer kortgeknipte zwarte stoppelhoofden (niet kaalgeschoren dus). De andere leden van het gevolg waren op westerse wijze gekleed, in het zwart, behalve de Indiase veiligheidsfunctionaris, eveneens in het zwart. Alle Tibetanen met kaalgeschoren gelaat. Alleen de Indiër had een snor.’

Een groep Tibetaanse vluchtelingen, in hun fraaiste kleding, overhandigden achtereenvolgens een witte zijden sjaal aan de Dalai Lama, ‘waarna Z.H. iedere katha met een onnavolgbaar elegant, sober en gedistingeerd gebaar weer om de hals van de gever of geefster hing. Dit ging gepaard met een hartverwarmende vrolijkheid en hartelijk gelach; het zou in onze contreien “uitbundig” genoemd worden, maar het maakte een volkomen natuurlijke en harmonische indruk.’

Als voornaamste gastheer kon Westhoff tijdens zeven autoritten door ons land Zijne Heiligheid langdurig meemaken. De eerste rit ging naar het Internationaal Theosofisch Centrum St. Michael in Valkeveen (Huizen) waar het gezelschap twee nachten verbleef.

‘Terwijl de gesprekken steeds rechtstreeks , bondig en vaak ook diepgaand waren, waren ze meestal tevens kort. Nimmer tevoren heb ik een man ontmoet die van ogenblik tot ogenblik de psychische gesteldheid van zijn gesprekspartner glashelder doorziet, daar tevens boven staat en geen misbruik van dit inzicht maakt. (…)

Geleuterd werd er niet. Zodra de Dalai Lama gewaar werd dat ik niet langer innerlijk geheel achter een bepaald gesprek stond, maar dit voortzette uit wat wij in het Westen “beleefdheid” plegen te noemen, sneed hij het abrupt, ofschoon geenszins onhoffelijk, af, daarmee te kennen gevend dat hij niet “bezig gehouden” behoefde te worden. Hij voelde dit ogenblikkelijk aan.’

De Dalai Lama spreekt op drie niveaus, maar is op ieder van die niveaus zichzelf, ondervond Westhoff. Het 'officiële' niveau, waarbij hij als hooggeplaatste gast met eerbiedige voorkomendheid wordt bejegend, ligt hem niet erg. ‘Hij vindt het nauwelijks aangenaam en laat dat ook duidelijk, ofschoon steeds met de beminnelijkheid die hem een eerste natuur is, blijken.’ Het tweede niveau is op voet van gelijkheid, van gast en gastheer.

‘Dit ligt hem geheel. Het is kennelijk de wijze waarop hij met ons westerlingen wil omgaan. Hij is dan hartelijk, vol zin voor humor, levendig en vrolijk. Zijn spirituele verhevenheid blijkt in deze gesprekken het duidelijkst hieruit dat hij hoogst zelden iets negatiefs zegt over mensen of andere wezens (wel uiteraard over ongewenste toestanden of gebeurtenissen) en dat hij zijn eigen persoon nooit in het geding brengt, dus geheel positief en altruïstisch is ingesteld, niet uit enigerlei show of op grond van enig beginsel of uitgangspunt, maar omdat hij werkelijk zo is.’

Het derde niveau is dat waarop hij als leraar optreedt, niet in het openbaar, maar onder vier ogen. Dat gebeurt alleen als antwoord op een bepaalde vraag.

‘Hij verandert dan snel en bijna onmerkbaar, spreekt met ernst en gezag, rechtstreeks van hart tot hart, maar geenszins bezwerend of overtuigend: hij laat de ander altijd geheel vrij het al of niet met hem eens te zijn, hij dringt nooit een mening op. Anderzijds voert hij ook geen discussie. Wellicht is dit onbegrijpelijk voor iemand die zoiets nooit heeft meegemaakt. De enig juiste kwalificatie voor deze state of mind is 'verhevenheid.’

Hoogtepunt in Tropeninstituut

Die zondagmiddag was een massale bijeenkomst in de grote aula van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam landelijk gezien meteen het hoogtepunt van het eerste bezoek van de Dalai Lama aan Nederland. Zijn toespraak over ‘The message of Buddha in the world of today’ duurde weinig meer dan een kwartier, maar ‘het publiek was buitengewoon aandachtig en ook de prachtige zaal werkte ertoe mee de bijeenkomst tot een stijlvol gebeuren te maken,’ aldus Saddharma, het tijdschriftje van de SNBC.

Rabbijn Soetendorp begroet de Dalai Lama. In het midden Victor Westhoff, vice-voorzitter van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme en voorzitter van het Ontvangstcomité. Prof.dr. Victor Westhoff (1914-2001) was destijds hoogleraar vegetatiekunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en tevens vice-voorzitter van de Stichting Nederlands Buddhistisch Centrum.
De Dalai Lama beantwoordde allerlei vragen, o.a. of bewustzijnsverruiming door drugs volgens hem mogelijk was. ‘I have no experience,’ zei hij, maar hij voegde eraan toe dat geestelijke ontwikkeling alleen met middelen van de geest te bereiken is. En wat verstond hij onder nirvana? ‘Hij hief de handen op en barstte uit in een hartelijk gelach. ‘Het nirvana! Zo’n ontzaglijk begrip, zo moeilijk, zo diep!’ Dan ernstig: het nirvana vindt wie de wisselvalligheden van het leven niet meer kunnen beroeren, die zich vrijgemaakt heeft van alle leed en daarmee van elke niet-absolute bestaansvorm.

