Magazine van de stichting Vrienden van het Boeddhisme - 23 maart 2014
WELKOM TEKSTEN ARCHIEF STICHTING CONTACT LINKS ZOEKEN
Artikelen Nieuwsberichten Beschouwingen

Boeddhadhamma zonder boeddhisme

Vipassana volgens S.N. Goenka

Jacques den Boer

ijn vipassanaleraar, S.N. Goenka, is op 29 september vorig jaar overleden, bijna 90 jaar oud Hij was een leraar die één voorbeeld had: Siddhattha Gotama, de Boeddha, ‘that wonderful person’.

Maar Goenka (spreek uit: Go-enka) noemde zich geen boeddhist. Hij was ook zeker geen monnik. Op zijn reizen over de hele wereld om de ‘goede leer’ uit te dragen, was zijn vrouw letterlijk steeds naast hem. ‘Ik ben een gewone huisvader,’ zei hij weleens, ‘ik heb zes zoons!’

De leer van de Boeddha, de Dhamma, lag voor hem volledig besloten in de Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad. Het pad vatte hij meestal samen in drie Pali-woorden: sīla, samādhi, paññā. Het gaat om moreel gedrag: zuiverheid van spreken en handelen, concentratie: meesterschap over de eigen geest, en wijsheid: inzicht (vipassanā) dat de geest volledig zuivert tot een geest vol liefde en mededogen.

Goenka Guruji
In de praktijk hamerde hij erop dat de studenten, zoals hij deelnemers aan zijn tiendaagse vipassana-cursussen noemde, doordrongen moesten raken van het besef dat alles, niets uitgezonderd, vergankelijk is. Hij herhaalde geregeld het Pali-woord ‘anicca, anicca, anicca’ (spreek uit: anietsja), niets is blijvend, alles is voorbijgaand.

Nu hij overleden is, gaat hij ermee door: zijn onderricht staat op dvd’s en wordt in de cursussen begeleid door (assistent-)leraren met minstens tien jaar intensieve meditatie-ervaring. Volgens een recente telling zijn er 227 meditatiecentra in 94 landen waar zijn trainingen worden gegeven, aan zo’n 150.000 studenten per jaar. Voor Nederland is Dhamma Pajjota dichtbij, in Dilsen-Stokkem (België).

Pelgrimage

Goenka kwam op mijn weg in 1999 door een student in Leiden, Caspar Brinkman. Hij was op een reis als ‘backpacker’ door India terechtgekomen bij een meditatiecursus van Goenka. De fascinerende spreektrant en chanting van de leraar en de eenvoudige, maar indringende uitleg van de leer van de Boeddha hadden grote indruk op hem gemaakt, zoals op veel westerlingen. Van het een kwam het ander. Het centrum in België was net in voorbereiding, vlak over de grens bij Sittard. Caspar vertelde er zo enthousiast over dat ik direct na de opening, een jaar later, een tiendaagse cursus deed.

Een schot in de roos. Een tiendaagse waarvan negen dagen in volstrekt zwijgen, behalve eventueel een vijfminutengesprek met de assistent-leraar, in dit geval een zachtaardige Belg, Dirk Taverne. Het tijdschema was pittig. Om 4.00 uur: gong, opstaan; 4.30 tot 6.30 uur: meditatie in de zaal of op eigen kamer; 6.30 tot 8.00 uur: ontbijt; 8.00 tot 9.00 uur: groepsmeditatie in de zaal; 9.00-11. 00: meditatie in de zaal of op eigen kamer, enzovoort, netto 10,5 uur meditatie per dag. Bovendien elke avond anderhalf uur een toespraak door ‘Goenkaji’. Geen straf, want zijn uiteenzettingen van de leer en praktijk werden afgewisseld met mooie, soms humoristische verhalen. Op de laatste van de tien dagen is de meditatie gericht op de buitenwereld, op liefdevolle welwillendheid (mettā) en compassie.

Goenka en een legioen van 900 vipassanamediteerders maakte ik in 2001 in levende lijve mee tijdens een tiendaagse pelgrimage per speciale trein en bussen door het land van de Boeddha. We overnachtten in de trein of in tenten bij een vipassanacentrum, met gewapende wachten om dieven en andere indringers op afstand te houden. Verrassend en tegelijk indrukwekkend was de manier waarop de pelgrims overal werden ontvangen.

In BodhGaya kwamen monniken uit alle landen die er tempels hebben, van Sri Lanka en Bhutan tot Japan en China, naar het vipassanacentrum Dhamma Bodhi voor een maaltijd. Naar Aziatisch gebruik zat Goenka als leek op een lagere plaats dan de monniken, maar hij werd met opvallend veel respect bejegend, als een groot leraar. Bij de Mahabodhi Tempel, op de plek waar volgens de overlevering de Boeddha de Verlichting bereikte, leidde hij een massale meditatie waaraan ook tientallen monniken deelnamen.

