Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 21 juni 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Verwondering maakt vrij

Guus van Holland


oem het mijn schrijn, het nachtkastje waar ik op uitkijk als ik op mijn kussen zit. Ik adem de geur van wierook in, adem weer uit en zie voor het eerst mezelf. Daar voor me. Ben ik dat? Ja, dus. Een wereld gaat voor me open.

Ik ontwaar boeken met titels als Op Karakter, De Verstopte Mens, Geduld, Altijd Verder, The Shambhala Principle of Waarover praten wij als wij over liefde praten. Een Oscar-beeldje met op de voet een inscriptie: de beste vader van de hele wereld. Een beeldje van een comboy, een geschenk van het wereldkampioenschap wielrennen 1986 in Colorado Springs. Door tekenaar Siegfried Woldhek geschonken portretten. Eén waarop ik als therapeut de bokser Muhammad Ali uithoor, en één van Ali alleen, een man die me indringend aankijkt. Daarnaast een afscheidspagina voor mij als sportverslaggever, bijeengeschreven door collega’s.

‘Diasporamens, tasten naar ‘t onbestemde’, staat boven een portret dat een collega voor me schreef. ‘Overal en nergens thuis’, voegde hij er aan toe. Herkenning streelt mijn ego. Moet ik dat negeren? Omdat ik het ego los zou moeten laten, om me vrijer te voelen. Zoals me dat elke keer weer als oefening wordt aangereikt in boeddhistische geschriften.

Hoewel ik al enige tijd zowat elke dag tegenover mijn schrijn mijn stroom van gedachten voorbij laat gaan en vriendelijk tegemoet treedt, is nog niet eerder bovenstaand beeld bij mij binnengedrongen. Waarom niet eerder? Komt dat door wat mij tijdens Shambhala-training werd voorgehouden? Ontspan je, zit als een rots waar rondom water aan- en afstroomt, laat het gaan - en je wordt onverwachte ervaringen gewaar en krijgt onvermoede ontmoetingen. Ik las Het pad is het doel van Chögyam Trungpa en dacht: dat zou mooi zijn. En het was mooi: verbaasd en verstomd was ik. Laat los en het komt op me af.

De sportbeleving die mij obsedeerde en mij nog vreugde verschaft maar ook weer tot contemplatie aanzet, omdat het me als verslaafd voorkomt (die dilemma’s dus), staat op een paar meter afstand voor mijn wierook snuivende neus, geflankeerd door boeken die mij eerder duidelijk hadden kunnen maken waarom ik ben wie ik ben.
Joop Alberda

Joop Alberda, invloedrijk en bekroond sportcoach en -leider, zei het zo, toen ik hem vertelde dat ik op het boeddhistische pad terecht was gekomen: ‘Zo meanderen we voort. Zoeken doen we allemaal. Het is je gegund.’ Het werd me gegund – dus niet afgeraden. Het werd mede daarom een mooi gesprek met Alberda, met wie ik interviews deed over de weg die mensen op allerlei gebied hebben afgelegd voordat ze ‘helden’ werden. Met Jaap van Zweden, Hans van Manen, Jan Marijnissen, Herman Wijffels en anderen. Alberda weet hoe mensen succesvol kunnen worden. Maar hij beseft ook dat mensen met minder talenten in problemen raken zodra zij verwachtingen niet (meer) waarmaken. Hoe mensen zichzelf tegen kunnen komen.

Ik vertelde over mijn verworven inzicht dat verliezers in de media steeds sneller als mislukkelingen worden neergezet. Zoals ik vroeger deed: wie een fout maakte, veroordeelde ik in mijn verslagen voor de krant harteloos. Blunders! Hoe vaak heb ik die kwalificatie niet gebruikt om van mijn afkeer van sporters die in de fout gingen te getuigen? Sporters dienden in mijn beleving als verslaggever perfect te zijn, aan mijn verwachtingen te voldoen. Wie niet perfect was of de uitvoering niet ‘naar behoren’ volbracht, deugde niet.