Zijne Heiligheid had laten weten dat hij met een select gezelschap van gedachten wilde wisselen over mens en religie in de Nederlandse samenleving. De meeste indruk maakte op hem tijdens de bijeenkomst in de Besant Hall in het Theosofisch Centrum een uiteenzetting van rabbijn Soetendorp jr. De joodse geestelijke sprak over Godservaring en ontmoeting met God, over de beleving van de Grote Verzoendag, de strijd tussen Israël en de Arabische landen die net weer was opgelaaid, en dat nu niet alleen de vraag van God aan de mens “Waar zijt gij?” diende te worden gesteld, maar ook de overeenkomstige vraag van de mens aan God.

‘Het was sober en diep aangrijpend,’ herinnerde Westhoff zich. ‘De tranen liepen mij toen over de wangen. Ik had de Dalai Lama niet aangezien, maar hij zei nu precies hetzelfde: “Tears ran down along my cheeks.” Hij had de tragische lotsverbondenheid tussen Israël en Tibet sterk ervaren. Na afloop van dat gesprek had hij dan ook na te zijn opgestaan zijn arm om de schouders van Soetendorp gelegd en was met hem weggewandeld.’

Bezoek aan hoogwaardigheidsbekleders

Aparte gesprekken waren er met kardinaal Alfrink van het aartsbisdom Utrecht en in Den Haag met dr. A. van den Heuvel, secretaris-generaal der Nederlandse Hervormde Kerk. Westhoff werd bij deze ontmoetingen vervangen door dr. P.H. Pott, de directeur van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden en voorzitter van de Stichting Hulp aan Tibetanen. Westhoff vroeg hem de volgende dag hoe het bezoek aan de kardinaal was verlopen. ‘Verschrikkelijk,’ antwoordde hij. De kardinaal had zich helemaal niet op het bezoek voorbereid, bleek nauwelijks Engels te kunnen spreken en liet het gesprek grotendeels aan Pott over. ‘Zijn eerste vraag was: “Do you live in Tibet?” Ik wist niet hoe ik kijken moest!’

Kardinaal Alfrink noemde in een gesprek met de Dalai Lama de ontmoeting tussen verschillende godsdiensten een van de meest hoopgevende gebeurtenissen in onze tijd. Zij legt ondanks oorlog en ander geweld een goede basis voor vrede en gerechtigheid. (Dagblad De Tijd, 9 okt. 1973)
Westhoff vroeg later de Dalai Lama onder vier ogen hoe hij het bezoek aan de kardinaal had ervaren. ‘Hij antwoordde: “Zeer positief. Er was een rechtstreeks en open contact. We begrepen elkaar goed. We hebben gesproken over de wezenlijke overeenkomst tussen alle religies, de bevordering van broederschap tussen de mensen, en de problemen van de jeugd. De kardinaal is een ruimdenkend persoon.” Dit zei de Dalai Lama in volle oprechtheid; hij huichelt niet. Hij voelde zich in taak en roeping aan de kardinaal verwant en verheugde zich zo iemand ontmoet te hebben. Daarentegen had de persoon van dr. van den Heuvel hem niet zozeer aangesproken; hij verwonderde zich er trouwens over dat hij tegenover drie van die dominees had gezeten – ‘Do they presume that three men are better than one?’ – en over de plechtstatige gezichten die ze hadden getrokken.’

Op het programma van de Dalai Lama stond ook een kort bezoek aan prins Bernhard op paleis Soestdijk om hem officieel te bedanken voor zijn inspanningen als voorzitter van de werkgroep voor een Europese Vluchtelingenactie in 1966. De actie bracht 65 miljoen gulden op. Het geld werd vooral gebruikt voor Tibetanen in India en Nepal. Onaangekondigd voegde ook koningin Juliana zich bij het gesprek. Voor mogelijke diplomatieke boosheid van de Chinese regering was zij blijkbaar minder bang dan haar ministers, die haar buiten beeld hadden willen houden.

Ten slotte

De Dalai Lama, die in de kranten en op de tv werd gepresenteerd als een vriendelijke, ongekunstelde man die een natuurlijk gezag uitstraalde, heeft ruim veertig jaar geleden het toen nog prille boeddhisme in ons land een zeer goede dienst bewezen.  

Bronnen
Nederlands Boeddhistisch Archief: dossiers SNBC 1973
J. den Boer, Interview met P. van der Beek en E.K. Post, 27 mei 2004. (Persoonlijk archief)
‘Terugblik op het bezoek van de Dalai Lama’, in: Saddharma, 6, nr. 6, 1973, pp. 1-7.
V. Westhoff. ‘Ontmoeting met de Dalai Lama’, in: Saddharma, 6, nr. 6, 1973, pp. 8-17.
V. Westhoff, Ontmoeting met Z.H. de Dalai Lama, 7-9 Oct. 1973. typescript, 16 pp.
(Persoonlijk archief Jacques den Boer)





Terug naar Artikelen