Hindoe


Goenkaji en zijn echtgenote Mataji nemen aan het eind van elke vipassana-cursus afscheid met het langzaam wegstervende gezang van de heilswens in Hindi: ‘Saba kā mangala’, mogen alle wezens gelukkig zijn.

Van huis uit was Goenka hindoe. Zijn grootouders waren in de negentiende eeuw uit Brits-Indië geëmigreerd naar het boeddhistische Birma en zijn ouders rezen tot grote welstand in de textielindustrie. Hun oudste zoon, Satya Narayan, werd geboren in 1924 in de vroegere koningsstad Mandalay. Een briljante scholier die na het eindexamen geknipt leek voor het zakenleven. De Tweede Wereldoorlog kwam echter tussenbeide. In maart 1942 veroverden de Japanners de stad en maakten er een militair bolwerk van. De familie Goenka week uit naar Zuid-India.

Na de nederlaag van Japan in 1945 keerde het gezin terug. Goenka jr. kreeg op den duur de leiding van het familiebedrijf en bracht het tot verdere bloei. Tegelijkertijd groeide hij uit tot een voorman van de Indische (hindoe-)gemeenschap in Birma. Zijn maatschappelijk succes had echter een keerzijde: zware migraine, waar geen medicijn tegen te vinden was, ook niet in Japan, Engeland, Frankrijk of Zwitserland.

Tot hij uiteindelijk zijn heil zocht bij U Ba Khin, een hoge ambtenaar in Rangoon (nu Yangon), die ook vipassana-onderricht gaf aan groepjes Birmaanse boeddhisten en westerlingen. Eerst werd hij geweigerd als cursist, niet omdat hij hindoe was, maar om de motivering: vipassana is niet bedoeld om hoofdpijn te genezen. ‘Maar als je komt om je geest te verlossen van spanning en lijden, dan zullen de fysieke voordelen vanzelf volgen,’ zei U Ba Khin.

In 1955 deed de gepijnigde zakenman zijn eerste tiendaagse cursus. Hij ontdekte dat zijn lijden voortkwam uit ‘de donkere kamer van zijn geest, vol van slangen en schorpioenen’ en dat meditatie de grote schoonmaak was. U Ba Khin (1899-1971) onderwees vipassana in de traditie van zíjn leraar, Saya Thetgyi (1873-1945), als een methode van de Boeddha, maar los van welke religie dan ook bruikbaar voor hindoes, christenen en moslims.

Goenka ging na zijn genezing door met de meditatie bij het International Meditation Centre van U Ba Khin, naast zijn leven als huisvader en zakenman. In 1963 nationaliseerde het militaire regime zijn bedrijven en hij raakte een flink deel van zijn bezit kwijt. Maar terugkijkend beschouwde hij die gebeurtenis als het begin van zijn gouden jaren: hij dompelde zich onder in de Dhamma.

Naar India


U Ba Khin

In 1969 kreeg hij toestemming van het regime voor een bezoek aan zijn ouders, die zich met andere familieleden in India hadden gevestigd. U Ba Khin zag hierin een kans om een droom te verwezenlijken. Volgens een oude voorspelling zou de leer van de Boeddha na 2500 jaar uit Birma (nu Myanmar) terugkeren naar het land van oorsprong. Hij benoemde Goenka formeel tot vipassanaleraar en ‘afgezant van de Dhamma’.

Na de eerste tiendaagse cursus in Mumbai, merendeels voor familie, ging het Wiel van de Dhamma rollen. Goenka sprak in Hindi, maar breidde al snel zijn (zaken)kennis van het Engels uit. Intussen gingen meer en meer westerse ‘babyboomers’ op zoek naar wijsheid in het Oosten. In oktober 1970 gaf hij in Dalhousie, in de Himalaya, zijn eerste cursus in het Engels. Vandaar volgden BodhGaya en talloze trainingen in heel India.

Tot de westerlingen die bij Goenka vipassana leerden kennen, behoren Joseph Goldstein en Sharon Salzberg, die met Jack Kornfield in 1976 de Insight Meditation Society in de Verenigde Staten stichtten, nu al heel lang een krachtcentrale voor vipassana buiten Azië. Mede van daaruit is in onze tijd de mindfulness-rage ontstaan.

Het Wiel van vipassana ging sneller rollen in de wereld nadat Goenka in 1979 zijn eerste reis naar Europa maakte, gevolgd door een reis naar Noord-Amerika. Twee jaar later kwam de overgang naar cursussen op audiocassettes en video, begeleid door assistent-leraren. Zijn charismatische persoonlijkheid maakte ook op het scherm grote indruk. ‘The singing guru’ werd hij wel genoemd, om zijn melodieuze chanting van teksten in Pali en zijn eigen verzen in Hindi en Rajasthani.

Geen boeddhabeelden

In zijn dhammatoespraken steunt hij verregaand op de woorden van de Boeddha. Maar in de centra die geleidelijk in tientallen landen zijn gesticht, is geen boeddhabeeld te vinden. (Trouwens ook geen foto van Goenka.) Vipassana is een algemene ‘techniek’ en duizenden van zijn studenten weten weinig méér van het boeddhisme dan wat de leraar noodzakelijk vindt.