Door meditatie en contemplatie leer ik anders kijken en luisteren naar wat zich om mij heen afspeelt. Zonder oordeel mensen bezien, zoals sportmensen die al hun talenten aanwenden om te tonen wat ze kunnen, hoe goed ze zijn. Kijk ze eens bezig zijn. Verbazing, vooral zonder oordeel kijken, is mooier dan kritisch kijken. Mooier dan wachten totdat een fout wordt gemaakt om dan de foutenmaker te diskwalificeren als mislukt of dom. Bij boosheid dreigt afsluiting. Openheid en verwondering geven vrijheid en ontspanning. Zoals ik op mijn kussen vrijheid ervaar, daardoor de attributen op het nachtkastje ontwaar en zomaar een beeld van mezelf zie.

Straks als ik naar een sportwedstrijd kijk, ga ik mogelijk weer spontaan te keer tegen mensen wier spel mij niet bevalt. Om me dan ook de volgende dag te ergeren aan de verslaggevers die het anders hebben beleefd dan ik, en vaak de verliezers afvallen – zoals ik voorheen deed. Maar hoe bevrijdend kan het zijn als ik ieder zijn fouten gun, ieder zijn smaak en mening schenk. Laat ze, verwonder je, aanvaard ieder mens, iedere smaak of mening. Het maakt niet alleen vrij, het verheldert en biedt nieuwe inzichten.

Fundamentele Goedheid zit in ieder mens, vertellen mijn leraren. Ik wil het zien. Hoe moeilijk dat ook is. Iedereen doet wat hij niet laten kan, gedreven door angst en ambitie. Angst om te verliezen, ambitie om beter (rijker) te zijn dan een ander. Ik zie het vooral in de sport. Dat is sport, gelegitimeerd eigenlijk. Maar zodra ik naar andere geledingen in de samenleving kijk, zie ik dezelfde diskwalificaties. Wie niet ‘spoort’, niet voldoet aan de verwachtingen, het beeld van perfectie, wordt in de hoek gedreven van mislukkelingen.

Voordat ik op mijn kussen rust vond, hoorde ik nog niet de vogels, de wind en andere natuurgeluiden. Ik hoorde een boor, motoren, krijsende kinderen. Ik werd boos van het lawaai dat mensen aanrichtten. Toen daalde de vrede neer. In mij. Het werd stil. Iedereen mocht doen wat hij wilde. Ik voelde een glimlach.

Straks zit ik weer voor mijn schrijn. Dan zie ik mogelijk mezelf. Maar misschien wat anders. Dat elk moment anders is, dat het ook bij andere mensen zo is. Dat iedereen zijn eigen momenten beleeft. Zichzelf probeert te zijn, houvast zoekt en dat niet in de hand heeft.
Tiger & Mom

Vandaag scoort Messi, morgen scoort Ronaldo. Vandaag worden zij vereenzelvigd met God, morgen met de vuilnisman. Mensen, met een groot talent, maar mens. Ik bewonderde Tiger Woods om zijn golfvaardigheden. Journalisten en supporters konden niet genoeg van zijn prestaties krijgen. Vrouwen drongen zich op, gokpaleizen trokken zijn aandacht. Hij was rijk, had een mooie vrouw, leuke kinderen en bereikte de ene na de andere mijlpaal. Hij was God, in ieder geval zijn naaste.

Woods raakte verslaafd aan aandacht, seks, aan altijd de beste zijn. Zijn vader, een oud-Vietnamstrijder die van hem alleen het beste wilde zien, overleed. Tiger raakte van slag. Hij sloeg de bal niet meer zoals hij gewend was. Het leven zonder zijn vader die alleen records verlangde, werd ondraaglijk. Zijn Thaise moeder herinnerde hem aan zijn boeddhistische opvoeding en hield hem voor zachtmoedig voor zichzelf te zijn. Dan maar niet de beste. Nog steeds is Tiger zoekend, naar zijn leven, zijn identiteit, met en zonder records.

Ik verlang terug naar de prestaties van Tiger Woods. Naar zijn fraaie swings, naar zijn indrukwekkende, zelfverzekerde houding, naar wat ik niet kon en hij wel. Maar als Tiger niet terugkeert aan de top, zal ik met een open geest naar hem kijken en mezelf toefluisteren: ‘Kijk, hij is een mens net als jij, een mens van vlees en bloed.’  

Guus van Holland was 35 jaar sportjournalist voor de Volkskrant en NRC Handelsblad. Sinds enkele jaren is hij lid van Shambhala Leiden.





Terug naar Artikelen