‘Vipassana is geen religie omdat de uiterlijkheden van de religie – zoals riten en rituelen, ceremonies, vieringen en vereringen, geloofsartikelen en dogma’s – er allemaal buiten blijven,’ benadrukte hij in een interview dat ik in de zomer van 2002 met hem had in het Belgische vipassanacentrum.

‘Ik heb alle leerredes van de Boeddha doorgewerkt, alles wat hij gezegd heeft, ongeveer 15.000 pagina’s, en de commentaren en subcommentaren, nog eens 30 of 35.000 pagina’s. Het woord ‘boeddhisme’ of ‘boeddhist’ komt er niet in voor. Hij onderwees dhamma. De dhamma is een natuurwet, een levenswijze, hij is er voor iedereen.’

Toen de Dalai Lama hem eens uitnodigde om een cursus vipassana te geven voor zijn lama’s en rinpoche’s stond Goenka erop dat zij tijdens de tien dagen hun Tibetaanse rituelen, prostraties en dergelijke achterwege zouden laten. Hij zei: ‘Ik doe dat niet omdat ik riten en rituelen afwijs. Ik zeg dat omdat je zo het meeste uit deze vipassanatechniek haalt. Na tien dagen ben je je eigen baas. Dan kun je doen wat je wilt. En Zijne Heiligheid was het meteen met me eens.’

In de wereld van de religies maakte hij naam op de Millennium World Peace Summit van de Verenigde Naties in New York in 2000, waar verhitte discussies werden gehouden over bekering van gelovigen. Hij kreeg grote bijval toen hij zei:

‘Of ik mezelf hindoe noem of christen of jain maakt niet uit: een mens is een mens. De menselijke geest is de menselijke geest. Bekering moet gaan van onzuiverheid naar zuiverheid van geest. Dat is de enige echte bekering die nodig is, niets anders. (…)

‘Elke religie heeft een heilzame kern van liefde, compassie en goede wil. De buitenkant is verschillend, maar wie de innerlijke essentie belangrijk vindt, ruziet daar niet over. Veroordeel niets, hecht belang aan de innerlijke essentie van elke religie, dan zal er echte vrede en harmonie ontstaan.’

Pali-geschriften

Het groeiende netwerk van vipassanacentra in de wereld kreeg in 1981 een vast anker in het Vipassana Research Institute, gevestigd bij Dhamma Giri in Igatpur, drie uur van Mumbai. Op initiatief van Goenka heeft het VRI de volledige leringen van de Boeddha en aanvullende Pali-geschriften uitgegeven in meer dan 140 delen en op internet gezet in zeven soorten schrift, waaronder Mongools en Khmer.

Global Vipassana Pagoda
Alles is gratis beschikbaar, zoals ook voor de tiendaagse cursussen geen geld wordt gevraagd. Studenten kunnen na afloop vrijwillig een bijdrage (dana) geven voor de volgende cursisten. Ook speciale cursussen, bijvoorbeeld voor gevangenen, blinden, zakenlieden, ambtenaren of kinderen, zijn gratis en voor de kosten afhankelijk van dana.

In de laatste jaren van zijn leven heeft S.N. Goenka nog de voltooiing gezien van de Global Vipassana Pagoda, bijna honderd meter hoog, in Birmese stijl, waarvoor hij 1997 het initiatief nam.

De pagode, die plaats biedt aan 8000 mediteerders, is - in officiële bewoordingen - een monument van vrede en harmonie, gebouwd uit dankbaarheid voor de Boeddha, zijn leer en de gemeenschap van monniken die zijn leer in de praktijk brengen. De traditionele Birmese vorm is een uiting van dankbaarheid jegens het land Myanmar voor het bewaren van de beoefening van vipassana. In de pagode zijn relieken van de Boeddha ingemetseld, voor de komende duizend jaar.  

Bronnen
‘The messenger of inner peace: Satya Narayan Goenka.’ In: Vipassana Newsletter, International Edition, vol. 40, no. 3, October 2013, pp. 1-13.
Jacques den Boer, ‘Vipassana: meditatie voor iedereen. Interview met S.N. Goenka.’ In: Kwartaalblad Boeddhisme, jrg. 8, nr. 1, Herfst 2002, pp. 8-14.
Helen Tworkov, ‘Superscience. An interview with S.N. Goenka.’ In: Tricycle Magazine, Winter 2000.
William Hart. Het leven als kunst met Vipassana-meditatie, zoals onderwezen door S.N. Goenka. Amsterdam: Forum, 2004.
U Ba Khin. The Essentials of Buddha Dhamma in Meditative Practice. With an Essay on U Ba Khin by Eric Lerner. Kandy (Sri Lanka): Buddhist Publication Society, 1976.
Vipassana Research Institute: www.vridhamma.org en www.pariyatti.org





Terug naar Artikelen